Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Jezus

Viering: OVERWEGING OP DE EERSTE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Lezing:

  • Markus 1, 12-15.

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

Vandaag is het de eerste zondag in de Veertigdagentijd. Dat is een
periode waarin we
worden uitgenodigd – of misschien kan ik beter zeggen: waarin we
worden uitgedaagd – om
Jezus meer van nabij te volgen, hem achterna te gaan, en te zien wat
hij doet, te horen wat
hij zegt, samen met hem stil te zijn, zijn hand op ons hoofd te
voelen, zijn glimlach en zijn
tranen te ontdekken. En dit alles, om hem beter te leren kennen.
Misschien kent u nog de musical Godspell, die in 1971 voor
het eerst werd opgevoerd,
en later tot film werd omgevormd. Er bestaat ook een Nederlandse
versie van. Een van de
bekendste liederen uit die musical was ‘Day by day’:
Day by day, oh, dear Lord, three things I pray

To see thee more clearly

Love thee more dearly
 Follow thee more nearly, day by day
(Dag na dag, lieve Heer, bid ik om drie dingen
om u helderder te mogen zien
om u vuriger te mogen liefhebben
om u meer van nabij te mogen volgen, dag na dag).
De stukken uit het evangelie die in deze veertigdagentijd
worden gelezen, te beginnen
met vandaag, kunnen ons helpen bij het intenser ontdekken van Jezus.
Maar schreef dominee Edward van der Kaaij uit Nijkerk begin
van deze maand: ‘Jezus
heeft nooit bestaan en is een mythe uit het oude Egypte’. Natuurlijk
haalde hij daarmee de
krant, want zoals u langzamerhand wel weten zult haalt domheid eerder
de pers dan
wijsheid. Hoe komt het dat deze dominee zoiets eruit flapt? Heeft hij
geen fatsoenlijke
opleiding gehad? Of wil hij zijn collega dominee Klaas Hendrikse
trachten te evenaren, die al
eerder beweerde dat God niet bestaat? Laten we ons in Godsnaam niet
van de wijs brengen
door dit soort mensen. Dat wil dus ook zeggen dat we goed op de
hoogte moeten zijn van de
feiten, zodat we dit soort dominees een weerwoord kunnen bieden. (zie
ook: Sam Janse,
‘Als Jezus gestorven is, dan heeft hij geleefd’, Trouw 14 februari
2015). Tussen haakjes: die
enge Jezus met dat blonde haar die op de kaft van de glossy staat,
die nu in de boekwinkels
ligt, heeft in elk geval niets te maken met de echte Jezus.
Al meer dan een eeuw debatteren historici en theologen over
de persoon van Jezus:
wat weten we eigenlijk van hem; hoe betrouwbaar is het Nieuwe
Testament als bron voor het
leven van Jezus, en heeft hij überhaupt bestaan? Het Nieuwe Testament
is geen
geschiedschrijving. De auteurs ervan hadden een dergelijke bedoeling
niet. Zij hadden een
boodschap, een goede boodschap, een evangelie. Maar in de werken van
historici komt
Jezus wel degelijk voor. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus
spreekt rond het jaar 100 in
zijn Annalen, een beschrijving van de wereldgeschiedenis van jaar tot
jaar, over een dodelijk
bijgeloof van de christenen, afkomstig van Christus, die leefde onder
keizer Tiberius en werd
gekruisigd op bevel van de procurator Pontius Pilatus. Niet zoveel
later schrijft Plinius de
Jongere, als proconsul in Bythinië (in het huidige Egypte), over de
christenen. Ze vereren
Christus en zingen liederen tot hem alsof hij een God is. Zo zijn er
nog een paar berichten te
noemen. De joodse schrijver Flavius Josefus zegt omstreeks het jaar
93, dat Jezus een wijs
man was en de Christus. Veel is het alles bij elkaar niet, wat deze
geschiedschrijvers over
Jezus te melden hebben. Maar laten we niet vergeten, dat Jezus een
jood was in de marge
van de samenleving, die niet optrok met de groten in de maatschappij,
en dus bij wijze van
spreken niet op de voorpagina’s van de kranten verscheen.
Marcus, uit wiens evangelie we vandaag een klein stukje
hoorden, schreef zijn tekst
rond veertig jaar na de dood van Jezus, op basis van bronnen uit de
tweede of derde hand.
Twintig jaar vóór hem schreef Paulus zijn brieven. Hij spreekt daarin
over Jezus als een
reële mens van vlees bloed. Over die uitspraak is hij nooit door zijn
tegenstanders
aangevallen.
Hoe nu verder? ‘Niemand heeft ooit God gezien’, schreef de
evangelist Johannes (1,
18), maar dat wil niet zeggen, dat hij er niet is voor ons. Niemand
van ons heeft ooit Jezus
gezien, maar dat wil niet zeggen dat hij niet bestaat. Om een simpele
vergelijking te maken:
Mijn overgrootvader Willem heb ik nooit gezien, omdat hij acht jaar
vóór mijn geboorte
overleed. Maar ik heb het gevoel alsof ik hem goed gekend heb,
dankzij de verhalen die tot
op de dag van vandaag over hem verteld worden, zoals het feit, dat
hij op kerstmis het liefst
rodekool met worst at. Zo kunnen we een ander in leven houden door
hem of haar niet te
vergeten in onze verhalen. En wat Jezus betreft: we kunnen hem
achterna gaan, en de
verhalen over hem ons leven laten bepalen, en te geloven in wat hij
vandaag tot ieder van
ons zegt (volgens de Bijbel in Gewone Taal): ‘Gods nieuwe wereld is
dichtbij. Geloof dat
goede nieuws! Dit is het moment om je leven te veranderen.’
Archief preken