Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Op weg gaan met een boodschap van vrede, van Gods koninkrijk

Viering: 14e zondag door het jaar

Lezingen:

  • Jesaja 66, 10-14c
  • Lucas 10, 1-12.17-20

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Volgende week om deze tijd ben ik, als alles goed gaat, in Brazilië voor de Wereldjongerendagen. Elke twee of drie jaar nodigt de paus de jongeren van de wereld uit om een aantal dagen met hem samen te komen, en dit is uitgegroeid tot het grootste jongerenevenement ter wereld. Voor elke Wereldjongerendagen geef de paus de jongeren een bepaalde Bijbeltekst als motto mee. Voor de aanstaande Wereldjongerendagen in Rio de Janeiro is het thema: 'Ga, en maak alle volken tot mijn leerlingen.' Het is de een na laatste zin uit het Matteüsevangelie waarin Jezus zijn leerlingen uitzendt onder alle volkeren om hen tot zijn leerlingen te maken. Voor de meeste jongeren is dit een oproep die in hun eigen leven niet vanzelfsprekend is. En volgens mij geldt dit ook voor de meesten van ons hier, dat het niet vanzelfsprekend bij ons geloof hoort dat Jezus óns oproept om anderen tot zijn leerlingen te maken. Velen van ons zeggen dan al gauw: 'Ik ben geen Jehova's getuige en ik wil het niet worden ook.'

Voor mij is het wel bijzonder dat we op de laatste zondag dat ik hier ben voordat ik vertrek, in het evangelie volgens Lucas horen hoe Jezus zijn leerlingen uitzendt. Daarin horen we namelijk geen afsluitende doopformule, maar een verhaal dat ons vertelt hoe de leerlingen op weg gestuurd zijn en hoe zij met hun ervaringen bij Jezus terugkeren. Een verhaal dat ons veel meer perspectief geeft hoe wij die oproep van Jezus kunnen verstaan en kunnen proberen deze waar te maken. Het is het verhaal van het leven van Jezus, van Jezus met zijn leerlingen (toen en nu).

Dat verhaal vertelt ons hoe Jezus - halverwege het evangelie - op weg gaat naar Jeruzalem, de stad van Gods vrede, maar ook de stad waar hij weet hij tegenwerking en lijden zal ondervinden. En toch gaat hij vastberaden op weg, laat hij zich niet van zijn pad afbrengen.

Jezus gaat zijn weg niet alleen. Hij heeft leerlingen rond zich verzameld, twaalf in getal zoals de twaalf zonen van Jakob, van Israël, van heel het Joodse volk waartoe Jezus behoort en waartoe hij zich geroepen weet. Deze twaalf heeft hij eerder op weg gestuurd om te gaan doen wat hij zelf ook altijd doet: mensen onderweg aanspreken over Gods liefde, soms met een toevallig praatje, soms omdat ze naar hem toekomen, en soms omdat hij hen doelbewust aanspreekt, met een bijzondere aandacht voor die mensen die op de een of andere manier problemen hebben: door ziekte, door foute keuzes die ze in hun leven gemaakt hebben of dingen die verkeerd hebben uitgepakt of hen zijn overkomen, die gediscrimineerd worden omwille van hun afkomst of afgewezen vanwege hun geslacht. Voor al deze mensen opent Jezus zijn hart en zijn handen.

Vandaag stuurt Jezus een grotere groep leerlingen er op uit, zoveel als er (toen) volkeren bekend waren. Zeventig staat voor alle volkeren rondom Israël. Ook naar hen stuurt Jezus zijn leerlingen, en wel met een boodschap van vrede. Hij laat hen niet zeggen: 'Jullie moeten in Jezus geloven en anders maak ik je af.', zoals in latere eeuwen wel 'in naam van Jezus' is gebeurd, maar Jezus zelf stuurt hen met een boodschap van vrede en van heil en genezing voor de zieken, van aandacht en vriendschap, van nieuwe kracht in het leven. Het is een boodschap van kracht én van kwetsbaarheid. Jezus stuurt zijn leerlingen weg met een zeer open houding. Zo zegt Jezus, ondanks dat zijn leerlingen Joden zijn
die zich aan de Joodse spijswetten moeten houden, toch dat zij alles mogen eten wat men hun voorzet. Van de andere kant mogen ze - als ze met hun positieve boodschap van vrede komen, en dan toch afgewezen worden - demonstratief het stof van hun schoenen schudden waar ze niet aanvaard worden. Maar wat er ook gebeurt: Jezus laat zijn leerlingen niet in de steek. Hij heeft aandacht voor ieder van hen die in zijn naam op weg gaat en maakt, als ze terugkomen, tijd voor hun ervaringen. In beide gevallen blijft de boodschap hetzelfde: 'Het koninkrijk van God is vlakbij.' Dat is de kernboodschap van Jezus voor iedereen, toen en nu: 'Het koninkrijk van God is vlakbij.' Dat kunnen we verstaan als: het zit er aan te komen, maar misschien kunnen we het beter verstaan als: het ligt onder handbereik, het is vlakbij. Je hoeft je hand maar uit te steken en je raakt het aan. Je kunt er zelf door geraakt worden, en als je jezelf hierdoor laat raken, dan kan het vandaag nog werkelijkheid worden, voor jou, voor u en mij, en voor al diegenen die elke dag opnieuw moeten leven met uitbuiting en uitsluiting.

Eén kort uitstapje: In het evangelieverhaal is in verschillende overleveringen onduidelijkheid of er nu zeventig leerlingen worden uitgezonden of 72. In het boek Numeri staat ook een verhaal over zeventig oudsten van het volk die door Gods Geest zijn bezield om leiding te geven, en dan blijken er plotseling nog twee extra door Gods Geest bezield te zijn die evenzeer hun verantwoordelijkheid nemen waardoor het totaal op 72 komt. Mozes wijst die twee niet af, maar zegt: 'Ik zou willen dat iedereen zo zou spreken namens God, zo zou profeteren, en zich voor deze goede boodschap zou inzetten.' Ik interpreteer het als hulp van onverwachte kant.

Zo kan het ook vandaag zijn met al die mensen - ook met u en mij en ieder van ons - die met de boodschap van vrede van Jezus op weg willen gaan, om zijn leerling te worden, om mee te werken aan Gods koninkrijk, in Rio de Janeiro of hier in de parochie, als jongere of oudere, binnen de kerk of gewoon op straat of in de buurt. Op al die plekken en onverwachte momenten zullen wij ervaren dat we enerzijds soms tegenwerking zullen ondervinden en moed nodig hebben om met kracht en vreugde verder te gaan op die goede weg, maar anderzijds zullen we ook heel vaak merken dat wie goed doet, goed ontmoet, en we zullen ontdekken dat we op deze weg meer respect en sympathie tegenkomen dan we misschien zouden verwachten en ook hulp uit onverwachte hoek.

Jezus stuurt dus de twaalf er op uit en de (tweeën)zeventig, voor het volk van Israël en voor heel de wereld. Die dubbele zending versta ik zo: De boodschap van Jezus vraagt er om geleefd én gedeeld te worden, zowel in eigen vertrouwde kring als ook in alle vrijmoedigheid in de wereld om ons heen met wie we ook maar ontmoeten op onze levensweg. Zo mogen wij met Jezus op weg gaan totdat ooit Jeruzalem voor alle volken straalt van vreugde, en een ieder elkaar in vrede mag ontmoeten.
Archief preken