Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Als leerlingen van Jezus leren omgaan met leven, lijden en dood

Viering: 25e zondag door het jaar

Lezingen:

  • Wijsheid 2, 12.17-20
  • Marcus 9, 30-37

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Het gebeurt met enige regelmaat dat iemand met mij wil bespreken hoe
hij of zij de uitvaart wil hebben 'als het eenmaal zover is'. Vaak
zijn dit mensen die de tachtig jaar inmiddels gepasseerd zijn. Soms
zijn er aanwijsbare redenen voor, zoals de gezondheid die het af laat
weten, maar soms ook helemaal niet; soms is er de wens om alles goed
op orde te hebben en de nabestaanden die zorg te besparen; soms zijn
er kinderen die schijnbaar niets meer hebben met kerk en geloof.
In elk geval ben ik er altijd graag toe bereid om samen na te denken
over de uitvaart, omdat dit rust kan geven, maar ook omdat ik het
prima vind als mensen de dood onder ogen zien. Als we tot bepaalde
afspraken komen, stel ik wel altijd voor om dit ook aan nabestaanden
te zeggen om te voorkomen dat die hier achteraf door verrast worden
en zich gepasseerd voelen, en omdat ik denk dat het goed is dat wij
mensen zelf de dood onder ogen durven zien maar dat het ook goed kan
zijn om hierover met de kinderen of andere dierbaren te spreken.
We zeggen niet voor niets dat de dood de enige zekerheid in het leven
is, en ook dat de dood gewoon bij het leven hoort. Het kan helpen om
de dood bespreekbaar te maken én om samen naar het leven te kijken,
want vaak is het einde van het leven een mooie aanleiding om te
kijken naar het goede dat er in het leven tot nu toe is geweest, om
met elkaar de moeilijke dingen in het leven onder ogen te zien. Waar
dit in een goede sfeer gebeurt, verdiept het de band waardoor
iedereen dankbaar is, en de tijd die daarop nog volgt, wordt dan vaak
intensiever en gezamenlijker beleefd.

Vandaag horen we Jezus opnieuw spreken over het einde van zijn leven.
Ook hij doet dat met zijn nabestaanden, met zijn leerlingen, van wie
ook hij hoopt dat zij op de een of andere manier verder gaan met wat
hij heeft voorgeleefd.

Bij Jezus is er wel een heel bijzondere aanleiding die scherper is
dan bij de meesten van ons. Hij is inmiddels onderweg naar Jeruzalem
en weet dat hij daar tegenstand zal ondervinden en dat zijn leven
daar zelfs groot gevaar zal lopen. Jezus is de tachtig nog lang niet
gepasseerd maar pas in de dertig en in de bloei van zijn leven. Als
hij nu al moet sterven is dat een klap in het gezicht van hemzelf en
iedereen om hem heen. Net als vorige week is het dus de vraag: hoe
houd je jezelf staande en hoe blijf je trouw, als je leven bedreigd
wordt? Want dat overkomt Jezus nu en daar wil hij zijn leerlingen op
voorbereiden. Hij hoopt dat - als het eenmaal zover is - zijn
leerlingen niet zo uit het veld geslagen zijn dat ze niet meer verder
kunnen. Wie aan de tijd tussen Pasen en Pinksteren denkt, die weet
hoe juist deze inschatting van Jezus was en hoe slecht z&n leerlingen
er toen aan toe waren. Hij is al een tijd bezig om hen te
onderrichten en hen aan het voorbereiden zijn werk voort te zetten.

Natuurlijk kijken wij naar deze verhalen met de blik van tweeduizend
jaar later. Voor ons is de afloop niet meer spannend, want wij weten
immers hoe het is afgelopen. Wij weten hoe het met Jezus is afgelopen
en we weten hoe zijn leerlingen uiteindelijk met zijn boodschap zijn
verder gegaan, tot op de dag van vandaag dat wij hier samenkomen als
leerlingen van Jezus en in ons leven proberen op de een of andere
manier voort te zetten wat hij ons heeft voorgeleefd. En precies
daarover gaat het ook vandaag: wat wil hij ons nu zeggen voor ons
leven?

Jezus gebruikt daarvoor vandaag een belangrijk woord: 'overgeleverd'.
Dat woord heeft twee verschillende betekenissen die we bij Jezus
allebei tegenkomen.

Aan de ene kant is er de overlevering die letterlijk traditie
betekent: we geven wat waardevol is door aan de volgende generatie,
en die traditie kan heel star worden en vastliggen, maar gebeurt
altijd door levende mensen die het al dan niet geloofwaardig
voorleven en het al dan niet in een nieuwe tijd kunnen oppakken. We
komen het woord overlevering soms tegen in discussies over de Joodse
traditie: 'Volgens de overlevering van Mozes moet het zus of zo.' Ook
wij hebben het geloof door vele eeuwen heen mogen ontvangen &volgens
de overlevering&: letterlijk omdat er in elke generatie mensen waren
die doorgaven wat zij de moeite waard vonden. In die zin is er
vandaag niets nieuws als wij nu nadenken en worstelen en soms ook
genieten van de manier waarop de volgende generatie de boodschap van
Jezus op hun eigen manier oppakt.

Er is ook een andere betekenis van het woord overlevering die Jezus
vandaag gebruikt, en dan betekent het woord niets meer of minder dan
verraad: 'De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de mensen
en ze zullen hem doden.' Ook zijn eigen volgelingen maken zich
schuldig aan die mentaliteit. In plaats van hem werkelijk te volgen
door in zijn geest te leven, om ook hun leven te willen geven in
dienst van de goede zaak, van een God die van ieder mens houdt, die
niemand uitsluit, in plaats van in navolging van Jezus hun nek te
durven uitsteken voor de verschoppelingen, voor de vrouwen, de
zieken, de tollenaars en zondaars, voor een ieder die buitengesloten
wordt, in plaats daarvan houden zij zich bezig met de vraag wie de
baas is, wie de grootste is of willen ze in ieder geval zorgen dat
zij zelf toch niet de mindere hoeven te zijn van een ander. Maar wat
Jezus hen en ons voorleeft, is nu juist dat wij wel de mindere moeten
willen zijn, dat het nu juist de roeping van een volgeling van Jezus
is om het eigen leven te willen delen met wie niet in tel is en
gezien wordt als de minste.

Daarom zet Jezus een kind in hun midden, een kind van de straat, een
arme, iemand die rondhangt. Jezus zegt dat wie oog heeft voor dit
kind, er zich voor dit wil inspannen, hem echt begrepen heeft. Ja,
Jezus identificeert zichzelf zo met wie als minste gezien wordt,
(om)dat hij zichzelf in hen ziet en Jezus gelooft ook heilig dat zijn
God die van alle mensen houdt, een bijzondere liefde heeft voor de
armen, voor de kleinen, voor de weerlozen, voor de kinderen. 'Wie een
van hen opneemt in mijn Naam, neemt mij op, en neemt zelfs God zelf
op.' Jezus heeft ons in heel zijn leven, dood en verrijzenis
voorgeleefd dat hierin ons ware geluk te vinden is, en niet in onze
angst om het leven te verliezen.

Het is deze traditie, deze overlevering waar Jezus voor staat, en die
hij graag wil doorgeven aan zijn leerlingen, daar en toen, en hier en
nu, 'nu het eenmaal zover is' dat hij gestorven is en zijn leven
heeft gegeven. Het is deze traditie die wij in óns leven mogen
waarmaken en op een geloofwaardige manier mogen proberen voor te
leven en door te geven, over te leveren aan de volgende generatie,
ook voor de tijd dat het eenmaal zover is dat wij hier niet meer zijn
omdat ons leven voltooid mag zijn in Gods liefde voor alle mensen.
Archief preken