Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Het grote zien gebeuren in het kleine

Viering: 4e zondag van de Advent

Lezingen:

  • Micha 5, 1-4a
  • Hebreeën 10, 5-10
  • Lucas 1, 39-45

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Nog één nachtje slapen en dan klinkt in de Nachtmis: 'In die dagen werd een bevel uitgevaardigd door keizer Augustus dat er een volkstelling moest worden gehouden over heel de wereld.'

In die nacht horen we het goede nieuws van de geboorte van Jezus. Engelen en herders verkondigen dan dat de Messias geboren is, dat God - na eeuwen van wachten en verwachten - van proberen en mislukken en nog eens proberen, nu dan toch eindelijk is geslaagd: nu zal er iemand opstaan die een eind maakt aan de ellende.

Nieuw is deze boodschap bepaald niet. Het is de boodschap die de profeten in naam van God steeds opnieuw hebben verkondigd. Wat er ook gebeurt in onze wereld in het groot en het klein, God wordt niet moe om het opnieuw met ons te proberen. Gaat het weer mis en worden wij mensen er langzamerhand moedeloos van: hoe wij met elkaar maar oorlog blijven voeren, liever opkomen voor ons eigenbelang dan voor de arme kleine mensen om ons heen die niet voor zichzelf op kunnen komen, meer luisteren naar onze eigen angsten dan naar de vreugdevolle boodschap dat het ook anders kan - en wie wordt hier niet moedeloos van, van onszelf én van wat er meestal in het nieuws komt? - het bijzondere is en blijft dat God kennelijk nooit moedeloos wordt of het in elk geval nooit opgeeft.

Het bijzondere is ook dat de boodschap die in de kerstnacht klinkt, ons niet meeneemt naar Rome, naar het hof van die keizer Augustus die de baas is over heel de wereld, maar naar een van de buitengebieden van het Romeinse rijk, naar het volk van Israël, en zelfs in dat land niet naar Jeruzalem waar de keizer een koning heeft neergezet maar naar Betlehem, naar de plek waar niets te beleven valt, behalve voor wie vertrouwd is met de Joodse Schriften want die weet dat koning David daar vandaan kwam voordat hij koning werd en Jeruzalem maakte tot hoofdstad van heel het Joodse rijk dat hij stichtte.


Genoeg over de kerstnacht, want het is nog maar de Vierde zondag van de Advent. We zien nog uit naar de geboorte van Jezus Messias. Waar in de kerstnacht de vreugde over zijn geboorte volop mag klinken in de liturgie en het gezang, is de toon vandaag nog die van de voorbereiding en de verwachting, het vurige verlangen.

We horen de profeet Micha die acht eeuwen vóór de geboorte van Jezus in Jeruzalem is en zich ergert aan de kliek die daar de baas speelt en niet wil luisteren naar Gods boodschap, niet wil vertrouwen op God die herder van Israël is. Daarom verwijst hij ons en zijn luisteraars toen naar Betlehem als de plek waar God, de herder van Israël, ooit David achter de schapen vandaan haalde en hem maakte tot koning, tot herder van Israël in naam van God.


En we horen over Maria, die net van de engel Gabriël te horen gekregen heeft dat zij de moeder zal worden van Jezus, en we horen hoe zij daarop reageert. Deze jonge vrouw is nog maar nauwelijks bekomen van de schrik over de boodschap van de engel: Ze is zwanger! Ongepland, onvoorbereid, ongehuwd. En alsof dit alles nog niet genoeg is, heeft de engel van God haar de boodschap gebracht dat dit kind van haar zal uitgroeien tot de Messias, tot de Bevrijder van Israël, van heel Gods volk. En toch, ondanks de schok, de schrik heeft Maria in alle consternatie wel heel goed geluisterd naar het Woord van God, en zonder enig verzoek, zonder enige opdracht, zonder enige verdere aansporing besluit zij op weg te gaan naar haar oudere nicht Elisabet die ook onverwacht zwanger is.

Vol zijn deze twee vrouwen van Gods grote plannen, een ontmoeting van Gods heilige Geest tussen deze moeders van Johannes de Doper en van Jezus. Wat een vonk springt hier over, wat een herkenning is er, wat een innerlijke vreugde spat er naar buiten! Elisabet prijst Maria gelukkig om haar grote geloof, om het vertrouwen waarmee zij onmiddellijk instemt om mee te werken met Gods grote plannen voor het geluk van heel de wereld.

Uit Maria's antwoord op Elisabet, uit haar lofzang op God - ook wel genoemd haar Magnificat - blijkt dan dat Maria toch niet geheel onvoorbereid was op deze gebeurtenissen. Nu blijkt waarin haar echte voorbereiding ligt: Maria is vertrouwd met Gods bedoelingen, met Gods Woord vanuit de Schriften. Zij dankt God immers niet alleen voor de genade en de hulp in haar leven, maar trekt het breder. Ze onderschat of minimaliseert op geen enkele manier haar eigen leven, maar weet dit juist in het grotere geheel op waarde te schatten.
'Grote dingen heeft God voor mij gedaan', zegt Maria, 'hoe klein en onbetekenend ik ook ben in heel de wereld om mij heen. En toch, zo weet ik, is God altijd trouw gebleven aan zijn volk, aan de kleinen, de armen, de vernederden, de uitgebuite mensen van nu en alle tijden, de kanslozen die we in alle eeuwen om ons heen zien. God ziet hun ellende, hoort hun klacht, en zal hun recht doen. Met barmhartigheid én kracht is God met zijn armen op weg naar een andere, betere wereld. Abraham was de eerste die geroepen werd om in vertrouwen deze weg met God te gaan, en sinds die tijd is God mensen blijven roepen om op te staan om die droom van God te vervullen: onze wereld als een rijk gevulde tafel waar plaats is voor iedereen, waar niemand meer buitengesloten wordt. Van deze God heeft niemand iets te vrezen die niet zelf onderdrukker en uitbuiter van armen is. Wie arm is, wie vriend is van de armen mag zich verheugen, want God zelf is vriend van de armen.'

Het is deze levensles, dit geloof, deze voorbereiding die Maria ertoe brengt om éérst naar Elisabet te gaan en pas als zij haar heeft geholpen en voorbereid op het grote feest van de geboorte van Johannes, dan pas denkt zij aan zichzelf, en weet dat God met haar is.

Als wij ons in deze laatste dagen vóór Kerstmis willen voorbereiden op dit grote feest, laten we dit dan samen met Maria doen, ze samen met Maria beleven. Met haar mogen we geloven dat God werkelijk meeleeft met héél onze wereld, de wereld zoals die in het nieuws komt en de wereld van ieder van ons persoonlijk. Sterker nog, met Maria mogen wij geloven en vertrouwen dat God in onze wereld komt in mijn en ons leven als een bevrijdende en liefdevolle, betrokken God: God-met-ons.
Archief preken