Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Ranken van een wijnstok

Viering: 5e zondag van Pasen

Lezingen:

  • Handelingen 9, 26-31
  • Johannes 15,1-8

Geschreven door: Dr. Jan Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

In deze Paastijd lezen we uit het evangelie van Johannes. Dit laatst geschreven evangelie heeft een heel ander karakter dan de evangeliën van Marcus, Matthëus en Lucas. Geen levensverhaal van Jezus zoals we dat aantreffen bij de andere evangelisten. Het evangelie opent met de diepzinnige proloog over het goddelijk Woord dat vlees geworden is.
We treffen lange monologen aan en gesprekken die Jezus met mensen voert. Centraal staat de band die Jezus met zijn Vader heeft. Jezus handelt door de kracht die hij van zijn Vader ontvangen heeft, met zijn gezag en macht. Het Woord is vlees geworden. God krijgt in Jezus een menselijk gezicht en het Woord, het goddelijke scheppingswoord wordt hoorbaar en tastbaar in het spreken en handelen van Jezus. In het handelen van Jezus wordt aan ons openbaar hoe God handelt en omgaat met mensen. Jezus is niet God maar wijst ons de weg naar God.
Om duidelijk te maken welke weg naar God toegaat en welke van hem af, spreekt Johannes in tegenstellingen. Duisternis en licht, leugen, onwaarachtigheid en waarheid, dood en leven. Johannes 15,1-8
Duisternis, leugen en dood horen voor Johannes bij de mens die de keuze maakt voor de levensinstelling van de wereld. Licht, waarheid en leven horen bij de keuze voor het geloof in Jezus.
De levensinstelling van de wereld staat tegenover die van het geloof. Een wereld van schijn, onverschilligheid en oppervlakkigheid, een wereld die gedreven wordt door rivaliteit en concurrentie. Daar tegenover de houding van eerlijkheid en waarachtigheid, van vertrouwen in de ander, samenwerking, bezorgd zijn om de ander, welzijn hoger stellen dan welvaart.
Jezus wijst ons de weg naar God zoals in het O.T. de Thora dat doet. De Thora geeft de richtlijnen aan voor ons leven, wijst ons in welke richting wij moeten gaan. Wie zich er niet aan houdt en zijn eigen wegen gaat, verdwaalt in de woestijn van het leven. Jezus is het mens geworden Woord, de levende Thora. Daarom zegt Jezus: ik ben de weg, de waarheid en het leven. Hij wijst ons niet alleen de weg naar de waarheid en het leven zoals de Thora, maar hij is zelf de waarheid en het leven. Wie in Jezus gelooft, hem volgt en leeft met hem, heeft dan ook deel aan die volle waarheid en dat leven. Ja, heeft hier en nu al deel aan het eeuwig leven.
In het evangelie van Johannes zien we duidelijk de parallellen met het O.T. Het Joodse volk heeft in de woestijn het manna gegeten, het brood dat uit de hemel kwam. Jezus is het levend brood, het levend water. Wie deel heeft aan Jezus heeft geen honger en dorst meer in de geestelijke zin van het woord. De Psalmist zegt: de Heer is mijn herder. In het O.T. wordt ook gesproken over slechte herders die de kudde in de steek laten en alleen uit zijn op eigen belang. Daar tegenover staat Jezus als de goede herder die heel concreet laat zien hoe de Heer voor mij een herder is.

In het evangelie van deze zondag zegt Jezus: ik ben de ware wijnstok. De wijnstok, de wijngaard, de werkers in de wijngaard, het heeft alles te maken met de gerechtigheid waaraan we moeten werken, het rijk van gerechtigheid, het land van belofte. Het Joodse volk beërft het Land, mag het beheren en bewerken, geniet bescherming van God op de voorwaarde dat het zich houdt aan de Thora en het verbond met God onderhoudt en geen andere goden aanbidt. Dan mag het leven in het Land en genieten van de oogst van het land en de wijngaard.
Waar de richtlijnen van God gevolgd worden, daar is gerechtigheid en vrede in de diepste zin van het woord, sjaloom. Wanneer het Joodse volk in het Land woont en het verbond niet onderhoudt, dan verliest het de bescherming van God en plundert de vijand het land en de oogst.
In het O.T. staat de wijngaard symbool voor het Joodse volk, het huis van Israël. De profeet Jesaja spreekt over God die een wijngaard heeft. Hij doet er alles aan en schept alle voorwaarden voor een goede oogst en toch brengt de wijngaard slechte vruchten voort.
God wil de muren van de wijngaard afbreken en hem tot wildernis laten worden. God trekt zijn beschermende hand af van zijn volk.
Goede vruchten voortbrengen betekent verbonden zijn met God en zijn richtlijn, de Thora volgen. Zo is Jezus als de levende Thora de wijnstok en zijn wij, zijn volgelingen, de ranken. Als we niet verbonden blijven met de wijnstok, met de stam, dan verdorren wij. Een leven van God los maakt van ons eigen leven en de wereld een woestenij.
In het evangelie is God de wijngaardenier die de wijngaard en de ranken bewerkt. Het beeld is duidelijk. De rank kan niet groeien en vruchten voortbrengen los van de stam. Maar hoe gaat dat groeien? De boer, de tuinman, kan er alles aan doen maar tenslotte is het afwachten wat er van terecht komt. Het beeld van de rank die groeit, heeft iets passiefs. Wij zijn tegelijk rank en werkers in de wijngaard. Als onze rank vrucht wil dragen, zullen we daar zelf aan moeten werken. Ons geloof kan alleen groeien als we het onderhouden. Dat betekent dat er ook gesnoeid moet worden. Dat heeft de Kerk door de eeuwen heen altijd gedaan.
Traditie betekent niet koste wat het kost alles bewaren. Wat niet meer zinvol en functioneel is en de groei belemmert, kan beter gesnoeid, vergeten worden, om andere ranken de ruimte te geven.
Zo moet het ook bij ons zelf zijn. Hoofdzaak van bijzaak onderscheiden. Waar heb ik in mijn geloof werkelijk wat aan in mijn leven en wat is ballast dat nieuwe inspiratie in de weg staat. Laten we gerust de rommelzolder van ons geloof eens opruimen. Ook het geloof moet de ruimte hebben om te kunnen gedijen.

In de eerste lezing hoorden we over Saulus, een merkwaardige rank aan de wijnstok. Wie was Saulus, de latere Paulus, apostel der heidenen? Hij is een man van twee werelden. Hij is geboren in Tarsus. Dat ligt in het zuiden van het tegenwoordige Turkije bij de Syrische grens. Hij is Joods opgevoed te midden van een Grieks Romeinse cultuur en sprak Hebreeuws, Grieks en Latijn. Als jongeman trekt hij naar Jeruzalem en laat zich in de Thora onderwijzen door de beroemde en geleerde farizeeër Gamaliël wiens leer grote overeenkomsten vertoont met die van Jezus.
In het boek Handelingen horen we het eerst van Saulus als hij bij de steniging van de diaken Stefanus aanwezig is en past op de mantels van hen die Stefanus stenigen. En Saulus verwoestte de gemeente en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mee en hij leverde hen over aan de gevangenis. Op de een of andere manier is Saulus geradicaliseerd. Hij heeft zich aangesloten bij de meest strenge en orthodoxe groepering van farizeeërs die de leer van Jezus en zijn volgelingen verwerpt en hen vervolgt. Met deze ijver gaat Saulus op weg naar Damascus om daar ook volgelingen van Jezus gevangen te nemen en naar Jeruzalem te brengen. Maar onderweg gebeurt dan wat wij altijd de bekering van Saulus noemen. Later zal Paulus zelf altijd spreken over een apokalyps, een openbaring.
Bij bekering denken we in de eerste plaats aan iemand die van ongelovige een gelovige wordt. Saulus is een gelovige Jood die in de traditie van de Thora staat. Dan is daar die openbaring waardoor hij tot een ander inzicht komt. Hij wordt verblind door het licht van de waarheid. Jezus die hij vervolgt, zal voortaan de fundering van zijn leven en zending worden.
Hij die aanhangers van de leer van Jezus vervolgde, wordt verkondiger van die leer en tenslotte als verkondiger ook zelf vervolgd.

Het is niet verwonderlijk dat de gemeente in Jeruzalem Paulus wantrouwt als hij daar na enkele jaren weer terugkomt. Saulus heeft door zijn openbaring wel een ander inzicht gekregen maar is altijd Jood gebleven. Een verstarde interpretatie van de Joodse religie heeft plaats gemaakt voor een wereldwijde blik.
Paulus is verbonden gebleven met de wijnstok maar er moest wel gesnoeid worden om tot een nieuw inzicht te komen en goede vrucht voort te brengen, om van Saulus Paulus te worden.

Als we kijken naar Petrus en Paulus dan is de Kerk niet begonnen met perfecte mensen.
Dat hoeft ook niet. De Kerk heeft in haar lange traditie gebouwd op gewone mensen zoals u en ik. Maar één ding hebben de gelovigen door alle eeuwen heen gemeen, ze zijn als ranken verbonden gebleven met de ware wijnstok. Ze zijn verbonden gebleven met de Thora, met Jezus de levende Thora, niet los van God.
Groeien in het geloof, hoe gaat dat? Het belangrijkste is dat we met vallen en opstaan verder gaan. Wie niets onderneemt, kan ook niet geholpen worden. Saulus ging op weg al was het de verkeerde weg en daarom werd hij onderweg geholpen om op de goede weg te komen.
Als wij op weg gaan dan gaat God met ons mee en krijgen we inspiratie en kracht van de Heilige Geest. Maar als wij niets doen dan doet God ook niets. Amen.
Archief preken