Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Rome 50 jaar geleden

Viering: OVERWEGING OP DE NEGENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezingen:

  • Jesaja 53, 10-11
  • Marcus 10, 35-45

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

Bijna een maand geleden was ik in Rome voor een vergadering. Ik logeerde in een van de huizen van de jezuïeten in die stad, en ontmoette er oude bekenden en nieuwe mensen onder de bijna zeventig bewoners. Het was een prachtig beeld van de wereldkerk met jonge mensen van alle continenten, die allemaal bezig waren met een proefschrift. Ik sprak weer met Young Hoon uit Korea, Angel uit Puerto Rico, Ralphy uit India, Bernd uit Duitsland en nog vele anderen. Zulke ontmoetingen houden de blik ruim, en zorgen ervoor dat je buiten de grenzen van Nederland ziet hoe het ook kan in kerk en maatschappij. Zoals elk jaar ging ik naar de Sint Pieter om een bezoek te brengen aan paus Joannes XXIII, die daar gebalsemd ligt opgebaard. En zoals andere jaren spreek ik met hem en zeg: &Ziet u wat ze met onze kerk gedaan hebben?& Ik kijk hem aan en hij glimlacht.
Ik heb iets met paus Joannes, of liever gezegd: ik heb heel veel met hem. Vijftig jaar geleden kreeg ik als cadeau voor mijn eindexamen van mijn oma een reis naar Rome. Ik arriveerde er op de dag dat hij werd begraven. Overal waren er foto&s van hem te krijgen. Ik kocht er een, en ook een klein prentje dat nu op mijn bureau staat naast mijn computer. Ik kijk er vaak naar, en probeer zijn vriendelijke uitstraling in mij toe te laten, om te voorkomen dat ik cynisch en boos word om wat er aan fouten en misdragingen in onze kerk te zien is. Ik kijk vijftig jaar terug in de geschiedenis en herinner me nog helder hoe paus Joannes op 11 oktober het Tweede Vaticaanse Concilie opende. In zijn woorden en gebaren stapte hij met open armen af op de wereld en op al die mensen, die tot dan toe door de Kerk als vijanden, tegenstanders en ketters waren beschouwd. Hij wilde een dialoog aangaan in plaats van veroordelingen uit te spreken. Daarom nodigde hij waarnemers van andere kerken op het concilie uit. Hij wilde een eind maken aan het voortwoekerende antisemitisme binnen de kerk. Hij wilde een halt toeroepen aan het klerikalisme in de kerk, en nodigde alle gelovigen uit om een bijdrage te leveren aan vrede in de wereld. Hij wilde dat de afstand tussen God en mens minder groot zou zijn, en zorgde ervoor dat de eucharistie in de volkstaal gevierd zou kunnen worden.
Na de begrafenis van paus Joannes kon ik langer in Rome blijven, dankzij de gulheid van mijn oma. Daardoor was ik ook in staat om het conclaaf van nabij mee te maken. In mijn zondagse pak slaagde ik eraan om de Sint Pieter binnen te komen voor de mis van de Heilige Geest, waarmee het conclaaf werd geopend. Met een portie gezonde brutaliteit lukte het me om een plaats te vinden op de rij achter de kardinalen. Wat een wereldervaring! Ik stond ineens heel dicht bij het Concilie, de grootste ontmoeting in de geschiedenis van de wereld, met 2500 bisschoppen uit 116 landen. De dagen erna ging ik vanuit mijn pension tweemaal per dag naar het Sint Pietersplein om naar het iele schoorsteentje te kijken, waaruit de witte rook moest komen. Na een paar dagen was het zover, en zwaaiden de balkondeuren open. Daar verscheen de nieuwe paus, ver en hoog van mij vandaan: Paulus VI. Als een stormwind joeg de emotie en het geroep over het plein. Iets om nooit meer te vergeten.
We zijn nu vijftig jaar later, en we kijken naar onze situatie. Het Concilie wilde dat we zouden terugkeren naar de bronnen van ons geloof, en bovendien onszelf en onze kerk bij de tijd zouden brengen. Aggiornamento noemde paus Joannes dat. Hebben we die twee doelstellingen gehaald? Onze kerken zijn leger geworden, voor veel van onze kinderen en kleinkinderen heeft het instituut kerk geen of nauwelijks betekenis meer. Maar wij zitten hier en dragen hen in ons hart.
Gisteren zei iemand: &Wij, katholieken gaan gebukt onder verdriet en schaamte.& Maar we kunnen ook pluspunten zien. We zijn volwassener geworden, met meer gevoel van verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze wereld. Ons gebed is persoonlijker geworden, en nogal wat van onze angsten zijn weggenomen. We zijn meer vertrouwd met de seizoenen van herfst en winter in onze kerk, dan met die van lente en zomer. We leren hoe we God kunnen ontdoen van allerlei negatieve aanslibsels. Als onze God niet bevrijdt en uitdaagt, als onze God niet troost en opvrolijkt, hebben we te doen met een afgod, die we zo snel mogelijk moeten laten vallen als een gloeiend strijkijzer. &God is liefde&, schreef ooit de apostel Johannes. Dat is onze kortste geloofsbelijdenis. Dat is de toetssteen waaraan alles afgemeten moet worden.
Ik besluit met een gebed van paus Joannes XXIII: &Heilige Geest, voltooi in ons het werk dat Jezus begonnen is. Geef ons apostolaat bezieling, opdat het zich uitstrekt over alle volken en mensen. Laat de natuurlijke aanmatiging in ons afsterven, en breng ons in het rijk van heilige deemoed, ware godsvrucht en fiere moed. Moge geen enkele berekening de oneindige grootheid van de liefde dwingen in de benauwende kleinheid van onze zelfzucht. Mogen de Vader en de Zoon U, Heilige Geest, schenken aan de Kerk en haar leer, aan ieder afzonderlijk en aan alle volken.&
Amen.
Archief preken