Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

De andere wang..

Viering: 7e zondag door het jaar

Lezingen:

  • Leviticus 19,1-2 en 17-18
  • Matteüs 5,38-48

Geschreven door: Jan Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

We hebben vorige zondag gehoord dat Mattheüs in zijn evangelie een eigentijdse uitleg geeft van verhalen uit de Hebreeuwse bijbel, die wij het O.T. noemen. De verhalen in de eerste hoofdstukken van het evangelie van Mattheüs lopen parallel met verhalen uit Genesis en Exodus. In het boek Exodus gaat de verhaallijn als volgt. Het joodse volk is tot slaaf geworden in Egypte en wordt door de hand van God bevrijd. Het trekt met Mozes droogvoets door de Schelfzee, gaat door de woestijn en komt na veertig dagen bij de Horeb. Mozes gaat de berg op en ontvangt de tien geboden, de leefregels. Het volk zwerft veertig jaar door de woestijn. Als het bij de grens van het land gekomen is en Mozes oud, prent hij opnieuw het volk deze leefregels in het geheugen. Het volk mag nooit vergeten dat het door God bevrijd is uit de slavernij van Egypte om tot vrije mensen te worden. Het volk ontvangt de tien geboden, leefregels, richtingwijzers. Als het Joodse volk en ook wij ze volgen dan kunnen we uitgroeien tot vrije en rechtvaardige mensen en mogen het Land beërven om er in geluk en vrede te wonen.
Mattheüs volgt in het begin van zijn evangelie deze verhaallijn van Exodus. Maria en Jozef die met het kind Jezus vluchten naar Egypte opdat het Schriftwoord in vervulling kan gaan: Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen. Na Egypte gaat Jezus als het ware door het water van de dood bij de doop in de Jordaan. Daarna is hij veertig dagen in de woestijn.
Aan het begin van het vijfde hoofdstuk van Mattheüs lezen we dat Jezus de berg opgaat. En iedere Joodse luisteraar zal direct denken aan Mozes die ook de berg opging om de tien geboden van God te ontvangen en ze aan het volk te geven. In de Bergrede geeft Jezus een eigentijdse uitleg van de tien geboden en brengt zo deze leefregels weer heel dicht bij de mensen. Jezus begint zijn Bergrede met de Zaligsprekingen. De tien geboden zijn de leefregels die nodig zijn om te kunnen wonen in het land van belofte. En zo horen we in de Zaligsprekingen de voorwaarden die nodig zijn om deel te hebben aan het koninkrijk der hemelen, het rijk van gerechtigheid. Het land van belofte en het rijk van gerechtigheid zijn hetzelfde.
Vorige zondag hoorden we hoe Jezus ons de tien geboden voorhield met een bijna schokkende radicaliteit om ons ervan te doodringen dat wij de medemens op geen enkele wijze schade mogen toebrengen.
In de evangelielezing van deze zondag verrast Jezus ons opnieuw met zijn uitleg.
In het boek Exodus is sprake van oog om oog en tand om tand. Dat wordt door ons meestal negatief verstaan als kwaad met kwaad vergelden in de zin van wraak. In de oude tijden was de regel van “oog om oog en tand om tand “ al een hele vooruitgang en een bescherming van de dader. Als iemand een ander een tand uitslaat dan mag deze daad niet bestraft worden door een groter letsel. De straf mag niet buiten proportie zijn. Toch blijft het kwaad met kwaad vergelden en het is maar de vraag of het daarbij blijft. Zijn daarmee de haat- en wraakgevoelens weggenomen of kunnen deze ieder moment weer de kop opsteken. Jezus wil de cirkel van geweld doorbreken en daarom zegt hij: als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Het verwachtingspatroon van de dader die nu ook een klap verwacht, wordt doorbroken en hij zal perplex staan. Daarbij komt dat als ik mijn gezicht draai, mijn blik die van mijn tegenstander zal kruisen en ik hem recht in de ogen zal zien.
Dat is het moment waarop de ene mens de ander moet gaan zien als mens, als persoon en de ene mens door het gelaat van de ander ter verantwoording wordt geroepen, er een beroep gedaan wordt op zijn verantwoordelijkheid. Verwachtingspatronen doorbreken door iemand meer te geven dan hij vraagt. Wil iemand je hemd, geef hem dan ook je mantel. Wil iemand je pressen één mijl met hem te gaan, ga dan twee mijlen met hem mee.

Dan komt de moeilijkste tekst uit de bijbel. Heb uw vijanden lief. Wie is mijn vijand ?
Iemand die inbreuk doet op mijn persoon en mijn bezit, lichamelijk, geestelijk of materieel. Die mij als persoon niet respecteert en een grens overschrijdt door belediging, vernedering, mishandeling, geweld of diefstal. Iemand die mij probeert te onderwerpen aan zijn macht en die in het ergste geval mij niet ziet als persoon, een mens, maar als een object. Daartegen moet ik mij verdedigen om mijn persoon te beschermen, omwille van mijn vrijheid, eigenwaarde en zelfbehoud. Wie mij vijandig benadert en mij schade toebrengt, kan niet verwachten dat ik hem zie als een vriend. Hij maakt zelf dat ik hem beschouw als mijn vijand en hem afweer.
Maar is het tegenovergestelde ook waar ? Wie goed doet, die goed ontmoet. Lang niet altijd. Mensen die opkomen voor recht en gerechtigheid, die de waarheid boven tafel willen krijgen, stuiten op een muur van weerstand omdat zij kritisch staan tegenover een gevestigde orde die geen afstand wil doen van haar macht. Politieke en economische belangen wegen vaak zwaarder dan gerechtigheid en het welzijn van mensen. De machthebbers zien dan mensen die zoeken naar waarheid en gerechtigheid als een bedreiging van hun belangen en positie en dus als vijand. We denken aan demonstranten voor mensenrechten, eerlijke verkiezingen, politieke gevangenen en klokkenluiders.
Er is nog een andere vorm van vijandschap waar we vaker mee te maken hebben namelijk de denkbeeldige vijand. Zo zijn er vijandsbeelden die gecreëerd worden. De ene staat verklaart de oorlog aan een andere staat. Wordt hiermee iedere inwoner van het ene land noodzakelijk de persoonlijke vijand van die van het andere land ? De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig leefde in het begin van de twintigste eeuw. Hij vond het onbegrijpelijk dat bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hij zijn Franse vrienden zou moeten gaan beschouwen als vijanden. In de Koude Oorlog van de jaren vijftig zagen Amerika en West-Europa Rusland en het communisme als de grote vijand, daarna volgde China en tegenwoordig voelt de Westerse wereld zich bedreigd door de Islam die vaak vereenzelvigd wordt met de kleine terroristische tak binnen haar fundamentalisme. Door bepaalde groeperingen en de media wordt angst gecreëerd en ontstaan onterechte vijandsbeelden. Onbekend maakt onbemind. We hebben angst voor het vreemde en zo wordt de vreemdeling tot vijand.

Er komt bij mij nog een andere gedachte op. Heeft God vijanden ? Daar is de bijbel heel duidelijk over. De Psalmist zegt in Psalm 68: God staat op, zijn vijanden worden verstrooid, zijn haters vluchten voor zijn aangezicht. Gelijk rook verdreven wordt, verdrijft Gij hen; gelijk was smelt voor het vuur, zo vergaan de goddelozen voor Gods aangezicht. Wie zijn Gods vijanden en haters ? God heeft een plan met deze wereld. Hij wil bevrijden, opkomen voor recht en gerechtigheid en inspireert mensen om daaraan gestalte te geven.
De Psalmist zegt over God: Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen. God die eenzamen in een huisgezin doet wonen, die gevangenen uitleidt in voorspoed.
Wie het werken aan recht en gerechtigheid willens en wetens afbreekt en daar later geen berouw van heeft, is een vijand van God en zijn gerechtigheid. We zien het in haar ergste vorm in dictaturen. Mensen worden jarenlang met een ideologie geïndoctrineerd en de menselijkheid verdwijnt. Alles draait om macht en blinde gehoorzaamheid aan de leider. In deze keten van macht, gezag en geweld ontpoppen zich de beulen en sadisten. We hebben de afgelopen week kunnen lezen over de gruweldaden in Noord-Korea dat door China gesteund wordt en dat op zijn beurt weer de belangrijkste geldschieter van de Verenigde Staten van Amerika is. En zo winnen de politieke en economische belangen het altijd weer van de mensenrechten.
Hoe kan ik mijn vijand die mij groot onrecht heeft toegedaan, liefhebben. Allereerst, hoe kan hem vergeven? Slachtoffer en dader moeten elkaar weer in de ogen kunnen kijken als mensen, zonder haat en macht. Dat is de basis voor een echt gesprek dat wederzijds kan leiden tot begrip. Wat waren de motieven van de dader en wat heeft hij aangericht. In deze toenadering kan het moment van berouw komen en eventueel na jaren van verwerking tenslotte vergeving. Het belangrijkste is dat de cirkel van het kwaad doorbroken wordt.
Wij hebben in ons land te maken met een opkomend antisemitisme onder jongeren. Een Amsterdamse rabbijn wilde daar wat aan doen. Hij ging door de wijk Bos en Lommer lopen, duidelijk herkenbaar als Jood met een keppeltje op om de reacties te filmen met zijn verborgen camera. Door een groepje Marokkaanse jongeren werd “Jood” geroepen en één van hen bracht de Hitlergroet. De rabbijn was geschokt en velen die de film zagen met hem. Een Marokkaanse jongerenwerker die de dader kende, heeft daarop de rabbijn gebeld en hem gevraagd om een gesprek. Dat is er gekomen en ook met de desbetreffende jongen. Het was waarschijnlijk de eerste keer in zijn leven dat deze jongen met een Jood sprak. De rabbijn heeft verteld over de oorlog en de gebeurtenissen met hem, zijn familie en zijn Joodse volk. Dan blijkt dat de jongeren er bijna niets van weten en nauwelijks weten wat ze zeggen. Vooroordelen, verkeerde beeldvorming en gebrek aan informatie leiden tot vijandschap. Na het verhaal van de rabbijn beseffen de jongens dat ze dat niet hadden mogen zeggen. Van straf wil de rabbijn niets horen. Het belangrijkste is dat de jongeren ervan geleerd hebben en dat we samen verder moeten. En tegenwoordig patrouilleert de rabbijn samen met de Marokkaanse jongeren in het jeugd preventieteam door de wijk. Vijanden die tot vrienden worden.

Maar wie doet de eerste stap? We zien het al bij een eenvoudige ruzie. Hij is begonnen dus hij moet maar naar mij toekomen om het goed te maken. De bijbel zegt: als uw broeder iets tegen u heeft, ga dan naar hem toe en verzoen u met hem. De dader is verblind door haat en agressie. Daar tegenover kan het slachtoffer de eerste stap tot dialoog en ontwapening doen, hoe moeilijk dat ook is. Hij heeft bij uitstek de mogelijkheid door een persoonlijk contact aan de dader te laten zien dat tegenover hem een mens staat. Het slachtoffer doet met zijn gelaat een appèl op de dader terug te keren tot menselijkheid en redelijkheid.
Als we willen voorkomen dat het kwaad door blijft woekeren dan zal, hoe vreemd dat ook klinkt, het slachtoffer het initiatief moeten nemen tot verzoening.
Zo gaat het ook tussen God en ons. Steeds verliezen we Gods plan, zijn rijk van gerechtigheid uit het oog en denken meer aan onszelf dan aan de ander. Laten ons door allerlei dingen afleiden van het wezenlijke, zinvolle, dat wat ons leven ten diepste kan vervullen en zijn einddoel heeft in God. We gaan onze eigen weg en doen als het ware God tekort. Onze relatie met God wordt gebroken. We geven Hem niet de eer die Hem toekomt. Nu is Hij het slachtoffer en wij de daders. En God doet de eerste stap, neemt het initiatief om ons de hand te reiken, te vergeven en ons een nieuwe toekomst te geven. Als God dat met ons doet, laten wij dan proberen dat ook te doen met onze vijand. Amen.
Archief preken