Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Ben ik wel goed genoeg?

Viering: 4e zondag van de Veertigdagentijd

Lezingen:

  • Jozua 5, 9a.10-12
  • 2 Korintiërs 5, 17-21
  • Lucas 15, 1-3.11-32

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Veel gelovige mensen zijn ten diepste bang van God en onzeker over zichzelf: Ben ik wel goed genoeg?

Voor al die mensen - u en ik? - toont Jezus vandaag het beeld van God als een barmhartige Vader die met wijd open armen naar ons uitkijkt en niets liever wil dan ons laten merken: Jij bent de moeite waard; denk niet zo slecht over jezelf! God heeft ons lief, vindt ieder van ons zeer de moeite waard, wil helemaal niet terugkijken en straffen maar vooruitkijken en een nieuw beter begin maken.

Dat laat de eerste lezing zien. Jozua was de rechterhand van Mozes. Mozes had het volk Israël náár het beloofde land geleid, Jozua leidde het volk het beloofde land in. Pesach is het feest waarin de uittocht uit Egypte herdacht wordt als het feest van bevrijding. Onder zijn leiding wordt voor het eerst Pasen gevierd ín het beloofde land.

God zegt zijn volk niet: 'Jullie deugen niet, Ik ben jullie zat, dan maar niet het beloofde land in.' maar: 'Zelfs als jullie niet meer met mij, jullie Bevrijder, mee willen, omdat je niet durft te geloven dat Ik het echt goed met jullie voorheb, zelfs dan blijf Ik zoeken naar mogelijkheden om een nieuw begin te maken en jullie een toekomst van vrijheid en vrede te bieden.'

In zijn tweede brief aan de Korintiërs spreekt ook Paulus over dat nieuwe, bevrijdende begin: 'God heeft in Jezus een nieuw begin met ons allemaal gemaakt. In Jezus heeft God de wereld met zich verzoend. Hij telde de fouten van de mensen niet en wij mogen die boodschap van Jezus doorgeven': God is niet onze tegenstander en zelfs geen strenge rechter die ons op onze fouten wil betrappen, maar een liefdevolle God die ons ten volle wil laten leven, die ons te midden van onze fouten en gebreken met ogen van liefde ziet als prachtig mooie mensen die God gelukkig wil zien als mooie, vrije mensen die durven te leven uit liefde en met zorg voor elkaar.

Wat Paulus over Jezus schrijft, daar draaide het in het leven van Jezus inderdaad voortdurend om, zo mogen we ook vandaag weer in het evangelie verstaan. In plaats van dat God ons wil betrappen op de fouten die ieder van ons onvermijdelijk maakt, laat Jezus in zijn leven zien wie en hoe God is, doordat hij zelf voortdurend op zoek is naar mensen die in de samenleving als fout worden gezien. Hij steekt zijn nek uit door contacten te leggen die veel mensen gek of fout vonden, hij bekommert zich om mensen die er niet bij hoorden of zelfs bewust werden buitengesloten: de Samaritanen, de melaatsen, de prostituees, vrouwen, tollenaars. Tegen ieder van hen zegt Jezus: 'Jij hoort er wel bij.' En als mensen van hen zeiden dat ze zondaars waren en daarom gestraft moesten worden, dan deed Jezus daar niet aan mee, maar bood hun nieuwe levenskansen binnen de gemeenschap. Zo nodig vergaf hij in Gods Naam hun zonden, om een nieuwe start te maken, liever dan hen buiten te sluiten.

Dat is de achtergrond van het evangelie van vandaag waarin we Jezus een verhaal horen vertellen. Er zijn allerlei mensen die naar Jezus komen luisteren omdat hij dingen zegt en doet op een manier dat zij daar blij van worden en er wat mee kunnen. Voor een deel zijn dat juist die mensen die vaak met de nek worden aangekeken, die onzeker zijn over zichzelf omdat ze steeds veroordeeld worden, mensen die zondaars genoemd worden, ook al doet ieder mens wel eens wat fout. Er is een andere groep die op een afstandje staat te kijken en er schande van spreekt dat Jezus zich met deze mensen inlaat. Dat zijn dus de mensen van wie iedereen denkt dat zij beter zijn dan anderen: de farizeeën en de schriftgeleerden, al zijn dat natuurlijk ook gewoon mensen, gewoon zondaars. Maar zoals ik soms merk dat mensen die mij nog niet zo goed kennen, het idee hebben dat een pastor een apart soort mens is, die vast beter is dan zij zelf, bij wie zij om die reden niet vrijuit zichzelf durven te zijn, zo zag Jezus dat toen ook gebeuren. En daarom vertelde hij een verhaal over twee broers, kinderen van dezelfde vader. De ene durfde volop te leven, en deed daarbij wel eens domme dingen waar hij later spijt van had. Achteraf besefte hij echt hoe goed hij het bij zijn vader thuis had gehad, maar hij ging er vanuit dat hij die kans in het leven definitief verspeeld had. Die zoon moest eerst op de bodem van de put komen, letterlijk niks meer te eten hebben voordat hij - met de rug tegen de muur - naar zijn vader terugging om een boterham te vragen. Wat een verrassing voor hem dat zijn vader hem stond op te wachten en hem ook echt liet voelen hoe blij hij was dat zijn zoon terug was dat hij een feest begon.

De andere zoon was zich tijdens zijn afwezigheid steeds meer de betere zoon gaan voelen, en die was ongelooflijk boos toen hij zag dat zijn broer bij terugkomst een groter feest kreeg dan hij in de tussentijd ook had gehad. Hij dacht dat hij beter was en voelde zich miskend en jaloers. Hij zou zijn broer het liefst weggestuurd hebben of anders op zijn minst de rest van zijn leven steeds opnieuw er aan herinnerd hebben dat hij vroeger fout geweest was.

Dit verhaal is de spiegel die Jezus aan die twee groepen voorhoudt, maar daarmee aan ieder van ons, of wij onszelf op dit moment nu meer herkennen in de een of de ander. Waar het Jezus uiteindelijk om gaat is dat wij in die vaderfiguur zijn en onze Vader herkennen: God die van alle mensen houdt, ongeacht onze geschiedenis. God die wil dat alle mensen elkaar een nieuwe kans geven en helpen een goed leven te hebben.

Deze vierde zondag van de Veertigdagentijd heet: Laetare! Verheug u, wees blij! Op weg naar Pasen zijn we al op of zelfs over de helft!Pasen is het feest van het opstaan uit de dood, uit alles wat ons mensen klein houdt en weerhoudt om echt te leven. Pasen is het nieuwe begin, ook voor het leven van ieder van ons en van iedereen om ons heen. Laten we het lef hebben om die weg echt te durven gaan, niet meer bang te zijn voor God, ons niet te schamen voor onszelf of voor wat andere mensen misschien van ons vinden. Laten we op weg naar Pasen onszelf werkelijk laten bevrijden van onze angsten om als nieuwe mensen ten volle te gaan leven. Dat vraagt niet om te wachten tot het vanzelf Pasen wordt, maar om vandaag in onze eigen omgeving een start te maken met dat nieuwe bevrijde leven, onszelf en anderen te vergeven en de kans te grijpen die ons nú geboden wordt.
Archief preken