Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

LEEFREGELS VOOR BEVRIJDE MENSEN

Viering: 6e zondag door het jaar

Lezingen:

  • Jezus Sirach 15, 15-20
  • Jezus Sirach 15, 15-20

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Er zijn nogal wat misverstanden mogelijk als we Jezus zo horen spreken in de Bergrede.
En dan heb ik het niet over mensen die de woorden van Jezus zo letterlijk nemen,dat ze hun hand afhakken of hun oog uitrukken omdat ze anders zouden zondigen.
Twee belangrijke misverstanden zou ik graag met u uit de weg ruimen, om des te beter te verstaan wat Jezus ons wél wil zeggen.
De eerste is dat er een tegenstelling is tussen de Joodse Wet en de leer van Jezus.
Er is een tijd geweest - waarvan ik alleen maar kan hopen dat die nu achter ons ligt - dat christenen in groten getale dachten en ook zwart-wit aangeleerd kregen dat het jodendom staat voor hardvochtige regels, kortweg de Wet, met als korte samenvatting: oog om oog, tand om tand, en dat het christendom staat voor de liefde van God die we in Jezus ontmoeten, ook wel genoemd: de genade, de vrijheid waarmee Jezus die Joodse Wet heeft afgeschaft
en daarvoor in de plaats het dubbelgebod van de liefde heeft geplaatst:
Heb God lief bovenal en je naaste als jezelf.
Welnu, Jezus zegt vandaag heel duidelijk dat hij niet is gekomen om de Wet op te heffen, maar om Wet en Profeten te vervullen.
Wat in het christendom wel de Joodse Wet wordt genoemd,
is feitelijk het eerste deel van de Joodse Bijbel, of ook wel de Joodse Bijbel als geheel, en natuurlijk wilde Jezus die niet afschaffen.
Het was voor hem net als voor elke jood én christen het Woord van God, de ‘richtlijn voor ons leven’, zoals het woord Tora veel beter vertaald kan worden dan als Wet.
Jezus leeft met de Bijbel als Woord van God, hij leeft er uit, hij leeft er naar, maar het is voor hem geen dode letter, maar een levende realiteit die betekenis heeft voor ons leven.
En precies daarom doet Jezus wat elke gelovige Jood doet, namelijk erover in gesprek gaan:
Als we lezen dat Mozes op onze tocht door de woestijn van God de geboden heeft gekregen, wat zouden die dan vandaag voor ons betekenen, hoe vertalen we die naar onze concrete praktijk?
Dus als we Jezus in de Bergrede horen zeggen:
‘Jullie hebben gehoord dat tot de ouden gezegd is: U zult niet doden. Maar ik zeg jullie ...’,
dan betekent dit niet dat Jezus nu al die oude troep maar eens af wil schaffen of liefdevol wil maken
maar dat er een heel klein vertaalfoutje in onze bijbel geslopen is.
De Nieuwe Bijbelvertaling heeft die zogenaamde tegenstelling gelukkig verbeterd.
Jezus zegt namelijk niet: ‘God heeft tegen Mozes en het volk A gezegd, máár ik zeg nu B.’
Natuurlijk niet! Maar Jezus zegt: ‘God heeft tegen Mozes en ons A gezegd ...
en ik zeg dat dit A door ons vandaag zo zou kunnen of moeten worden toegepast.’
Niks geen tegenstelling tussen Joodse Wet en christelijke genade en vrijheid,
niks geen tegenstelling tussen jodendom dat voor de verleden tijd staat,
waar Jezus met het christendom afstand van zou nemen.
Er is maar één Bijbel voor de christenen en 80% daarvan is de Joodse Bijbel, voor Jezus én ons.
Het tweede mogelijke misverstand is dat Jezus de geboden van de Joodse Bijbel
door zijn interpretatie zoveel scherper maakt
dat het voor mensen onmogelijk wordt ernaar te leven.
Voorbeelden daarvan zijn dan vandaag te vinden in de uitleg van Jezus van de Tien Geboden.
Waar daar staat: ‘Gij zult niet moorden’, zegt Jezus nu:
‘Als je iemand uitscheldt voor domkop, ben je schuldig aan moord, en word je daarvoor gestraft.’
En waar in de Tien Geboden staat dat je niet mag echtbreken, dan horen we Jezus nu zeggen:
‘Wie begerig naar een vrouw kijkt, heeft in zijn hart feitelijk al echtbreuk gepleegd.’
Dit betekent waarschijnlijk dat wij hier nu met een kerk vol moordenaars en echtbrekers zitten,
want allemaal hebben we wel eens iemand uitgescholden,
en ik mag hopen dat we allemaal ook wel eens gedacht hebben:
Hmm, wat een mooie vrouw of man, jongen of meisje is dat!
Natuurlijk heeft Jezus dat zelf ook gedaan, en natuurlijk verbiedt Jezus het ons niet.
Dat zou ook complete onzin zijn, want geen mens kan zijn of haar (lust)gevoelens zelf kiezen.

Blijft de vraag hoe we de - belangrijke! - uitspraken van Jezus dan wel moeten verstaan,
want de Bergrede is zelfs de samenvatting van heel de boodschap die Jezus ons wil leren.
Mij heeft het geholpen om de laatste zin van dit hoofdstuk te lezen.
(We hoorden die vandaag nog niet, maar wel volgende week.) Daarin zegt Jezus:
‘Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is.’
Daarmee geeft Jezus de richting aan.
Natuurlijk verwacht Jezus ook niet van ons dat wij even goed zijn als God zelf,
maar wel wordt ons zo de richting gewezen waar we heen moeten (kijken).
De Tien Woorden, zoals de Bijbel de Tien Geboden beter benoemt,
zijn geen starre regels, maar geven de richting aan waarin God met ons mensen wil gaan.
Het eerste van die Tien Woorden, dat wij helaas altijd vergeten, is:
Ik ben de HEER, jullie God, die jullie heb bevrijd uit het slavenhuis van Egypte.
En al de geboden die dan volgen, zijn dus bedoeld om niet langer als slaven te leven,
niet langer letterlijk slaven van de Farao van Egypte, maar ook geen slaven meer van andere afgoden,
dus ook geen slaven meer van onszelf, van onze zucht naar macht, naar geld, naar zekerheid,
maar de richtlijnen die God ons geeft - als we die verstaan in de zin waarin God ze voor ons bedoelt -
die laten ons mét elkaar leven als bevrijde, nieuwe, vrije mensen, mensen die kunnen samen-leven.
Dus zijn die regels per definitie ook niet bedoeld om ons te maken tot mensen
die bij alles wat ze doen, bang moeten zijn voor God, en nooit een fout mogen maken.
Dan zouden we alsnog slaaf zijn, slaaf van God die daarmee dan de opvolger van de Farao is.
Nee, God geeft in de Tien Woorden de grenzen aan van wat (on)menselijk is,
tussen wat ieder mens diep in het eigen hart en in het eigen geweten wéét wat goed en fout is,
wat je wel doet als je je medemens inderdaad als een mede-mens ziet, en wat niet,
wat je doet om je medemens gelukkig te maken of kapot te maken.
Een aantal van die Tien Woorden bepalen de grens van menselijk en onmenselijk,
zoals de bewuste keuze tot het vermoorden van je medemens,
of het - als persoon of als overheid - wegroven van het dak boven zijn hoofd en eten en drinken,
of het wegnemen van iemands goede naam
(met onze tong kunnen we iemand meer kapot maken dan met onze vuisten),
of het stelen van iemands geliefde, want daarover gaat het ‘Gij zult niet echtbreken.’
Dat gaat niet over het menselijk onvermogen als een huwelijk uitloopt op een echtscheiding,
maar over het bewust inbreken in de relatie en het geluk van een ander.
Zeker kan ik er niets aan doen als ik een ander leuk vind of zelfs verliefd word op een ander.
Dat is inderdaad gewoon menselijk, maar als ik - zoals de Statenvertaling zegt -
naar een vrouw (van een ander) kijk om haar te begeren
en het dan zover laat komen dat ik de relatie van die ander kapot maak,
dan gedraag ik me onmenselijk, dan overschrijd ik de grens van wat (on)menselijk is.
Zo zijn de Tien Woorden geen rijtje dat kinderen uit hun hoofd moeten leren
om niet te jokken of uit de suikerpot te snoepen,
maar als het ware minimumvoorwaarden om je menselijk te gedragen.
Vanzelfsprekend gaat Jezus akkoord met die leefregels voor een menselijke samenleving,
maar en vandaag nodigt hij ons uit om de liefde de maat te laten zijn van alle dingen:
Leer eens met de ogen van God te kijken die als een barmhartige Vader is,
en geen kruidenier die onze fouten weegt om onze straf te bepalen of er op uit is ons te betrappen,
die ook als wij mensen de grenzen van (on)menselijk gedrag overschrijden,
met wijd open armen klaar staat om ons welkom te heten
en wil helpen om met elkaar opnieuw te beginnen,
om bínnen de grenzen een positieve bijdrage te leveren
en bij te dragen aan elkaars geluk en een werkelijk menselijke samenleving.
Archief preken