Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Schaarste wordt overvloed

Viering: 17e zondag door het jaar

Lezingen:

  • 2 Koningen 4, 42-44
  • Johannes 6, 1-15

Geschreven door: Dr. J. Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

Bijna iedere dag worden we via de media geconfronteerd met honger en ellende in de wereld en vandaag horen we een verhaal dat daar haaks opstaat. Jezus, die de hongerige menigte voedt, die van schaarste overvloed maakt. Moeten we dan niet een beetje glimlachen.
Wat heeft zo een verhaal ons nog te zeggen. Dat kan toch niet. Nee, in de wereld van de harde cijfers kom je met zo een verhaal niet ver. Vijf broden en twee vissen zijn wat ze zijn en zullen nooit meer worden. We leven in de wereld van het getal. In de wetenschap moet alles getalsmatig worden vastgelegd. Meten is weten. We willen alles doorberekenen, liefst tot twee cijfers achter de komma. Dat geeft zekerheid. De rekening moet kloppen.

Deze wereld van kennis en wetenschap, vastgelegd in cijfers, formules, tabellen en statistieken is uiterst belangrijk en onmisbaar maar ze is niet alles. Want in het leven klopt heel veel niet, krijgen we de cirkel niet rond en vallen zekerheden weg. Je kunt bij wijze van spreken als een boekhouder door het leven gaan, alle voor- en nadelen tegen elkaar afwegen, risico’s vermijden en op zeker spelen. Maar aan echt leven kom je dan niet toe.
Je zult misschien voor teleurstellingen gespaard blijven maar je zult ook nooit open kunnen staan voor wat je aan vreugde en liefde kan overkomen. Met zo een instelling blijft de bijbel een gesloten boek. Want de bijbel gaat nu juist over mensen die in het volle leven staan met angst, verdriet en vreugde. Als we onze dagelijkse zekerheden kunnen loslaten, ons openstellen voor wat ons overkomt, de ontmoeting met de ander en met God, ons kunnen verbazen en verwonderen, dan hebben we de juiste instelling om de bijbelse verhalen mee te beleven en wordt de bijbel een fantastisch boek.

Dan zijn we klaar om in het verhaal van deze zondag te stappen en met Jezus de berg op te gaan. Evenals in gedichten zijn in de bijbelse verhalen woorden meer dan hun gewone betekenis, ze verwijzen naar iets anders.
In de bijbel is de berg de plaats bij uitstek voor een Godsontmoeting. Jezus gaat de berg op. We denken meteen aan Mozes die de berg opging om van God de richtlijnen te ontvangen voor het Joodse volk om in vrede en gerechtigheid te kunnen wonen in het Land. De eenzame plaats op berg of heuvel mag de plek zijn voor een Godsontmoeting maar dat betekent niet dat we deze ervaring voor onszelf mogen houden. We moeten weer afdalen om deze ervaring met andere mensen te delen. Mozes, Elia en Jezus in het verhaal van de verheerlijking op de berg, kunnen niet op de berg blijven maar moeten afdalen. Beneden ligt hun taak.

In ons verhaal is er geen sprake van een eenzame plaats op de berg die in feite een heuvel is. De menigte is zo vol van zijn woorden en genezingen dat ze hem niet alleen laten en hem gevolgd zijn de berg op. Jezus zegt tegen Philippus: waar zullen we brood halen om al die mensen te eten te geven.? Philippus antwoordt: zelfs als we voor 200 denariën brood kopen, is dat niet genoeg om ieder ook maar een klein stukje te geven. Een denarie is een dagloon waar iemand een dag van kan leven en er is een menigte van ongeveer 5000 mensen.
Onbegonnen werk. De discipel Andreas ziet in de menigte een jongetje met vijf gerstebroden en twee vissen. Dat is nog minder. Dan beduidt Jezus dat de mensen in het gras moeten gaan zitten. Jezus neemt de broden en de vissen, dankt en verdeelt ze onder de mensen.
Ze eten volop en na de maaltijd worden er nog twaalf korven gevuld met brokken brood die overgebleven zijn.

Deze maaltijd op de berg doet ons denken aan een andere maaltijd. De evangelist Johannes heeft al gezegd dat het Pascha, het feest der Joden nabij was. Het jongetje heeft gerstebroden bij zich. Bij het Joodse Paasfeest werden de eerstelingen van de gerstoogst naar de tempel gebracht. Deze maaltijd verwijst al naar het Pascha, naar de maaltijd die Jezus op de laatste avond van zijn leven met zijn leerlingen zal houden. Bij de maaltijd op de berg dankt Jezus en deelt uit. In het evangelie van Johannes staan tijdens het laatste Avondmaal de voetwassing en het verraad centraal. Tijdens de maaltijd wordt de verrader aangeduid maar is er niet zoals bij de andere evangelisten een dankzegging, instellingswoorden en het rondgaan van brood en beker. Wat in de beschrijving door Johannes van het laatste Avondmaal ontbreekt, krijgt al zijn plaats in het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging, een maaltijd die Jezus niet alleen met zijn leerlingen houdt maar met alle mensen.
We mogen ook denken aan wat de profeet Jesaja schrijft. Aan het einde der tijden richt de Heer op zijn berg een maaltijd aan voor alle volken, een maaltijd van overvloed.

Wat kan dit verhaal ons zeggen, hoe moeten wij het duiden? Aan de hand van de genoemde getallen komen we een stukje verder. In de bijbel hebben getallen vaak een symbolische betekenis. Vijf broden en twee vissen. Het getal vijf heeft te maken met de hand. Vijf is het symbool voor een handje vol, wat voorhanden is. Het getal twee heeft in de bijbel geen symbolische functie en heeft alleen een telwaarde. We weten: appels en peren kun je niet bij elkaar optellen en zo ook niet vijf broden en twee vissen. Maar we zitten even niet meer in de wereld van het dagelijkse rekenen. We zijn het verhaal binnengestapt waar veel meer mogelijk is en we ons mogen verwonderen. Als Jezus dankt en vijf broden en twee vissen uitdeelt dan worden ze wel zeven want het getal zeven staat symbool voor volheid en overvloed. Dan wordt een handje vol een volle hand. Vijfduizend mensen worden verzadigd en er zijn nog twaalf korven met brokken over. Twaalf als symbool voor compleetheid en volheid.

Wat je voor jezelf houdt, blijft wat het is en wordt niets meer. Het gaat als met het talent dat in de grond gestopt wordt. Maar wat je weggeeft, met andere mensen deelt, wordt meer. Door geven en delen word je niet armer maar rijker. Kennis, ervaring en inzicht kunnen alleen groeien als ze met een ander gedeeld worden. Liefde en vertrouwen die wij van andere mensen ontvangen hebben, kunnen alleen groeien als we ze doorgeven. De hand die geeft, zal op de een of andere manier ook weer ontvangen. Door geven en delen, worden wij rijker, gelukkiger en meer mens. Om ten volle mens te worden, hebben we steeds de ander nodig.
Wij staan open naar de wereld en de ander en wat wij ontvangen, wat terugkeert tot onszelf maakt ons een rijker en vollediger mens. Steeds is er de beweging van naar buiten treden en terugkeren tot jezelf, in de ervaring van de dingen om je heen en het opdoen van kennis maar ook in de ontmoeting, de relatie, de dialoog met de ander.

De evangelist Johannes geeft aan het mooie verhaal van de maaltijd op de berg een merkwaardig en ontnuchterend slot dat bij de andere evangelisten niet voor komt. De mensen zijn verzadigd. Ze hebben het teken van Jezus gezien en zeggen: dit is ongetwijfeld de profeet die in de wereld komen zou. Ze willen Jezus met geweld meenemen en tot koning uitroepen. Jezus, die dit door heeft, trekt zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.
Dat de mensen denken aan een profeet zoals Mozes of Elia, is heel begrijpelijk. Maar dan moeten ze ook weten dat deze figuren verwijzen naar iets anders. Mozes verwijst naar de Thora en Elia verwijst naar de komende Messias. En Jezus die tekenen doet verwijst naar zijn Vader, doet tekenen om de heerlijkheid van zijn Vader openbaar te maken.
Mensen willen Jezus tot koning maken omdat hij ze gevoed heeft met brood. Ze zien helemaal niet de diepere betekenis. Ze zijn met beide benen op de grond blijven staan in het dagelijkse leven en wat telt is de volle maag. Ze hebben er niets van begrepen. Daarom komt even later in dit hoofdstuk het verhaal over het brood des levens dat Jezus zelf is. Jezus zegt: gij zoekt mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.
Jezus trekt zich in het gebergte terug, geheel alleen. Jezus, die gekomen is om de heerlijkheid, de liefde van God zichtbaar en tastbaar te maken, wordt door de menigte alleen gezien als de gever van het dagelijkse brood. Jezus, alleen en onbegrepen.

We stappen uit het verhaal en komen weer in de laagvlakte van ons dagelijkse leven. Natuurlijk mogen wij bidden: geef ons heden ons dagelijks brood. Maar niet alleen. Het gaat om meer, om de Naam die geheiligd wordt, om het koninkrijk dat komen zal, om alles wat staat in het teken van gerechtigheid. Vaak zullen we ons weer laten leiden door de zekerheid van het getal en ons niet kunnen openstellen voor verwondering. Dan blijft Jezus onbegrepen. Maar we kunnen ons ook openstellen voor het avontuur met God en ons laten wegroepen uit de vlakheid en oppervlakkigheid van ons dagelijks bestaan en het grote visioen van de maaltijd op de berg voor ogen houden. Een visioen dat werkelijkheid kan worden als wij geven en delen, als wij onze zekerheden laten varen en verbazing, verwondering en verwachting in ons leven toelaten. Dan kunnen wij misschien de heerlijkheid van God, zijn liefde in ons hart toelaten en is Jezus niet meer onbegrepen, niet meer alleen.
Amen.
Archief preken