Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Paus Franciscus(2)

Viering: OVERWEGING OP DE DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezing:

  • Lucas 18, 9-14

Geschreven door: Pater Paul Begheyn sj

Vorige maand heb ik u citaten gepresenteerd uit een lang interview dat paus Franciscus heeft laten afdrukken in zestien tijdschriften van jezuïeten, wereldwijd. Na afloop merkte ik dat de aangesneden onderwerpen in dat interview u hebben aangesproken, en dat enkelen van u er wel meer over wilden weten. Daar was ik blij mee.

Afgelopen twee weken was ik voor mijn werk in Rome, en maakte er een afspraak met de Italiaanse jezuïet, die namens de hoofdredacteuren van al die tijdschriften in feite het interview heeft gehouden, in drie sessies van elk twee uur. Het is de 47-jarige Antonio Spadaro uit Messina op Sicilië, een goedgemutste man vol energie. 'Je ziet er moe uit', zei ik tegen hem, toen hij me bij de deur van het redactiegebouw begroette. Hij legde me uit dat hij sinds het interview meer dan duizend reacties heeft gehad uit heel de wereld. 'Die aandacht vreet me enigszins op', zei hij verontschuldigend. 'Tijd voor vakantie?', opperde ik. 'Dan kom ik graag weer naar Amsterdam', glimlachte hij. 'Het bezoek van enkele jaren geleden bij jou in huis is me goed bevallen.' 'Doen hoor!', moedigde ik hem aan.

Antonio en de paus hadden elkaar ontmoet op de wereldjongerendagen in Rio. De mogelijkheid van een interview kwam ter sprake, maar daar voelde de paus aanvankelijk weinig voor: 'Ik kan vaak niet zo heet van de naald antwoorden', verontschuldigde hij zich. Maar teruggekeerd in Rome, kwam hij kennelijk tot andere gedachten. Op een morgen belde hij naar het jezuïetenhuis waar Antonio woonde. De portier nam de telefoon op: 'Pronto?' 'Kunt u me doorverbinden met pater Spadaro?' 'Die is momenteel niet thuis . Wie kan ik zeggen dat er gebeld heeft?' 'Papa Francesco', klonk het antwoord. De portier schrok zich wild, maar werd door de paus van zijn schrik afgeholpen: 'Kunt u mij dan het rechtstreekse doorkiesnummer van pater Spadaro geven?' 'Ja, Heilige Vader, natuurlijk, Heilige Vader.' Antonio vertelde me dit voorval met veel plezier, en ook dat hij zelf een tijd later telefoon kreeg van iemand, die vroeg: 'Hoe gaat het met je vandaag?' Het was papa Francesco.

Het bijzondere van de paus is, dat hij niet ingewikkeld doet. Hij is eenvoudig, recht door zee, 'elettrico', elektrisch, zei Antonio enkele keren. Hij is nu van plan om het interview in boekvorm uit te geven, vergezeld van commentaar en uitspraken van de paus, die uiteindelijk niet in de publicatie in al die tijdschriften zijn terechtgekomen. Er staat ons dus nog het nodige te wachten.

Het was prachtig weer in Rome, af en toe een beetje broeierig. Het was fijn om deels lopend, deels per bus van mijn woonadres naar mijn werkadres te gaan, elke morgen en middag. Vaak zag ik dan jonge priesters voorbij paraderen, in lange soutanes met kwasten, platte hoeden en gouden manchetknopen. En vele malen heb ik de afgelopen jaren de neiging gehad om hen op straat tegen te houden, en te vragen: 'Waar ben je nou toch mee bezig!' Maar ik heb het nooit gedaan. Zij vormen de aanloop naar de Duitse bisschop van Limburg an der Lahn, die met een eersteklas vliegticket naar een armoedeproject in India vloog, en zijn huis voor 31 miljoen liet verbouwen, zes keer zoveel als begroot. De paus heeft hem voorlopig op non-actief gesteld.

En hiermee zijn we aangeland bij het verhaal van het evangelie van vandaag. Daarin beschrijft Lucas, patroon van onze kerk, wat mensen voor hun kiezen krijgen, die overtuigd zijn van eigen gerechtigheid en die anderen minachten. Zoals vaker houdt Jezus zijn toehoorders een parabel voor, opdat zij zelf hun conclusies kunnen trekken. Kijk naar het tafereel, en zie twee mensen, twee mannen, een farizeeër en een tollenaar. De één een farizeeër, een Schriftgeleerde, die precies weet wat er in de wet staat, en daarmee God in zijn zak denkt te hebben; een fraai uitgedoste man met kwasten aan zijn kleding. De ander een tollenaar, die namens de bezettende macht geld inzamelt, en om die reden met de nek wordt aangekeken. Het eerste type is vol van zichzelf: 'God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen. Ik vast tweemaal per week, enzovoort. Drie maal ik. Ikke ikke ikke, en de rest kan stikken. Wie zo van zichzelf vervuld is, heeft geen ruimte voor God, laat staan voor een andere mens.

Het tweede type weet wie hij is en wat hij nodig heeft: 'God, wees mij zondaar genadig'. Een mens van weinig woorden, maar van een diepe zelfkennis, en dus ook van Gods mogelijkheden. Dit gebed van de tollenaar is in de christelijke traditie bekend geworden als het Jezusgebed. Het is een gebedsvorm uit het Oosters christendom, en ontwikkelde zich bij de woestijnvaders in de vierde eeuw. Het heeft in de loop van de geschiedenis verschillende perioden van opleving gekend, onder meer in Rusland. Het mooie van het Jezusgebed is dat je het bidden kunt, wanneer je geen woorden weet. Je kunt het eindeloos herhalen, als je op de fiets zit, en ziek in bed ligt. Het kan je diepe vrede schenken.

Laten we dus dankbaar zijn voor de tollenaar, die zo durfde te bidden, en laten we hem daarin navolgen.
Amen.
Archief preken