Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Wij allen zijn Gods heilige familie

Viering: Feest van de Heilige familie

Lezingen:

  • 1 Samuël 1, 20-22.24-28
  • Lucas 2, 41-52

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Familie is voor ieder mens van groot belang.
Ongeacht waar en hoe je geboren bent,
ongeacht of je een buitengewoon plezierige en onbezorgde jeugd hebt gehad
of ouders aan wie je niks anders te danken hebt dan alleen het geschenk van het leven zelf,
ongeacht of je als kind en als volwassene een close band met je familie hebt of geen enkel contact,
ongeacht of je blij met je familie bent of dat alleen de gedachte aan je familie je al pijn doet,
ongeacht of ze nog leven of al jaren dood zijn,
kortom, ongeacht je afkomst en je geschiedenis,
je familie draag je je leven lang met je mee, en is buitengewoon belangrijk.
Je hoeft geen groot psycholoog te zijn om dit te weten,
en je hoeft geen groot theoloog te zijn om te weten dat voor Jezus zijn familie heel belangrijk is.
Het geldt immers voor ieder mens en dus ook voor Jezus.
Jezus is immers mens als wij, dus poepte en pieste hij, dronk hij aan de borst van zijn moeder,
hij at, dronk en sliep, leerde praten, leerde lezen, leerde God kennen.
En dat alles deed hij in zijn familie, bij Maria en Jozef allereerst.
We weten niet veel van de details van Jezus& leven en opgroeien in Nazaret,
maar we hebben alle reden om aan te nemen dat hij het goed getroffen had met Maria en Jozef.
Voor Jezus was zijn familie belangrijk, voor Jezus was zijn familie heilig.

Dit is niet hetzelfde als te zeggen dat de boodschap van de Bijbel is dat &de familie heilig is.&
De Bijbel is geen politiek programma voor het gezin als hoeksteen van de samenleving.
De Bijbel schetst geen ideaal van vader, moeder en twee kinderen, liefst een jongen en een meisje.
Op het feest van de Heilige Familie mogen we dus gerust zeggen
dat Maria en Jozef de belangrijkste mensen in het leven van Jezus zijn geweest,
maar dit wil niet zeggen dat wij hier een romantisch plaatje van moeten maken
dat we vervolgens op alle mensen en relaties in onze huidige wereld kunnen plakken.

Volgens mij speelt zoiets ook mee in de rel van de afgelopen week
over - wat ik toch maar noem - de vermeende uitspraken van de paus.
Ik voel mij niet geroepen om de paus in alles te verdedigen, als er mensen gekwetst worden
door uitspraken die voor de goede verstaander misschien wel juist, maar toch onhandig zijn
omdat je in deze tijd en met deze media hoort te weten hoe dit over kán komen bij het grote publiek.
Het zal dan ook geen toeval zijn dat ook in onze Lucasparochie sinds de Kerst
vier mensen zo&n standaardbrief hebben gebruikt om kenbaar te maken
dat ze uitgeschreven willen worden als lid van de rooms-katholieke kerk.
Laat ik zeggen dat het mij pijn doet als mensen zich afgewezen voelen, altijd en overal.
In dit geval zou de paus volgens de media in zijn kerstrede voor zijn personeel gezegd hebben
dat &homoseksuelen de essentie van het menselijk wezen vernietigen.&
Dat is een uitspraak die ieder mens pijn zou moeten doen, ongeacht haar of zijn geaardheid.
Feit is dat de paus in die hele kerstrede het woord homoseksuelen of homoseksualiteit niet noemt.
Hij neemt het op voor het huwelijk van man en vrouw, en ziet daarin de basis voor de maatschappij.
Dat lijkt mij zijn goed recht, en deze uitspraak kan ik persoonlijk probleemloos verstaan en volgen.
Dat onze kerk moeite heeft met andere vormen van seksualiteit
dan die binnen het huwelijk tussen man en vrouw, is een bekend gegeven.
Deze paus heeft meermaals aangegeven dat hij niet verwacht dat iedereen het altijd met hem eens is
en dat dit wat hem betreft ook niet hoeft.
Misschien dat de paus - als professor en kamergeleerde - soms wat anders zou moeten spreken,
maar zijn uitspraken zo ver oprekken dat ze alle homoseksuelen zo beledigen, helpt echt niemand.
Persoonlijk ben ik heel erg blij met onze Lucasparochie.
Dit is een plek waarvan ik hoop en zie dat allerlei mensen zich hier thuis kunnen voelen,
mensen vanuit alle windstreken en continenten van de wereld,
mensen van alle leeftijden en talen, met en zonder relatie, mensen met verschillende geaardheid,
en zo hoort het ook te zijn in een kerk die gemeenschap van Jezus Christus wil zijn.
Jezus sloot nooit iemand buiten - alleen diegenen die anderen buitensloten maakten hem woedend! -
maar deed juist zijn uiterste best om wie buitengesloten werd, binnen de gemeenschap te halen.
Wij willen hier familie van Jezus zijn en dat zíjn we ook, niet door onze bloedband met elkaar,
maar om twee fundamentele redenen die we allebei van Jezus zelf hebben geleerd:
1. omdat we allemaal mensen zijn, kinderen van zijn en onze Vader, en daarom broers en zussen;
2. omdat Jezus zelf ons roept om zijn leerling, zijn volgeling te zijn en naar zijn boodschap te leven.

Op deze manier zeggen wij ook over ieder klein mensenkind dat hier wordt gedoopt
tegen zijn of haar ouders dat dit kind allereerst een kind van God is,
door God gewild en geliefd, nooit het eigendom van de ouders
maar aan hen toevertrouwd om het te helpen uitgroeien tot mens van God.
Zo laat het feest van vandaag zien dat de Heilige Familie van Jezus, Maria en Jozef de plek is
waar Jezus in de praktijk van het leven mag uitgroeien tot Zoon van God, Zoon van de Tora.

Dat horen we in de lezing en over Jezus die op 12-jarige leeftijd op bedevaart naar Jeruzalem gaat,
en daar in de tempel in gesprek komt met andere kenners van de Tora,
leraren van het Verbond dat God heeft gesloten met zijn familie, met het volk van Israël.
Deze lezing gaat dus net als de eerste lezing niet over het feest van de Heilige Familie,
maar ze mogen ons vandaag helpen dieper leren verstaan wat het betekent familie van God te zijn.

Hanna is als moeder van Samuël de voorloopster van Maria,
met haar verlangen naar een kind, niet alleen voor zichzelf maar voor Gods bedoelingen.
Hanna verlangde als ieder Joods meisje naar de Messias, naar Gods bevrijding voor zijn volk.
Al de jaren dat zij onvruchtbaar bleef, had zij in de tempel van Silo gebeden om een kind,
en in haar geloof in Gods genade had zij beloofd: &Als U mij een zoon geeft, geef ik hem aan U.&
En nu is het zover: het kind is van de borst - volgens sommigen een jaar of twee of drie oud -
en Hanna brengt het kind naar de tempel om hem aan God toe te wijden, zijn leven lang.
En inderdaad, Samuël zal Gods vertrouweling zijn, uitgroeien tot de wijze profeet
die namens God spreekt en die de eerste koningen van Israël zal zalven,
Saul en David, de gezalfden van de Heer.

Ook Jezus wordt door zijn moeder naar de tempel gebracht en door Jozef,
zoals ze elk jaar op het allergrootste feest van Pesach gaan om de bevrijding uit Egypte te vieren.
Hun kind Jezus is dan geen kind dat net geen zuigeling meer is, maar een twaalfjarige,
de leeftijd dat hij volgens het Verbond volwassen wordt en zijn bar-mitswa mag beleven.
Hij kan hardop de Schrift voorlezen en verstaat dit als het richtsnoer voor zijn leven en van anderen.
Hoe blij waren wij toen onze kinderen hier het kerstspel uitvoerden,
een volgende generatie die het stokje overneemt en ons laat genieten!
Op de derde dag vinden Jezus& ouders hem terug in de tempel, luisterend en pratend met de leraars.
Op de derde dag zal Maria later samen met zijn leerlingen hem terugvinden,
als hij opstaat uit de doden en ons allemaal de weg wijst naar het leven!
Dit is zijn weg, de weg van zijn Vader bij Wie Jezus moest zijn, de weg, de waarheid en het leven.

Als afsluiting neem ik als lid van Sant&Egidio u mee naar drie jaar geleden
toen we op het feest van de Heilige Familie deze paus hadden uitgenodigd bij de daklozen.
Hij kwam, at met hen, was buitengewoon hartelijk en zei: &Jullie zijn de echte familie van de kerk.&
Dat is de boodschap die ik graag meeneem: wij allen -wie en hoe we zijn- zijn Gods heilige familie!
Archief preken