Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Wees altijd blij

Viering: OVERWEGING OP DE DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

Lezingen:

  • Filippenzen 4,4-6
  • Johannes 1, 6-8.19-28

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

'Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg het nog
eens: Wees altijd blij. Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn.
En bedenk goed: de Heer is dicht bij ons. Maak je geen zorgen, maar vraag
God alles wat je nodig hebt. Bid tot God, wat er ook gebeurt. En dank hem
altijd.' Een mooiere wens is er haast niet te bedenken om de derde zondag
van de Advent mee te markeren. Hij is afkomstig uit een brief, die Paulus
rond het jaar 60 vanuit Rome schreef aan de christenen in Filippi. Dat
was een plaats in het antieke Macedonië, waar Paulus voor het eerst voet
zette op Europese bodem, en er meteen werd gevangengezet in een kerker
die nog steeds bestaat. Filippi zou de eerste christelijke kerk in Europa
worden.
'Jullie moeten blij zijn.' Dat is geen overbodige aansporing voor
christenen, toen, maar ook nu. Want als ik in de spiegel kijk, of om me
heen kijk, dan zie ik vaak toch wel veel sombere, verdrietige en boze
gezichten. Bij veel mensen is het goede nieuws over Jezus nog niet echt
geland, en het goede zaad heeft nog geen wortel geschoten. Het doet me
denken aan de tekening van Tom in dagblad Trouw van anderhalve maand
geleden. Daarop zie je een zaal vol norse kardinalen in zwart en rood, en
midden tussen hen in springt een witte paus Franciscus met een grote
glimlach en wuivende armen omhoog.
'Jullie moeten blij zijn.' Of zoals dat in het Latijn vertaald
wordt: 'Gaudete'. Daarom heet deze zondag dan ook 'Zondag Gaudete'.
Halverwege de advent krijgen we een duwtje in de rug om het wachten vol
te houden. En de liturgische kleur van vandaag is roze – als een
parochiekerk rijk genoeg is bezit ze een roze kazuifel voor de
gelegenheid – een mengsel van paars en wit. De schitterende zon begint al
door de paarse wolken te pieken.
'Jullie moeten blij zijn.' Zo klinkt het in de nieuwste
Bijbelvertaling Bijbel in Gewone taal, die afgelopen oktober na zeven
jaar voorbereiding is verschenen. In een mum van tijd waren er meer dan
één miljoen exemplaren verkocht. ‘Jullie moeten blij zijn’ – dat klinkt
toch wel wat pittiger en duidelijker dan het vroegere ‘Verheugt u’. Die
nieuwe vertaling is een spannend boek geworden, maar als u bang bent dat
God te dichtbij komt, dan moet u het niet kopen!
'Jullie moeten blij zijn.' Dat lijkt gemakkelijker gezegd dan
gedaan. Natuurlijk is blijdschap iets anders dan lolbroekerij of
nepplezier, dat we maar al te vaak om ons heen zien. Blijdschap is
gekoppeld aan dankbaarheid, die vaak heel diep in je verstopt zit.
Blijdschap is vaak overspoeld door rivieren van verdriet, of bedolven
onder tegenslagen, of verpest door boosheid. Daarom is het van belang om
in je donkerste momenten op zoek te gaan naar de lichtpuntjes in je hart
en ziel. De middeleeuwse mysticus Meester Eckhart noemt dat het
'zielevonkje'. Het is een onuitputtelijke bron in jezelf, waar God in
woont en van waaruit hij zijn liefde uitstraalt. Dat zielevonkje kan
niemand je afnemen. Het is in jou, en van jou, en voor jou. Aanstonds
zingen we over dat zielevonkje in het ‘gezang na de verkondiging’:
Diep in de akker / van ieders wezen / ligt een schat verborgen.
Zoek en je vindt / God zelf, inwonend, tastbaar nabij. / De bron van
geluk / ontspringt er in hem.’
Ook de evangelietekst van vandaag kan ons op weg helpen om de
ware blijdschap te ontdekken. Het is opvallend dat Johannes in dit
fragment uit het begin van zijn evangelie liefst zeven keer – een heilig
getal – het woord niet of een soortgelijk woord gebruikt. Je zou kunnen
zeggen, dat het een goede oefening is om na te gaan, waar je niet blij
van wordt, of wie voor jou niet het ware licht is. Allerlei figuren die
zich aandienen in je leven, al die religieuze kwakzalvers en autoritaire
robots, zijn niet de Messias. Ze pronken teveel met zichzelf, ze dringen
zich naar de voorgrond. Maar de ware Messias is er al, midden onder ons.
‘Hij is al gekomen, maar jullie weten niet wie het is’, zegt Johannes de
doper tegen ons.
In deze Adventstijd kunnen we ons oefenen in het opsporen van die
verborgen Messias. Hij is al gekomen, maar we weten vaak niet wie hij is
of waar hij is. Laten we hem niet te ver zoeken, hij is ons rakelings
nabij, ook in ons diepste wezen. In dit verband haal ik graag nog een
keer de prachtige uitspraak aan van Etty Hillesum, de Amsterdamse joodse
mystica van het Museumplein, die in 1943 in Auschwitz werd vergast. Ik
citeerde haar vorig jaar al, op Paaszondag, maar haar woorden kun je
nooit voldoende herhalen: ‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin
zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die
put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.’ [26
augustus 1941]
'Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg
het nog eens: Wees altijd blij.' Zeg het tegen jezelf. Zeg het tegen
elkaar. Zo begonnen we deze overweging, zo eindigen we hem. Amen.
Archief preken