Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

In God is er leven, sterker dan de dood.

Viering: 32e zondag door het jaar

Lezingen:

  • 2 Makkabeeën 7, 1-2.9-14
  • Lucas 20, 27-38

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

De twee lezingen van vandaag zijn bij elkaar gekozen vanwege de thematiek van het geloof in een leven na de dood. Tegelijkertijd zijn ze daarin ook zo verschillend dat ze van een onvergelijkbare orde zijn.

In het evangelie is het in zekere zin een theoretische kwestie. Zoals er nu mensen zijn die geloven in reïncarnatie (mensen en dieren die in een eindeloze cyclus blijven terugkeren totdat ze eindelijk een voldoende niveau van verlichting hebben bereikt) of dat alles eindigt met de dood, en zoals er mensen zijn die zeggen dat de dood hier op aarde het begin betekent van een hemels leven met God, zo waren er op dit punt in de tijd van Jezus binnen het jodendom twee hoofdstromingen die ruwweg samenvielen met de Sadduceeën en de Farizeeën. De tempelmensen, de Sadduceeën, geloven niet in een leven na de dood, en de meer volkse stroming, de Farizeeën, houdt vast aan Gods liefde over de grens van de dood.

Bij de Makkabeeën in de eerste lezing is leven na de dood of geen leven na de dood absoluut geen theoretische kwestie. We horen hier de onvoorstelbare wreedheid waarmee een familie gemarteld wordt omdat ze weigeren de traditie van hun voorouders af te zweren en varkensvlees te eten, en geloof het of niet: dit is nog de milde versie. In werkelijkheid wordt precies en tot in details beschreven hoe de moeder moet toekijken hoe al haar zeven zonen doodgemarteld worden, en daarna gebeurt met haar hetzelfde. Het verhaal van de Makkabeeën gaat over de vrijheidsstrijd van enkele Joodse families die zich verzetten tegen de Griekse overheersing. Zij kiezen ervoor om trouw te zijn aan hun volk, aan hun God, aan hun geschiedenis, en zijn bereid hiervoor zo nodig hun leven te geven.

Dat houden ze vol, ook als de een na de ander doodgemarteld wordt, in de overtuiging - die ze ook hardop verkondigen - dat God hen trouw zal blijven ook over de grenzen van de dood heen, waar de handen van hun wrede onderdrukkers geen macht meer hebben. Zij spreken hun geloof uit dat trouw zijn aan God in dit leven door God beloond zal worden, zo niet in dit leven dan in een volgend leven. Letterlijk zegt een van hen, midden in zijn martelingen: 'Ellendeling! U beneemt ons nu wel het tegenwoordige leven, maar de koning van de wereld zal ons na onze dood tot een nieuw, eeuwig leven opwekken, omdat we omwille van zijn voorschriften gestorven zijn.' En een andere broer zegt op zijn beurt tegen de koning: 'U kunt doen wat u wilt, omdat u macht hebt onder de mensen, ook al bent u sterfelijk. Maar denk niet dat ons volk door God verlaten is. Wacht maar, u zult zijn geweldige kracht nog wel ervaren wanneer hij u en uw nageslacht foltert!'

Door Jezus zelf, door zijn leven, dood en verrijzenis is de opstanding de kern van het christendom. Het Griekse denken gaat uit van een onsterfelijke ziel en een sterfelijk lichaam. Andere stromingen houden vast aan reïncarnatie. Dit kunnen stevige uitdagingen zijn voor de christelijke boodschap, maar uiteindelijk is de kern daarvan het vertrouwen op de levende liefhebbende eeuwige God.

In het evangelie komen enkele Sadduceeën bij Jezus. Zij geloven dus zelf niet in de opstanding maar willen dit geloof belachelijk maken, en gebruiken daarvoor een cabaretachtige karikatuur van het zwagerhuwelijk. Het is niet helemaal toevallig dat deze Sadduceeën met het voorbeeld van kinderen aankomen. Kinderen werden gezien als het voortleven van jezelf. Wie geen kinderen heeft en sterft, is daarom voor altijd dood. Je leeft niet voort in je nageslacht, en niemand herinnert zich jou meer. Dus heeft in dit Joodse denken een mens recht op kinderen. Daarom is er het zogenaamde zwagerhuwelijk. Als een man kinderloos sterft, moet zijn broer met zijn vrouw trouwen en kinderen geven. Zo heeft de vrouw alsnog kinderen, en in zekere zin ook zijn overleden broer. Ze hebben alsnog nageslacht, en leven dus voort, hebben overleefd, een toekomst gecreëerd. Dit gegeven rekken deze Sadduceeën tot zeven keer op, puur om het belachelijk te maken.

Jezus reageert hierop, in de wetenschap dat de Sadduceeën niet de hele Joodse Bijbel erkennen, maar alleen de eerste vijf boeken van Mozes als Gods Woord aanvaarden. Dat Woord is heilig, maar in de eerste vijf boeken van de Bijbel wordt niet gesproken over de opstanding uit de doden. Dat is precies een reden waarom de Sadduceeën er niet in geloven: het staat niet in hun Bijbel!

Jezus gaat het er niet om wie de discussie wint of om zijn gelijk te halen, maar om zijn gesprekspartners opnieuw aan het denken te zetten. Daarom haalt hij een citaat uit het boek Exodus aan, uit het tweede boek van de Bijbel dus, uit het kernverhaal uit heel de Bijbel, dat ook voor Sadduceeën ten volle Gods Woord is. Het is nota bene de prachtige tekst waar God zichzelf met zijn Naam bekendmaakt aan Mozes: 'Ik ben Die Ik ben. Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.' (Ex. 3, 6) Doordat God zich met deze Naam aan Mozes bekendmaakte terwijl Abraham, Isaak en Jakob ten tijde van Mozes allang dood waren, laat God zien dat deze drie voor God nog leefden, ook al waren ze allang dood. God trekt dus met ons mee en blijft ons trouw, ook door de dood heen.

Zo laat Jezus zien dat Gods liefde sterker is dan de dood, dat God ons altijd blijft gedenken omdat onze namen staan geschreven in de palm van Gods hand. Hoe het leven voorbij de dood eruit zal zien, dat weten we niet, maar het zal bij en met God zijn, en dan is alles dus goed. Overigens zegt Jezus er nog wel iets over. Wie eenmaal uit de doden is opgestaan, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt. Anders dan de Sadduceeën veronderstellen, is het in die andere wereld bij God niet meer nodig om kinderen te produceren om zelf voort te kunnen leven. Wie daar is, is zelf al door God uit de dood opgewekt tot nieuw leven, is zelf een kind van God. Zoals de engelen voor Gods troon leven en spelen, en hun eigen toekomst niet veilig hoeven stellen, zo zal het ook voor ons mensen zijn, als wij eenmaal door de dood heen voor Gods aanschijn leven.

Wij zijn kinderen van de Vader die ons zelf uit de dood doet opstaan tot nieuw leven, zoals God ook Jezus uit de doden heeft doen opstaan. Dat mag ons hoop en kracht geven, hier en nu in dit leven, om zonder angst te durven leven en de juiste keuzes te maken en daarvoor te staan, om anderen te helpen om werkelijk te kunnen leven, zonder angst voor de dood.
Wij zeggen wel dat onze enige zekerheid is dat we op een dag doodgaan. Maar minstens zo zeker is, dat God trouw is en ons liefheeft, en dat het leven dus doorgaat. In God is er leven, sterker dan de dood.
Archief preken