Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

GETUIGEN VAN GODS LIEFDE

Viering: 7e zondag van Pasen; 50 jaar lucaskerk

Lezingen:

  • Handelingen 1, 15-17.20a.20c-26
  • 1 Johannes 4, 11-16

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

We zitten in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren.
We horen over de elf, zonder Judas, die weer tot twaalf aangevuld moeten worden
voordat de Geest komt en zij moeten gaan uittrekken om de boodschap van Jezus te verkondigen.
Ze zijn nog met elf, geen twaalf;
maar ze zijn in de bredere kring wel al met 120: 10 x 12! mannen én vrouwen.
Maar er moet er dus nog wel een bij voor de twaalf.
Wat zou dat voor iemand moeten zijn?
Wat maakt diegene tot een goede geloofsgetuige?
Aan welke criteria zou zo iemand moeten voldoen?
Als we een vacature zouden stellen, wat zouden we dan van een kandidaat verwachten?
Dat die behoorlijke kwaliteiten moet hebben, zeker, zoals goed kunnen spreken.
En van onbesproken gedrag zijn, en de hele kerk niet te schande maakt, zeker.
Dat en meer zouden we ons allemaal kunnen bedenken,
maar wat lezen we feitelijk in de Handelingen van de apostelen?
Hij moet bij Jezus en de anderen zijn geweest vanaf het doopsel door Johannes tot zijn hemelvaart,
om samen met ons te getuigen van zijn opstanding.
Kortom, hij moet niet zelf van alles presteren,
maar getuige zijn van Jezus, van zijn leven, dood en verrijzenis: daar gaat het om.

In de tweede lezing schrijft ook Johannes dat het eerste initiatief van God komt.
God schenkt altijd eerst zijn gave, en dan pas volgt voor ons de opgave.
Luister maar naar wat er vooraf gaat aan onze tweede lezing:
‘Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.’
En dan volgt onze lezing (met mijn commentaar tussen haakjes):
‘Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. ( ( (Moeten vooral in deze zin: als je van zo’n liefde getuige bent geweest, dan kun je niet anders meer dan ook elkaar liefhebben.) Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. (Dan wordt God in ons zichtbaar, werkzaam als de Geest: waar wij elkaar liefhebben, maken wij zijn liefde zichtbaar.) Dat wij in hem blijven en hij in ons, weten we doordat hij ons heeft laten delen in zijn Geest. En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. (Wat wij leerlingen van Jezus getuigen is dit: Jezus is de Zoon van God, sprekend zijn Vader. Wie hem ziet, ziet de Vader. Niemand heeft God ooit gezien, maar nóóit zullen we meer van God zien, dan als we kijken en blijven kijken, kijken totdat ons hart zich opent, kijken en blijven kijken naar het leven van Jezus: Zoals hij de mensen liefheeft, zo is God.) Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem. (De liefde is net als Gods Geest in ons. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem of haar.)’

Maar de eerste brief van Johannes gaat nog door:
‘Zo is de liefde bij ons (die net zo slap zijn als Judas en Petrus) werkelijkheid geworden (...) Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.’

Vandaag is er alle reden tot grote dankbaarheid om vijftig jaar Lucaskerk:
om alle goeds van verleden, heden en toekomst, die wij hier mochten en mogen beleven,
maar we kunnen ons zeker vandaag ook verloren voelen.
We kunnen zowel in de wereld van vandaag als in de kerk gevoelens hebben van berusting:
Het is nu eenmaal zo, en wij kunnen er toch niets aan doen
of van cynisme: Wil de laatste het licht uitdoen.

Gaat het gebed van Jezus vandaag in het evangelie hierover?
Is zijn antwoord dat de parochies één moeten worden, moeten fuseren, en dan komt alles goed?
In de parochies van ons bisdom en onze regio, heel concreet ook van Lucas en Paulus:
Jullie moeten fuseren, jullie moeten één zijn, en denk erom dat je daarvoor bent,
terwijl de meesten van ons in vrijwel alle parochies diep in ons hart dachten en denken:
Laat ons lekker blijven zoals we zijn.
Nee, volgens mij gaat het gebed van Jezus daar niet over.

Aan het eind van zijn laatste avondmaal bidt Jezus tot zijn Vader voor zijn leerlingen,
voor zijn leerlingen toen en uitdrukkelijk ook voor allen die later nog zullen komen.
Nu hij uit de wereld naar zijn Vader toe komt, bidt hij voor zijn leerlingen die nog in de wereld zijn.
Zoals vaker in het evangelie volgens Johannes, heeft ‘de wereld’ een negatieve klank.
Dat is omdat Johannes met ‘de wereld’ de tegenkrachten van het evangelie bedoelt.
En Jezus bidt vandaag daarom voor de eenheid van zijn leerlingen,
omwille van het kwaad waaraan wij allemaal maar al te gemakkelijk ten prooi kunnen vallen.
Daarbij gaat het er niet alleen om dat Jezus het gevaar ziet dat wij boeven kunnen zijn,
die in het wilde weg schietend de stad door gaan,
maar ook dat wij toegeven aan de tegenkrachten van de blijde boodschap van het evangelie,
doordat wij berusten in hoe het in de wereld nu eenmaal gaat of dat we zelfs cynisch worden,
in plaats van werkelijk gegrepen te worden en te blijven door de Geest van het evangelie,
en ons met elkaar in te zetten voor de wereld die God voor ons allemaal droomt.
Waar Jezus om bidt, is dat wij allen vervuld mogen zijn van zijn vreugde,
die meer is dan plezier hebben of onszelf goed voelen,
maar een concreet engagement om eenheid tussen mensen te bevorderen:
in Gods Naam bouwen aan een nieuwe wereld:
de strijd aangaan met ons egoïsme, gist zijn van een wereld van kinderen van God,
in vriendschap werkelijk als zussen en broers van elkaar leven.
De ziel van God - Liefde - dat is onze zending in de wereld!

Vandaag worden wij in dat geheim opnieuw aangesproken.
Vanuit dat geheim van Gods liefde worden wij opnieuw de wereld ingezonden,
met geen andere boodschap dan die liefde van God.
Daarmee kunnen wij de toekomst aan van vandaag en morgen, wat die ook brengen mag.
Archief preken