Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Gebed voor de eenheid

Viering: OVERWEGING OP DE DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezingen:

  • Jona 3, 1-5.10
  • Markus 1, 14-20

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

In 1908 begon Paul Wattson met een achtdaagse van gebed voor de eenheid onder de christenen. Hij was een episcopaalse (Anglicaanse) priester in de Verenigde Staten, 35 jaar oud, die hartstochtelijk verlangde naar het einde van de christelijke verdeeldheid. Als periode van gebed koos hij de week tussen 18 en 25 januari, die loopt van het feest van de Stoel van Petrus tot dat van de bekering van Paulus, de twee zuilen van de vroegste christelijke gemeenschap. Het waren twee apostelen met verschillende achtergrond, de een een jood van huis uit, de ander een man met een heidense komaf. Dat leverde in de Jonge Kerk van meet af aan grote spanningen op, zowel over de inhoud als over de vormgeving van het geloof. Op het eerste concilie in Jeruzalem stonden ze op hun achterste benen tegenover elkaar, ieder fel hun eigen standpunt verdedigend, en dreigend de ander uit te sluiten van de geloofsgemeenschap. Maar al spoedig ontdekten ze dat ze niet zonder elkaar konden. Een goede keuze dus, die twee data, als symbool van saamhorigheid ondanks de spanningen.
In de jaren dertig van de vorige eeuw werd het idee van Paul Wattson opgepakt door een andere Paul: de katholieke priester Paul Couturier uit Frankrijk. Ging de eerste Paul er nog vanuit dat de verschillende christelijke kerken zouden moeten terugkeren naar de rooms-katholieke kerk (zoals hijzelf deed in 1909), zijn Franse naamgenoot sprak liever van ‘de eenheid van de Kerk, zoals Christus die wil’.
De initiatieven van beide Pauls waren heel bijzonder, omdat in dat verre verleden de ene soort christenen amper wist wat de andere soort christenen deed. Ze kenden elkaars kerken niet van binnen, herhaalden de eeuwenlange vooroordelen, verketterden elkaar, en zouden nooit op het idee gekomen zijn om als volgelingen van de ene Christus te bidden tot de zelfde God. In die zin hebben zij baanbrekend werk gedaan, op basis waarvan vele goede initiatieven konden ontplooid worden. Heel belangrijk was bijvoorbeeld de wederzijdse erkenning van elkaars doop, zodat niemand meer overgedoopt hoefde te worden als hij van de ene christelijke kerk overging naar een andere christelijke kerk. (Sommigen van u herinneren zich misschien nog de geheime en gênante katholieke herdoop van prinses Irene in 1964.) Een belangrijke impuls kreeg de oecumenische beweging met de oprichting van het Secretariaat voor de Eenheid, eerst onder leiding van de Duitse jezuïet kardinaal Augustin Bea, en vervolgens van kardinaal Jo Willebrands uit Bovenkarspel. Wat hebben die twee indrukwekkende mannen een grote bijdrage geleverd aan de eenheid van de christenen.
Maar het lijkt erop alsof, met andere kapiteins aan het roer, de boot sindsdien is stil komen te liggen, en zelfs achteruit drijft. Aan de top is men bang voor ontwikkelingen, die aan de basis al lang in gang zijn gezet. Deelnemen aan eucharistie en avondmaal door leden van alle christelijke kerken? Nee, dat kan pas als we één zijn, zegt de top. Ja, dat kan juist wel, en moet zelfs, want op die manier komen we juist tot eenheid, zeggen velen aan de basis. En zo klinken er van de kansels in alle toonaarden het verbod om de communie te ontvangen, gericht tot niet-katholieke christenen, maar ook tot mensen die gescheiden zijn, of die om bepaalde redenen ‘niet in orde zijn’. Tijdens de synode over het gezin vorig jaar kwamen deze thema’s uitdrukkelijk aan de orde. En wanneer de tweede helft van de synode dit jaar plaatsvindt, wordt de discussie voortgezet. In het evangelie staan er voldoende verhalen, waaruit blijkt, dat Jezus meer dan eens de grenzen van de kerkelijke wetten overtrad om mensen te zegenen, te redden, zelfs uit de dood op te wekken. Waarom zouden wij hem daar dan niet in volgen?
Met paus Franciscus is eindelijk weer een tijdperk van hoop aangebroken. Toen hij bijna een jaar zijn pauselijk ambt bekleedde, schreef hij een brief aan ons allen met de titel De vreugde van het evangelie. Daarin schrijft hij ook enkele behartenswaardige woorden over de oecumene: ‘Oecumenisch engagement beantwoordt aan het gebed van de Heer Jezus, die vraagt dat allen één mogen zijn. De geloofwaardigheid van de christelijke verkondiging zou veel groter zijn, als de christenen hun onenigheden zouden overwinnen en de Kerk de volheid van de katholiciteit die haar eigen is, zou verwezenlijken in die zonen en dochters die haar door het doopsel toebehoren, maar van haar volledige gemeenschap gescheiden zijn. Wij moeten er altijd aan denken dat wij pelgrims zijn en dat wij samen op pelgrimstocht zijn. Daartoe moet men zijn hart toevertrouwen aan zijn reisgenoot zonder argwaan, zonder wantrouwen, en vóór alles kijken naar wat wij zoeken: de vrede in het aangezicht van de enige God. Zich toevertrouwen aan de ander is iets ambachtelijks, de vrede is ambachtelijk. Jezus heeft tegen ons gezegd: Zalig die vrede brengen. In deze inzet wordt ook onder ons de oude profetie vervuld: Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen.’
Als de christenen één zijn, staan zij ook sterker om samen met joden en moslims het terrorisme tegen te gaan en te voorkomen. Hoeveel energie gaat er immers niet verloren in onderlinge verdeeldheid! Laten we het zoeken naar eenheid nooit opgeven.
Archief preken