Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Opstaan van een dode

Viering: 5e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen:

  • Ezechiël 37,12-14
  • Romeinen 8,8-11
  • Johannes 11,1-45

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

Bijna vierhonderd jaar geleden, in 1631, arriveerden er twee jongemannen in Amsterdam, allebei midden twintig. Ze kwamen uit Leiden en waren elkaars vrienden en rivalen. Ze waren schilders en wilden op een spectaculaire manier laten zien wat ze konden. En zo maakten ze samen vijf kunstwerken – twee schilderijen, twee etsen en een tekening – met als voorstelling 'de opwekking van Lazarus'. De een heette Rembrandt van Rijn, de ander Jan Lievens. Hun kunstwerken bevinden zich nu in buitenlandse musea. Maar in het Van Gogh Museum bevindt zich een schilderij van Vincent uit 1890, dat gemaakt is naar die ets van Rembrandt. Je ziet hoe Maria met uitgespreide armen en onthutste ogen haar broer uit de dood ziet opstaan. Die twee jonge kunstenaars uit de zeventiende eeuw, maar ook Vincent van Gogh hielden zich bezig met vragen, die zo oud zijn als de mensheid: 'Waarom moeten wij sterven? Is er iemand die ons in leven kan houden? Wat gebeurt er na de dood? Kan het leven de dood overwinnen?'

De God van de bijbel belooft ons eeuwig leven, maar binnen het Jodendom werd daar verschillend over gedacht. De farizeeën geloven in een lichamelijke verrijzenis, maar de Sadduceeën niet. Wij, christenen van de 21e eeuw, kunnen ons die opstanding uit de dood moeilijk concreet voorstellen. In de loop van de tijd hebben talloze mensen vóór ons geprobeerd om dat mysterie in woorden en beelden uit te drukken, maar – om met psalm 139 te spreken – ‘dan weet ik altijd nog niets van U’. Ook in het evangelie van vandaag wordt geprobeerd ons ervan te overtuigen, dat God de dood kan en zal overwinnen.

De evangelist Johannes zet een vriend van Jezus midden op het toneel: de persoon van Lazarus, wiens naam betekent ‘God heeft geholpen’. Jezus wordt met spoed ontboden omdat Lazarus op sterven ligt. Zijn reactie is nogal cru, want hij lijkt totaal ongevoelig voor het sterven van zijn vriend. Volgens de rabbijnen uit de tijd van Jezus blijft de geest van een mens na diens dood nog drie dagen bij het lichaam. Op de vierde dag is het einde onherroepelijk gekomen. Zó wil de evangelist Johannes zonneklaar duidelijk maken, dat Lazarus morsdood is, en dat er dus voor hem geen hoop meer is. Alleen op die manier kan de heerschappij van God over de dood onomstotelijk aangetoond worden. Daaraan hoeven we niet te twijfelen, stelt Johannes.

Maar tegenover de ogenschijnlijke ongevoeligheid van Jezus stelt Johannes nu een man met hevige emoties. Hij is wel degelijk een meelevende vriend. Maar Jezus moest en zou zijn leerlingen als het ware trainen in de ongekende mogelijkheden, die God voor ons in petto heeft. Daarom wachtte hij tot de vierde dag.

In de reactie van de twee zussen van Lazarus, Marta en Maria, brengt Johannes onder woorden, hoe wij als volgelingen zouden kunnen reageren op de dood en op de belofte van eeuwig leven. Allereerst is er bij Maria en Marta vanzelfsprekend het bittere verwijt. En onafhankelijk van elkaar zeggen zij tegen Jezus: ‘Als je hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn’. Maar de verwijtende woorden gaan vergezeld van: 'Ik geloof vast dat je de Messias bent'. En voor de zoveelste keer in zijn evangelie laat Johannes Jezus zichzelf identificeren: 'Ik ben de verrijzenis en het leven'. Dat deed hij al eerder, en zou hij later ook nog doen. ‘Ik ben het brood des levens’ (6,35), 'Ik ben het licht van de wereld' (8,12), 'Ik ben de deur' (10,7), 'Ik ben de goede herder' (10,11), 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven' (14,6), 'Ik ben de ware wijnstok' (15,1). Die uitspraken van Jezus samen vormen als het ware zijn paspoort.

Het is uiteindelijk aan ieder van ons om ons over te geven aan de belofte van eeuwig leven, al weten we op dit moment nog niet wat dat concreet betekenen zal.

Ruim twintig jaar geleden heb ik, op verzoek van de abdij van Berne in Heeswijk, over dit evangelie een lied geschreven. Het is als een dialoog of duet tussen ons en Jezus. Daarmee wil ik mijn overweging van deze morgen graag afsluiten:


Waarom houdt Gij u verborgen?
Die Gij liefhebt, Heer, is ziek.
Meer dan wachters naar de morgen
zien wij smachtend uit naar U.

Heeft de dag geen twaalf uren?
Waar het licht komt, wijkt de nacht.
God verstaat wat wij verduren,
want wij zijn van zijn geslacht.

Die Gij liefhebt is gestorven,
die wij liefhebben gegaan.
Zal de dode ooit herboren
worden met een nieuwe naam?

Wie in Hem gelooft zal leven,
Hij is de verrijzenis.
Daarom blijven wij verweven
met Hem die de toekomst is.

Roep ons allen, Heer, naar buiten
uit het graf en uit de pijn.
Laat uw liefde ons omsluiten,
dat wij steeds geborgen zijn.
Archief preken