Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Heeft het geloof toekomst?

Viering: OVERWEGING OP DE TWEEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezingen:

  • Jeremia 20, 7-9
  • Matteüs 16, 21-27

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

Vorige week las ik in een degelijk Duits katholiek maandblad [Herder Korrespondenz] een lang artikel onder de titel ‘Heeft het geloof toekomst?’ Ik werd er flink door geraakt, maar was er tegelijkertijd ook van geschrokken. Want het artikel ging niet zozeer over de structuur van onze Kerk en over degenen, die het daarin voor het zeggen hebben, als wel over geloof en religie überhaupt. Hoeveel aardige mensen kennen we niet, voor wie geloof geen enkele rol meer speelt in hun leven; onze kinderen en naaste familieleden bijvoorbeeld. Veel van die aardige mensen stammen uit heel gelovige families, maar er is iets gebeurt in onze Kerk en maatschappij, waardoor met een zekere vanzelfsprekendheid de inhoud en vormgeving van geloof en religie verdampt is. Dat doet pijn, en kan ons in bepaald opzicht radeloos en pessimistisch maken.
We hebben allemaal meegeleefd met vlucht MH17 van Malaysia Airlines, die op 17 juli boven Oekraïne werd neergehaald op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Aan boord waren 283 passagiers en 15 bemanningsleden. Onder de passagiers waren 196 Nederlanders. We hebben met ontroering gekeken naar de aankomst van hun stoffelijke overschotten op het vliegveld van Eindhoven, en naar reportages over allerlei herdenkingen. Maar nergens werd voor God een plaats ingeruimd. Generen wij ons als Nederlanders voor de aanwezigheid van God? Willen wij Hem er niet meer bij hebben? Of zijn het al die beleidsbepalende mensen die God achterhaald vinden?
Het is moeilijk om je tegen die overmacht te weer te stellen. Je zou aan jezelf kunnen gaan twijfelen, als God voor jou wèl een onmisbare partner is. Dat Duitse artikel concludeert aan het einde, dat we ook een bescheiden getuigenis niet moeten geringschatten. Ons bescheiden getuigenis sluit aan bij de ervaring van de profeet Jeremia: ‘Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt me niet.’ Wat er ook gebeurt, wat er ook van God gezegd wordt, of liever: hoezeer er ook over God gezwegen wordt, voor ons is God op een of andere manier een realiteit. Anders zaten we hier niet. Het doet me denken aan een uitspraak van de Amsterdamse advocaat Abel Herzberg (1893-1989), die ooit schreef: ‘Zoals er mensen zijn die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem in hen oprijst, zo zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen.’ Zodoende lijkt geloven op liefhebben, op de onuitroeibare liefde voor je partner, voor je kind, voor je moeder. Je kunt het gewoon niet laten. Geloof is een geschenk, een talent, dat je niet zelf kunt maken of bedenken. Dat is een reden om er dankbaar voor te zijn.
Maar je kunt niet geloven op je eentje. Je hebt er anderen bij nodig, die perspectief zien als je zelf in een donkere nacht verkeert. Anderen kunnen woorden vinden, als je zelf niets meer weet te zeggen. Anderen kunnen je opvangen, als je zelf dreigt te vallen. Anderen kunnen je vergeven, als je kwaad hebt gedaan. Anderen kunnen met je vieren, als je iets wil gedenken. Anderen kunnen laten merken hoe God van je houdt.
Maar helaas zijn er in de gemeenschap van gelovigen ook mensen die de boel bederven. Dat wordt in al zijn pijnlijkheid beschreven door Matteüs in zijn evangelie van vandaag. Het is opmerkelijk dat hij er geen doekjes om windt, wanneer hij het gedrag van Petrus beschrijft. Deze Simon, die het goede voorbeeld zou moeten geven, verandert van een rots in een duivel, omdat hij Jezus de weg verspert. Jezus typeert Petrus als een ‘Satan’, een lasteraar, een tegenstrever, een verleider, een gevallen engel. Jezus noemt hem een struikelblok. In het oorspronkelijke Grieks staat er: ‘Petrus, jij bent een skandalon, jij bent een schandaal.’ Midden in de geloofsgemeenschap is er sprake van schandalen, en van menselijke gedachten in plaats van Gods gedachten.
‘Als de Kerk het wint’, schrijft een hedendaags Engels Bijbelgeleerde [Nicholas King SJ] naar aanleiding van dit bijbelfragment, ‘dan heeft dat niets te maken met haar personeel, maar alles met de trouw van God. De Kerk kan het op een spectaculaire manier mis hebben, zoals Simon hier doet, en in iedere generatie moeten de leerlingen leren dat ze de weg van Jezus moeten volgen.’ Om die reden is het belangrijk om in (de nieuwste vertaling van) het Onze Vader te bidden: ‘En breng ons niet in beproeving.’
Bidden we dat we niet in beproeving komen om te twijfelen aan het talent van het geloof, dat we ontvangen hebben. Bidden we dat we niet in beproeving komen om ons blind te staren op leiders die een schandaal zijn. Bidden we dat er in ons hart steeds een vuur mag oplaaien, dat warmte biedt en helder zicht. Amen.
Archief preken