Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Paus Franciscus

Viering: OVERWEGING OP DE EEN-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezingen:

  • Amos 6, 1a-4-7
  • Lucas 16, 19-31

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

Een maand geleden heb ik hier met u allen een voorproefje mogen nemen op mijn gouden jubileum als jezuïet. Dat was fijn, het voelde als een warm bad. Drie weken geleden, op 8 september, heb ik het feest dan eigenlijk gevierd in de volle kerk van de Krijtberg, met familieleden, jezuïeten uit binnen- en buitenland, vrienden en oud-leerlingen. Ook enkelen van u waren erbij aanwezig. Het was een prachtige dag, mede dankzij de zon die verrassend boven ons hoofd danste. Een vriend, van wie komende week een nieuw boek over de Amsterdamse grachten uitkomt, was de gids tijdens de rondvaart met vijftig gasten. Een bevriende Duitse medebroeder, die werkt voor Radio Vaticana, bracht een apostolische zegen van paus Franciscus mee, prachtig gekalligrafeerd op perkament.

Als dank wil ik u nu trakteren op enkele passages uit een lang interview van 29 bladzijden, dat een Italiaanse jezuïet, namens de hoofdredacteuren van zestien jezuïetentijdschriften in Europa en Amerika, onlangs van paus Franciscus heeft afgenomen. Natuurlijk was daarin uitgebreid aandacht voor de visie van deze eerste jezuïetenpaus voor de orde waartoe hij behoort. Maar voor u heb ik andere onderwerpen uitgekozen. Ik begin met het eerlijke zelfportret dat Jorge Mario Bergoglio van zichzelf geeft: ‘Ik ben een zondaar op wie de Heer zijn blik heeft laten vallen.’

Bijna halverwege het interview komt paus Franciscus te spreken over heiligheid: ‘Ik beschouw heiligheid als aanwezig in het Godsvolk dat geduldig is: een vrouw die haar kinderen opvoedt, een man die werkt om brood op tafel te brengen, de zieken, de oudere priesters die dikwijls heel diep gekwetst toch de glimlach bewaren, omdat ze de Heer hebben gediend, de zusters die zo hard werken en een verborgenheid beleven. Dat is voor mij de gewone heiligheid. Heiligheid associeer ik heel dikwijls met geduld, het geduldig aanvaarden en opnemen van de gebeurtenissen en omstandigheden van het leven, maar tevens een voortdurend verder gaan, dag na dag. Dat is de heiligheid van mijn ouders geweest, van mijn vader, van mijn moeder, van mijn grootmoeder Rosa die zoveel goeds voor mij heeft gedaan.’

Enkele bladzijden verder gaat hij in op de taak van de Kerk: ‘Wat de Kerk vandaag het meest nodig heeft, is het vermogen om wonden te helen en om de harten van de gelovigen aan te wakkeren, gecombineerd met nabijheid en meevoelen. Ik beschouw de Kerk een beetje als een veldhospitaal net na een slag. Het heeft geen zin om aan een zwaargewonde te vragen hoe hoog zijn cholesterolgehalte is en hoe het zit met zijn suikerspiegel. Je moet eerst zijn wonden helen, pas daarna kun je over de rest praten. Wonden helen, wonden verzorgen ... en je moet van onderaf beginnen. Daarom moeten de kerkbedienaren wezenlijk bedienaren van de barmhartigheid zijn.’

De interviewer vroeg de paus naar zijn visie op de vrouw. Deze antwoordde: ‘Men moet meer ruimtes scheppen waarin de vrouw in de Kerk krachtiger aanwezig kan zijn. Vrouwen stellen heel diepe en pertinente vragen die men moet aanpakken. De Kerk kan gewoon niet zichzelf zijn zonder de vrouw en haar rol. De vrouw is voor de Kerk absoluut noodzakelijk. Maria, een vrouw, is belangrijker dan de bisschoppen. Ik zeg dit, omdat men functie en waardigheid niet mag verwarren. Men moet dus de plaats van de vrouw in de Kerk grondiger bestuderen.’

Een ander thema is de ontmoeting met God. Daarover zegt paus Franciscus het volgende: ‘Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als de tekst van een opera waarin alles al beschreven staat, maar het behelst vertrekken, op weg zijn, doen, zoeken, vinden, enzovoorts. Je moet dus in het avontuur stappen van de zoektocht naar de ontmoeting, dat wil zeggen: je laten zoeken en je laten ontmoeten door God. God is altijd een verrassing, en je weet dus nooit precies waar en hoe je Hem moet vinden. Het is niet aan jou om tijd en plaats van de afspraak met God vast te leggen. God is aanwezig in het leven van iedereen. Ook als het leven van iemand een puinhoop is, als het verwoest is door ontucht, door drugs, of door wat dan ook, dan is God toch aanwezig in zijn leven. Men kan en moet Hem vinden in elk menselijk leven. Ook als iemands leven overwoekerd wordt door onkruid en doornen, dan is er nog steeds ruimte waar het goede zaad kan ontkiemen. Je moet op God vertrouwen.’

Tenslotte, tegen het eind van het interview, geeft hij enkele gedachten over gebed: ‘Het gebed is voor mij steeds een gebed vol herinneringen, herinneringen aan mijn eigen levensverhaal of aan wat de Heer heeft gedaan in zijn Kerk of in een bepaalde parochie. En dan vraag ik me af: 'Wat heb ik gedaan voor Christus? Wat doe ik voor Christus? Wat hoor ik te doen voor Christus? Bovenal weet ik ook dat de Heer zich mij herinnert. Ik kan Hem vergeten, maar Hij vergeet me nooit!'

Dit interview geeft mij goede zin en energie; hopelijk ook aan u. Laten we ermee aan de gang gaan, vandaag en de komende dagen. En mogen we ons daarbij gezegend weten door de Geest van God. Amen.
Archief preken