Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Genezing van een blinde

Viering: 4e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen:

  • 1 Samuël 16, 1b. 6-7. 10-13a
  • Efeziërs 5, 8-14
  • Johannes 9, 1-41

Geschreven door: Dr. J. Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

Op de derde, vierde en vijfde zondag in de Veertigdagentijd, wordt altijd gelezen uit het evangelie van Johannes. Vorige zondag het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw, vandaag de genezing van een blinde en volgende zondag het verhaal van de opwekking van Lazarus. Lange verhalen waarin Jezus in gesprek gaat met mensen om de waarheid aan het licht te laten komen. Jezus gaat in gesprek met mensen die vastgelopen zijn in hun leven en niet meer verder kunnen. De Samaritaanse vrouw met een nooit uitgesproken verleden, onbegrepen, de blinde gevangen in zijn gebrek. Mensen die niet aanvaard zijn door de maatschappij. En het leven van de zuster van Lazarus dat donker geworden is door de dood van haar broer.
De Psalmist zegt over God: Gij wilt dat ik tot waarheid kom. Dat wil Jezus ook, dat wij tot waarheid komen, waarachtig, echt mens worden, ons ten volle ontplooien in de ruimte die God ons gegeven heeft. Jezus wil mensen die gevangen zitten in zichzelf of niet aanvaard zijn door de omgeving, bevrijden. Hij wil muren van vooroordelen en onbegrip doorbreken.
Als de discipelen van Jezus een blinde zien, vragen ze: wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders dat hij blind geboren is? In het O.T. worden ziekte en zonde direct met elkaar in verband gebracht en dat is vaak tot in onze tijd zo gebleven. Jezus doorbreekt het vooroordeel: niemand heeft gezondigd, maar de werken van God moesten in de blinde openbaar worden.

In het evangelie van Johannes gaat het erom dat de heerlijkheid, de glorie van God openbaar wordt. De heerlijkheid van God wordt openbaar in zijn liefde voor de mens, zijn genade, trouw en bevrijdende kracht. Dat alles wordt zichtbaar in Jezus die de wil van zijn Vader doet en door zijn leven en handelen ons een vergezicht geeft naar de Vader. Het Woord dat daad is het, het scheppende Woord is vlees geworden, heeft de gestalte van de mens Jezus aangenomen om ons te herscheppen, om ons weer te verbinden met de Vader, om ons de weg te wijzen naar de Vader.
Want laten we eerlijk zijn. We verliezen God nog wel eens uit het oog. Vaak leven we in ons eigen gesloten wereldje van vooroordelen en vastgeroeste zekerheden die we willen behouden en beschermen. We zijn zeer tevreden met onszelf, soms wat kortzichtig en rechtlijnig met uitgesproken meningen die de dialoog met een ander in de weg staan. Ja, we maken ons druk om heel veel dingen die zonder dat we het misschien weten de diepgang van ons leven in de weg staan. Bezitten, hebben en vasthouden. Het blokkeert de weg naar de innerlijke rijkdom die ons leven kan hebben, naar een leven met en voor de ander. Een leven waar bijzaken tot hoofdzaak worden en waar de mens in de beslotenheid van zichzelf leeft in één dimensie.
Zo een leven noemt de evangelist Johannes duisternis, leugen, dood. Jezus stelt tegenover de duisternis het licht, tegenover de leugen, de onwaarachtigheid van een leven, het waarachtige leven en tegenover de dood het leven. Hij is immers zelf het licht der wereld, de waarheid,
de opstanding en het leven.

Jezus brengt licht in de duisternis. Maar zo eenvoudig is het niet. Johannes zegt: en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen, niet gegrepen, niet aanvaard. We kunnen ons afsluiten voor het licht en blijven in de donkere kamer van onszelf. We moeten wel open staan voor het licht. Jezus zegt: ik ben het licht der wereld. Jezus maakt een mengsel van speeksel en slijk en legt dat op de ogen van de blinde. Ga heen en was u in het badwater Siloam wat betekent uitgezonden. De blinde gaat er heen, wast zich en komt ziende terug. De blinde wordt uitgezonden door Jezus, het licht der wereld. De blinde geeft gehoor aan zijn opdracht en geeft daarmee aan dat hij Jezus vertrouwt, in Jezus gelooft.
Wie gelooft in Jezus als het licht der wereld, heeft ook deel aan hem en wordt licht, ziende.
Wie licht, ziende wordt, gaat open voor een andere dimensie, voor de veelkleurigheid van het leven.
Er zijn altijd mensen die ik maar de spelbrekers van de genade noem. De mensen die hun vooroordelen en scepsis niet kunnen overwinnen en hun mond vol hebben van zonde en zondaars. Hij die blind geweest was, wordt bij de farizeeën gebracht. Jezus heeft de genezing gedaan op de sabbat. Dan komt de kritiek. Deze mens komt niet van God want hij houdt de sabbat niet. Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? De blinde is niet alleen ziende geworden maar ook mondig. Hij zegt dat Jezus een profeet is.
Nogmaals zeggen de farizeeën: wij weten dat deze mens een zondaar is. En de genezene antwoordt: of hij een zondaar is, weet ik niet. Een ding weet ik, dat ik die blind was, nu zien kan. De farizeeën schelden hem uit voor een discipel van Jezus terwijl zij zich erop beroepen een discipel van Mozes te zijn tot wie God gesproken heeft. Maar van Jezus weten ze niet vanwaar hij komt. Nu worden de rollen omgedraaid. De blinde bedelaar van weleer, de ongeletterde, getuigt tegenover Bijbelgeleerden van God. God luistert niet naar zondaars maar wel naar mensen die zijn wil doen. Iemand die een blinde de ogen opent, moet van God komen. De farizeeën weten in hun onmacht niets anders te zeggen dan: gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren ? En zij wierpen hem uit. Iemand die getuigt van het licht, van de levende God die hij in zijn leven ervaart, wordt verworpen door mensen met een geloof dat verstard is tot het navolgen van regels en letterknechterij, een geloof dat blind is geworden voor de levende God.

De blinde heeft letterlijk en figuurlijk blindelings vertrouwd op de mens die Jezus genoemd wordt. De blinde weet niet wie Jezus is, waar hij is en of hij een zondaar is en dat doet er ook niet toe. Maar hij weet wel dat het een profeet is. Dat hij die blind was, nu kan zien en dat de mens die zoiets doet van God moet komen.
Hij ervaart aan den lijve de bevrijdende kracht van God. Aan zo iemand openbaart Jezus zich.
Jezus vraagt aan hem: gelooft gij in de Zoon des mensen? Hij antwoordt: wie is hij Heer dat ik in hem mag geloven. En Jezus zegt: gij hebt hem niet slechts gezien maar die met u spreekt, die is het. Nu wordt alles duidelijk. De mens die hem genezen heeft en van wie hij zegt dat het een profeet is, de mens die wel van God moet komen, openbaart zich aan hem als de Zoon des mensen.
In het evangelie van Johannes is er geen sprake van een Messias geheim zoals in de andere evangeliën waar het altijd geheim gehouden moet worden dat Jezus de Messias is.
Wie gelooft in Jezus heeft ook direct deel aan Jezus die het licht, de waarheid en het leven is. Wie zich afsluit voor dat licht en het niet toelaat in zichzelf, die niet kiest voor Jezus, die blijft in de duisternis van het ongeloof, veroordeelt zichzelf, is ziende blind en levend dood.

U begrijpt dat het om veel meer gaat dan een lichamelijke genezing. We kunnen immers ziende blind zijn. We kunnen zo in beslag genomen worden door bepaalde dingen dat we geen oog hebben voor het waardevolle in ons leven. In de sleur van het leven terechtgekomen dat alles zo vanzelfsprekend is dat er geen plaats meer is voor verbazing en verwondering.
We staren ons blind op een groot geluk dat onbereikbaar is en hebben geen oog voor het kleine geluk dat ons overkomt. We houden ons met veel dingen bezig, versnipperen onze aandacht en bereiken niets dat ons blijvende voldoening kan geven.


Hoe kunnen we aan deze sleur, deze oppervlakkigheid van leven ontsnappen? Door onze aandacht niet te versnipperen en ons meer te richten op één ding, door concentratie. Door rust en ruimte te scheppen in onszelf om open te staan voor het andere, het nieuwe, het onverwachte. Door af te dalen in ons innerlijk en te staan voor de onbegrijpelijke diepte van onszelf, wetend dat God ons meer nabij is dan wij onszelf nabij zijn, dat Hij ons beter kent dan wij onszelf. We moeten niet alleen afdalen in onszelf maar ook treden uit ons besloten wereldje van oordelen en vooroordelen. We moeten de donkere kamer van onszelf verlaten en met verwondering treden in de ruimte zo wijd als alle werkelijkheid met vele dimensies en ongekende mogelijkheden. In de diepte van ons innerlijk worden wij gedragen door God. In de ruimte van ongekende mogelijkheden hoeven wij ons niet verliezen als we beseffen dat al ons handelen tenslotte verbonden is met alle werkelijkheid, de allesomvattende, God.

Als onze aandacht en ons handelen versnipperd, verstrooid zijn en niet gericht op de Ene, dan blijven we in de duisternis van ons leven. Ons leven kan vele dimensies krijgen, licht,
veelkleurig worden als wij ons concentreren op de Ene, als we aangesloten zijn op het lichtnet van de Eeuwige. Wij worden gedragen door God en mogen ons in de ruimte van ongekende mogelijkheden ontplooien, ontvouwen tot waarachtige mensen naar God toe.
Dan worden ook wij van blind ziende, wordt ons leven licht, helder, worden wij transparant.
Dan zijn wij niet meer gesloten in onszelf maar staan open voor de boodschap van Jezus die het licht, de waarheid en het leven is en ons verwijst naar de Vader. Dan zijn we niet meer opgesloten in onze eigen wereld van hebben, belangen en macht maar ervaren de diepte en rijkdom van ons leven in geloof, hoop en liefde. Amen.
Archief preken