Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Wijnranken en de wijngaardenier

Viering: 26e zondag door het jaar

Lezingen:

  • Jesaja 5, 1-7
  • Mattheüs 21, 33-43

Geschreven door: Dr. Jan Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

Het is oktober en in de zuidelijke landen de tijd van de wijnoogst. De beide lezingen van deze zondag gaan over de wijngaard en de wijnoogst. De profeet Jesaja begint zeer poëtisch.
Ik wil van mijn geliefde zingen, het lied van mijn beminde over zijn wijngaard. Het zou een zin kunnen zijn uit het Hooglied waar de geliefden, bruid en bruidegom, elkaar bezingen.
In het O.T. wordt God vaak vergeleken met de bruidegom en het Joodse volk, Israël met de bruid en in het N.T. is Christus de bruidegom en de Kerk zijn bruid. De liefde waarvan het Hooglied spreekt moet ook een liefde zijn voor God en voor de Thora. Leg mij als een zegel aan uw hart als een zegel aan uw arm want sterk als de dood is de liefde.

God heeft met zijn volk een verbond gesloten. Hij heeft het tot een groot volk gemaakt, heeft het bevrijd uit Egypte, gevoerd door de woestijn en geleid naar het land Kanaän. Is dat het land van de belofte? Ja en nee. Iemand kan mij een stuk land, een tuin geven en zeggen dat het vruchtbare grond is, goede aarde. Maar ik moet er wel wat mee doen. Zaaien, planten, water geven, snoeien. Anders gebeurt er niets en wordt het een wildernis. God geeft aan het Joodse volk het Land. God beschermt het Land en met de hulp van zijn verbond en de Thora kan het Joodse volk uitgroeien tot een samenleving van gerechtigheid, waar vrede is, liefde en trouw. Dan pas is er sjaloom, vrede in de volste zin van het woord. Als de wijnstok gedijt en goede vruchten voortbrengt, is dat een teken dat er jarenlange vrede is. De wijngaard is niet vernield door de vijand en de wijnoogst niet in beslag genomen. De mens mag genieten van de opbrengst van zijn eigen land, genieten van de vrucht van zijn eigen wijngaard. Het Land wordt een soort proeftuin voor het doen van gerechtigheid.

We horen in beide lezingen dat het mis is gegaan. God heeft alles aan zijn wijngaard gedaan en verwachtte goede druiven maar in plaats van goede druiven oogst hij wilde druiven. God geeft aan zijn volk het Land en schept de voorwaarden opdat het volk kan werken aan het ideaal dat God voor ogen staat.
Maar het Joodse volk en wij zijn steeds weer ontrouw aan het verbond met God, houden ons niet aan de Thora dit wil zeggen de richtlijnen die God ons gegeven heeft om goed en in vrede te kunnen wonen in het Land. Jesaja spreekt over de inwoners van Jeruzalem die onbezorgd in grote weelde leven en geen oog hebben voor de armen. Als we alleen aan onszelf denken dan gaat dat ten koste van de ander en wordt ook de relatie met God geschaad. Als wij de leefregels, de richtlijnen van God vergeten, onze eigen weg gaan en ons afkeren van God dan brengen wij geen goede vruchten voort.
Dan gaat het als met de wijngaard waarover Jesaja spreekt. God haalt bij de wijngaard die geen goede vruchten voortbrengt de beschermende doornhaag weg en laat haar tot wildernis worden. Als het Joodse volk in het Land niet leeft met het verbond en de Thora en andere goden achterna loopt dan kan het niet meer rekenen op de bescherming van God. Dan hebben de vijanden van Israël vrij spel, plunderen het land en bezetten het. Wie zich afkeert van God komt tenslotte terecht in de ballingschap.

Wat is nu eigenlijk het Land? Het Land is veel meer dan het geografische Israël.
Het Hebreeuwse woord ha eretz betekent de door God geschapen aarde. Van God is de aarde. De mens, Adam, man van de aarde, mag de aarde bewerken en beheren. De aarde, de wijngaard is niet ons bezit. Ze is ons gegeven om haar zo goed mogelijk te beheren, wetend dat we slechts beheerders, rentmeesters, pachters zijn. De eigenaar van de wijngaard rekent erop dat wij een goede oogst afdragen. Soms wordt dat vergeten en handelen wij alsof wij ons niet hoeven te verantwoorden. Dan kunnen we doen wat we willen en hoeven we het niet zo nauw te nemen. Er wordt vaak gezegd dat de mens van nature weet wat goed en kwaad is maar als we naar de wereld kijken dan zien we dat de zucht naar macht vaak sterker is dan de stem van het geweten. Politieke en economische belangen wegen zwaarder dan menselijkheid, rechtvaardigheid en het omgaan met het milieu.

Wij allen zijn werkers in de wijngaard, ja we zijn zelf de ranken die goede vruchten moeten voortbrengen. Het Land, de wijngaard, ze kunnen overal zijn. Doen wat er gedaan moet worden, wat op ons pad komt, verantwoordelijkheid nemen. In de bijbel is het de grootste taak van het Joodse volk een voorbeeld te zijn voor de andere volken. Zo moeten ook wij als christenen een voorbeeld zijn. We hoeven niet met ons geloof te koop te lopen maar het is wel de bedoeling dat we in onze keuzes en handelen wat uitstralen, te beginnen in de kleine kring om ons heen. Dat we in ons handelen hoe klein ook, bijdragen aan rechtvaardigheid, vrede en liefde. Dat we niet zomaar de meningen van de grote massa napraten en ons laten beïnvloeden maar een eigen standpunt durven in te nemen. Vanuit ons geloof een weloverwogen standpunt dat nuanceert en niet radicaliseert.
In deze tijd van oorlogen en ellende de moed niet verliezen en door gaan met het werken aan gerechtigheid. In een wereld van wanhoop en doemdenkers een teken zijn van hoop, wetend dat het altijd anders kan. Als we zo handelen te beginnen in de kring van ons eigen gezin, buren, collega’s op het werk, verenigingen, dan zijn we goede werkers in de wijngaard. Ja, dan brengen we het ideaal van het beloofde Land of het Koninkrijk der hemelen een stukje dichterbij.
God doet ons een belofte. Dat betekent niet dat we nu maar kunnen afwachten. Gods belofte is een ideaal, een eindpunt waarop wij ons handelen moeten richten. Wij moeten beginnen en God zal het voltooien. Wij moeten de aarde bewerken en werken in de wijngaard en God zal de wasdom geven.

Werken in de wijngaard betekent dat de mens het verbond met God onderhoudt, eerbied heeft voor de Heer en zich laat onderwijzen welke wegen hij moet gaan. Van deze mens zegt de Psalmist: hij zal zelf in voorspoed vertoeven en zijn nageslacht zal de aarde beërven. Mattheüs zegt in de Zaligsprekingen: zalig de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven.
God schept, schept uit de chaos orde en geeft alles zijn plaats. Hij schept de tuin, de hof van Eden waar goed noch kwaad is. Deze tuin is het ideaal dat God heeft. De mens moet buiten de tuin aan de slag in zijn eigen tuin. Hij moet de aarde bewerken. De mens gaat zijn eigen gang en maakt van de door God geschapen orde een wanorde. Hij maakt de rechte paden van God krom. In de tweede tuin, de Hof van Olijven, zal Jezus alle leed van de wereld op zich nemen en de kelk zal niet aan hem voorbijgaan. Op de Paasmorgen staat de verrezen Christus in de tuin. Hij heeft onze kromme wegen weer recht gemaakt. Hij heeft laten zien dat er zelfs door de dood heen een weg is naar het leven.

Hij roept ons: kom werken in de wijngaard. Aan die oproep moeten we gehoor geven en werken met de talenten die God ons gegeven heeft. We kunnen niet afwachten. Wij moeten beginnen en ons inzetten om het goede te doen. Al doende maken we fouten, krijgen we vuile handen. We kunnen niet perfect zijn en dat hoeven we ook niet. Het belangrijkste is dat we de taak in de wijngaard op ons nemen, dat we op weg gaan, doorgaan en volhouden. Wat wij niet kunnen zal God eens voltooien. De wijngaard is overal. Waar God je uitzaait, daar moet je bloeien. Amen.
Archief preken