Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

In deze tijd gehoor geven aan Gods Woord

Viering: 2e zondag van de Advent

Lezingen:

  • Baruch 5, 1-9
  • Filippenzen 1, 3-6.8-11
  • Lucas 3, 1-6

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

In onze moderne wereld klinken de hele dag door geluidjes van mobiele telefoons, laptops, tablets en andere apparaten. Er komt een sms binnen of een berichtje via Whatsapp of Facebook, of de eigenaar wordt gewaarschuwd dat de allerlaatste nieuwsflits binnen is. Kranten raken steeds meer in de verdrukking omdat ze met hun dagelijkse nieuws veel te traag zijn.

En dan horen we vandaag dat in de woestijn het woord van God tot Johannes kwam. We zouden kunnen zeggen: Goh, kennelijk hadden ze in de woestijn toen al een goed bereik! En zo is het ook! Want heel de Bijbel door blijkt dat mensen inderdaad in de woestijn voor God het best te bereiken zijn. Dan zijn we even afgesloten van alle stoorzenders, van alle nieuws en vertier dat ons overspoelt, dan is er geen tijd, geen noodzaak en geen mogelijkheid om boodschappen te doen, om naar school te gaan of te werken. In de woestijn is het een kwestie van (over)leven, en ontdekken waar het in het leven op aankomt. De woestijn is de plek bij uitstek waar het volk van God leert om naar God te luisteren. Het is de plek waar God via Mozes inderdaad zijn Woord, de Tora, aan zijn volk heeft gegeven, het woord dat zij moesten leren kennen om gelukkig te kunnen leven in het land waar God ze heen voerde.

Daarmee staat het woord van God niet los van onze dagelijkse werkelijkheid, van onze wereld. Om dat te laten zien vertelt Lucas over de wereld waarin het woord van God tot Johannes kwam. Het was, vertelt Lucas, het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus gouverneur van Judea was en Herodes de viervorst van Galilea, en Annas en Kajafas hogepriester. Daarmee kunnen we niet alleen uitrekenen dat we praten over het jaar 27 of 28, maar vooral dat de Romeinen toen het land Israël overheersten, en dat in naam van de 'goddelijke' keizer anderen over Israël heersten: Herodes en Pontius Pilatus, die later in het evangelie onze hoofdpersonen Johannes en Jezus ter dood laten brengen. Wat dat betreft zou het niet te hopen zijn dat deze tijd later bekend komt te staan als de tijd van Rutte II, toen Van der Laan burgemeester was van Amsterdam, en Benedictus XVI de bisschop van Rome, want op dit moment klinken deze termen voor de meesten van ons tamelijk neutraal, maar voor wie hen verantwoordelijk houdt voor groot maatschappelijk of persoonlijk onrecht, gaat die tijd anders klinken. Zo is voor velen, ook in onze Lucasparochie 'de tijd dat Bouterse president was van Suriname' al veel omstredener of - voor anderen - 'de tijd van de genocide in Ruanda' of voor oudere Nederlandse oren 'de tijd dat de Duitsers het hier voor het zeggen hadden'.

Zo vertelt Lucas ons dus: In díe tijd kwam het woord van God tot Johannes. En Johannes verstond dat woord met heel zijn hart en liet het voortaan zijn leven bepalen. Voortaan wijdde hij zijn leven aan het Woord van God. Met dit woord trok hij naar de stad van God, Jeruzalem, maar ging er niet naar binnen maar bleef bij de Jordaan staan, de grensrivier van het land waardoor het volk ooit het land was binnengegaan. Het is alsof hij wil zeggen: 'Weten jullie het nog? Ooit kwamen onze voorouders, ooit kwamen wij vanuit de woestijn op deze plek met het woord van God hier het land binnen, maar inmiddels is er zoveel gebeurd dat we het misschien vergeten zijn. Inmiddels hebben we ons door Gods woord laten leiden, hebben we grote koningen gehad als David en hebben wij het goed gehad, maar we hebben er ook een potje van gemaakt. God en de arme mensen in ons midden in de steek gelaten, alleen maar aan onszelf gedacht, ons verrijkt en ruzie gemaakt. Van hier zijn we in groten getale weggevoerd in de ballingschap - door onze eigen schuld - maar zelfs toen wij God in de steek lieten en onze verdiende straf kregen, zelfs toen liet God ons niet in de steek. Toen stuurde God ons profeten als Jesaja, mensen als Baruch die ons hoop gaven doordat ze ons herinnerden aan Gods liefde en trouw. De weg van hier de verkeerde kant op, de woestijn in, die weg wil God zelf opnieuw met ons gaan, maar nu de goede kant op, weer door de woestijn terug naar het land van Gods belofte. Wie dat gelooft, die mag vertrouwen hebben, die mag meehelpen om alle hobbels weg te halen. Die mag weer naar onze stad kijken, naar Gods geliefde Jeruzalem, en haar moed inspreken.'
De inwoners kwamen graag naar Johannes luisteren en werden begeesterd. 'Wat moeten wij dan doen?' vroegen ze aan hem. Zelfs de tollenaars en de soldaten kwamen naar hem toe, horen we volgende week.

En wij? Willen wij in deze Adventstijd ook luisteren naar Johannes de Doper? Durven wij te geloven dat ook in onze tijd een nieuw begin mogelijk is, of geven we toe aan het negatieve dat ons kan overspoelen door alle vreselijke nieuws, dat al dan niet aangekondigd door piepjes in kranten of televisie op ons afkomt, van 15-jarigen die een vader van een tegenstander doodschoppen als hij hun grensrechter is? Of sluiten wij ons dan op in het kleine geluk van ons persoonlijke leven als ons dat gegeven is?

Of durven wij als christenen ook waar te maken, wat Paulus in de tweede lezing schrijft: 'Ik ben zo blij omdat jullie je steeds laten raken door het Woord van God, en het in woord en daad met anderen delen en doorgeven. Ik ben er zeker van dat God die het goede werk in jullie begonnen is, het zal voltooien tegen de dag van Christus Jezus. Moge de liefde in jullie steeds rijker worden, dat jullie fijngevoeliger worden en wijzer, zodat je ontdekt waar het echt op aankomt in het leven.'

Zou dat ook voor ons meer en meer waar mogen worden, nu wij ons voorbereiden op Kerstmis? Mag het ook zo worden dat wij Gods mensenliefde vieren omdat God in Jezus mens geworden is, maar dat dit ook voor ieder van ons een aansporing is om zelf ons hoofd op te richten en onze ogen te richten op de mensen om ons heen, voor wie wij het leven in deze dagen een stuk plezieriger en minder eenzaam kunnen maken? Als wij ons inderdaad door Johannes de Doper laten oproepen tot bekering wil dat niet zeggen dat wij slechte mensen zouden zijn van wie niks deugt, maar eerder dat wij onze angsten onder ogen durven zien, die ons weerhouden om te leven uit liefde en dat we leren te durven vertrouwen op de liefde van God en anderen die van ons houden zoals we zijn mét onze zwakheden en tekortkomingen, en dat we de geweldige kwaliteiten die God aan ieder van ons heeft gegeven, durven te zien en te gebruiken voor een betere wereld, voor die ene mens die nu mijn naaste is, voor het positieve nieuws dat wij kunnen veroorzaken, doorgeven, posten of twitteren. Dan varen we niet per se met de stroom mee, mopperen en schelden we niet mee met de meute. We nemen geen genoegen met onrecht tegen de zwakken, maar we helpen waar we kunnen. We delen en we worden daar zelf blije mensen van.
Zo wordt de geboorte van Jezus als klein, kwetsbaar kind voor wie geen plek is in de herberg, voor ons een aanleiding, een aansporing om onze wereld te maken tot een plek waar ieder mensenkind zonder onderscheid zich geliefd en welkom weet. Niet alleen hebben wij allemaal dan een fantastische Kerst. Ook wordt de laatste zin van Johannes in het evangelie van vandaag dan werkelijkheid: 'Heel de mensheid zal Gods redding zien.'
Archief preken