Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Joodse diaspora

Viering: 25e zaterdag door het jaar

Lezingen:

  • Wijsheid 2, 12 en 17-20
  • Marcus 9, 30-37

Geschreven door: Dr. J. Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

Na de Babylonische ballingschap keert slechts een klein deel van de
Joden terug naar Israël. Een ander deel heeft tijdens de vijftig
jaren van de ballingschap in Babel een bestaan opgebouwd, is er oud
geworden en is gebleven. Maar er zijn ook Joden die in de honderden
jaren daarna zich over het hele Midden-Oosten en het Middellandse
Zeegebied verspreid hebben, de zogenaamde Joden in de diaspora, de
verstrooiing. Zo bestond er in de Hellenistische periode ook in
Egypte een grote Joodse gemeenschap te midden van een Griekse
cultuur. Daar ontstond in de periode van ongeveer 200 v. Chr. tot
aan het begin van onze jaartelling de zogenaamde Wijsheidsliteratuur
zoals het boek Wijsheid, Prediker en Job. Geschreven door mensen die
aan de ene kant hun Joodse identiteit wilden behouden maar aan de
andere kant deel wilden hebben aan de destijds moderne Griekse
cultuur en haar filosofische denken. Het boek Wijsheid is dan ook
ontstaan binnen een Joodse gemeenschap die als minderheid omringd
was door een andersdenkende meerderheid.
Vanuit deze situatie moeten we de eerste lezing van vandaag
verstaan.

Ongelovigen willen de vrome belagen want hij is ons een ergernis. Er
is niets nieuws onder de zon. Mensen die vanuit hun geloof en
rechtvaardigheidsgevoel misstanden en onrecht aan de kaak stellen,
maken zich niet geliefd en lopen grote risico&s. Kritiek uitoefenen
op de gevestigde orde roept altijd grote weerstand op en lijkt vaak
onbegonnen werk, zeker als je een minderheid bent. Tot hiertoe is de
tekst realistisch en kan zo geplaatst worden in onze dagelijkse
wereld.
Deze lezing neemt echter een heel andere wending als we horen dat de
ongelovige de vrome op de proef wil stellen, hem doden om te kijken
of God hem te hulp zal komen, hem folteren om te zien hoe zachtmoedig
en verdraagzaam hij is. Er komen veel passages in de bijbel voor waar
God de rechtvaardige op de proef stelt. Hier echter stelt een mens,
een ongelovige, de rechtvaardige op de proef. Eens kijken wat er dan
gebeurt.

We denken aan een ander verhaal ook uit de Wijsheidsliteratuur, het
verhaal van Job die met goedvinden van God door de duivel op de proef
gesteld wordt.
Job gaat het goed en prijst de Heer. De duivel vraagt zich af of Job
de Heer ook nog zal prijzen als alles hem ontnomen wordt.
Wij vragen ons natuurlijk af waarom God het toestaat dat de
ongelovige de vrome op de proef stelt, dat de rechtvaardige Job alles
ontnomen wordt. Hoe kan de goede God die liefde is het kwade toestaan
? Dat is voor ons die de gruwelen van de twintigste eeuw kennen de
grote vraag maar ook het probleem voor de schrijvers van deze late
Bijbelboeken.

In de bijbel heeft God immers als het ware twee kanten. Barmhartig,
genadig, lankmoedig, maar Hij bezoekt de ongerechtigheid van de
vaderen tot aan het derde en vierde geslacht. God erbarmt zich maar
is ook vertoornd.
Aan ervaringen die ons overweldigen zitten altijd twee kanten en zo
ook aan het ervaren van het heilige en van God. Zoals de
natuurfenomenen, de bergen, de zee, ze overweldigen ons, geven ons
een gevoel van angst en vrees maar fascineren ons en trekken ons aan.
De liefde van God fascineert ons en trekt ons aan maar er is
tegelijkertijd de vreze des Heren, de eerbied en het ontzag dat ons
doet huiveren. Wij mogen evenals Mozes het gelaat van God niet zien,
alleen het spoor dat God achterlaat.
Wat voor ons tegenover elkaar staat, is bij God opgeheven in een
oorspronkelijke eenheid. Licht en donker, dood en leven maar ook goed
en kwaad. Zoals wij goed en kwaad in ons hebben, moeten we misschien
wennen aan de gedachte dat God niet alleen goed is maar dat zowel
goed als kwaad binnen Hem een plaats hebben, dat God zowel een lichte
als een donkere zijde heeft.
We moeten wel beseffen dat waar God in de bijbel het volk straft, dat
gebeurt uit liefde, om het volk tot inkeer en berouw te brengen. Dan
horen straf, erbarmen en verzoening bij elkaar.
Job gaat een twistgesprek aan met God maar wordt tenslotte heel klein
als hij de almacht van God beseft en weet dat hij zonder inzicht
gesproken heeft over dingen die hem te wonderbaar waren en die hij
niet begreep. Job kende God slechts van horen zeggen. Maar nu hij
ervaren heeft wie God is, herroept hij zijn woorden en doet boete.
Dat geldt ook voor ons. We moeten niet proberen God te doorgronden.
Dat is de onbegrijpelijkheid, het mysterie van God dat we moeten
aanvaarden en waar we ons in vertrouwen aan moeten overgeven. Op
deze manier kunnen we wellicht op een andere wijze omgaan met het
lijden zonder steeds de vraag van het waarom te stellen.
Het is zinloze speculatie om ons steeds weer af te vragen wat God met
het lijden in onze wereld te maken heeft. Eens werd aan een rabbijn
die Auschwitz overleefd had gevraagd: waar was God in Auschwitz,
waarop hij antwoordde: waar was de mens ? Voor ons is van belang hoe
we zoveel mogelijk lijden kunnen voorkomen en uit de wereld helpen.

In de lezing van Marcus spreekt Jezus tegen zijn leerlingen over zijn
lijden, dood en verrijzenis. De leerlingen begrepen zijn woorden niet
maar durfden hem er niet over te vragen. Dat is niet zo
verwonderlijk. Enige tijd eerder sprak Jezus voor de eerste keer over
zijn lijden. Petrus bestrafte hem en kreeg te horen: ga weg achter
mij, satan.
Het blijkt dat de leerlingen met heel andere vragen bezig geweest
zijn. Wie is de meeste ?
Dat is de vraag bij uitstek van de wereld, de vraag naar de macht.
Wie is politiek de machtigste, de rijkste en in de topsport de
krachtigste, de snelste. Het is de vraag die de hele wereld van groot
tot klein beheerst.
Een groter contrast is niet mogelijk. De leerlingen die erover
spreken wie de grootste is en Jezus die aankondigt dat hij de weg van
de minste moet gaan, de weg van de vernedering.
Gelukkig kent onze wereld ondanks alle prestatiedrang en
ellebogenwerk ook mensen die zich opofferen uit liefde en zich
wegcijferen omwille van de gerechtigheid. Die van hun rijkdom delen
en door arm te zijn met de armen, rijk zijn in hun hart.

Jezus stelt een kind als voorbeeld. Wie zo een kind ontvangt in mijn
naam, ontvangt mij en degene die mij gezonden heeft. Mattheüs zegt:
als gij niet wordt als de kinderen zult gij zeker het koninkrijk der
hemelen niet binnengaan.
Worden als de kinderen, wat betekent dat ? Een kind kent geen
vooroordeel, geen achterdocht en geen berekening, staat open voor
alles en vertrouwt onvoorwaardelijk op zijn ouders.
De liefde tussen ouders en kind schept een zekerheid, een
oervertrouwen dat te vergelijken is met het geloof. We moeten weer
terugkeren naar een zogenaamde tweede naïviteit, onze vooroordelen en
achterdocht laten varen en weer proberen te zien met de ogen van een
kind, vol verbazing en verwondering.
Ondanks al ons wantrouwen en scepsis moeten we in alle eenvoud iets
van dat oervertrouwen van het kind terugvinden en ons in geloof
toevertrouwen aan God, onze Vader. We moeten niet proberen zijn
onbegrijpelijkheid te doorgronden. We mogen erop vertrouwen dat als
wij de weg gaan die Hij ons wijst, het goed zal komen. Amen.
Archief preken