Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Herder van mijn schapen

Viering: OVERWEGING OP PAASZONDAG

Lezing:

  • Lucas 24,29

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

‘Ik ben de herder van mijn schapen. Je vraagt iemand die thuis is, toch niet waarom hij blijft? Zo lang er christenen zijn, blijf ik om ze te beschermen. Als die er niet meer zijn trouwens ook, want dit is mijn thuis. Als de christenen allemaal weg zijn, dan ben ik hier gewoon voor de moslims. Ik ben een Syriër geworden. Ik heb heel veel van Syrië ontvangen, en ik wil nu ook mee lijden met de mensen die het hier heel moeilijk hebben. Ik wil graag voor hen, zo mogelijk, een bron van troost zijn.’
Dit waren min of meer de laatste woorden van de Amsterdamse jezuïet Frans van der Lugt, die bijna twee weken geleden werd vermoord in de miljoenenstad Homs in Syrië. Terwijl ik zijn leven en sterven overweeg, begin ik iets meer te begrijpen van het leven en sterven van Jezus. Het kernwoord daarbij is voor mij: blijven. Hoe erg en bedreigend de situatie ook is, Frans bleef bij zijn mensen, christenen en moslims. Het leidmotief van Jezus is: Ik blijf bij jullie tot het einde der tijden. Blijven behoort tot de basiskenmerken van geloof en liefde. De 43-jarige Jean Paul, vader van twee jonge kinderen, kreeg een maand geleden te horen, dat hij niet lang meer te leven heeft. Zijn vrouw Marieke blijft bij hem. Maria bleef onder het kruis staan, waaraan haar zoon Jezus te sterven hing. Het is alsof je het lied van binnen hoort: ‘Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.’ De smeekbede van Jezus in de Hof van Olijven is ook de smeekbede van velen: ‘Blijf hier en waak met mij’ (Markus 14,34). In het verhaal van de Emmaüsgangers, die na Pasen de weg en Jezus kwijt zijn, worden de rollen omgekeerd. Zij smeken tot Jezus, die ze nog niet herkend hebben: ‘Blijf bij ons, want de avond valt’ (Lukas 24, 29).
Blijven behoort tot het wezen van ons geloof. Het is de kern van de wederzijdse relatie tussen mens en God, zoals Jezus zo prachtig heeft verteld in zijn verhaal over de ware wijnstok (Johannes 15). Daarin zegt hij tegen ons: ‘Blijf met mij verbonden, dan blijf ik het met jullie. Als iemand met mij verbonden blijft en ik met hem, zal hij veel vrucht dragen. Zorg dat ik van je kan blijven houden. Als jullie mijn geboden in acht nemen, blijf ik van je houden, zoals ik de geboden van mijn vader in acht neem en hij van mij blijft houden.’
Maar hoe moet het verder, als de geliefde ander verdwijnt uit ons leven? Hoe moet het verder aan de andere kant van de dood? Er komt een moment, waarop je de ander moet loslaten. ‘Houd mij niet langer vast’, zegt Jezus tegen Maria Magdalena in het evangelie van vandaag. Na de dood komt een andere vorm van nabijheid, waarvoor we nauwelijks woorden kunnen vinden. Al eeuwen spreken we over verrijzen en opstaan uit de dood, en dat Jezus ons daarin is voorgegaan. We kunnen ook spreken over een sprong in het diepe, de mysterieuze diepte in van de liefde en de overgave. Om die sprong aan te durven, stuurt Jezus ons de Geest – ook weer zo’n oeroud woord met vele facetten. We stamelen over opstaan uit de dood en over verrijzen, maar vaak kunnen we er alleen maar over zwijgen. En in dat zwijgen kan onze hoop wortel schieten en gedijen. Zoals de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson schreef:
Hoop is dat ding met veertjes
dat neerstrijkt in de ziel,
er wijsjes zonder woorden zingt.
En nooit valt hij er stil.

Hoe hard de wind ook waaien zal,
hoe hevig ook de storm
hij die zovelen warmte biedt -
dat vogeltje houdt vol

Het klonk zelfs in het koudste land
en in het verste oord.
Toch vroeg het mij in grote nood
nog nooit om kruimels brood.
Een vriend gaf mij begin deze week zijn vertaling van een pas ontdekte preek van Sint Augustinus over Gods zorg voor de wereld. Tegen het einde van die preek staat er te lezen: ‘God zorgt wel degelijk voor de mensheid. En dat niet alleen, zijn zorg is ook heel intens. Het allergrootste en zekerste bewijs daarvoor is de mens Christus: de realiteit van zijn geboorte, het geduld bij zijn lijden, de macht van zijn verrijzenis.’

Mogen deze woorden ons troost en perspectief bieden, op deze zondag van Pasen.
Archief preken