Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Wijsheid

Viering: 28ste zondag door het jaar

Lezingen:

  • Wijsheid 7, 7-11
  • Marcus 10, 17-30

Geschreven door: Dr. J. Verhoeven

Broeders en zusters in Christus,

Soms zitten we met een probleem of een situatie waar we niet direct een oplossing
voor hebben en dan hoor je wel eens zeggen: wat is wijsheid? Met andere woorden:
wat is het verstandigste en beste om te doen. Dat is ook de vraag waar het in bijbel
altijd om draait.
Wat moet ik doen, wat is het beste? De bijbel is een heel praktisch boek met
levensverhalen van mensen en hun goede en verkeerde keuzes. Als er in de bijbel
gesproken wordt over wijsheid dan heeft dat in de eerste plaats geen theoretische
maar een praktische betekenis. Wijsheid is meer dan veel weten. Iemand kan veel
weten, veel verstand hebben van bepaalde dingen maar toch in de diepere
betekenis van het woord niet wijs zijn. In de bijbel betekent wijsheid levenswijsheid,
inzicht, een levenshouding die gericht is op God. Een levenshouding die geen
rekening houdt met God wordt dwaas genoemd. De Psalmist zegt: de dwaas zegt in
zijn hart, er is geen God. In het N. T. wordt gesproken over de rijke dwaas die
grotere schuren bouwt om al zijn oogst in te bewaren, op zijn lauweren rust maar
geen rekening houdt met zijn sterfelijkheid en met God. En dan de dwaze maagden
die geen olie in hun lampen hebben en niet klaar zijn om mee te gaan met de
bruidegom.

Kennis kun je zelf vergaren en vermeerderen maar in de eerste lezing hoorden we
dat we om wijsheid, inzicht, moeten bidden. Ze moeten ons door God geschonken
worden. Het zijn gaven van de Heilige Geest waar we in het bijzonder met
Pinksteren om bidden. “Verlicht ons duistere verstand”. We kunnen leren, presteren,
carrière maken maar het meest wezenlijke waar het in het leven om gaat, moet ons
geschonken worden.
Als we dat beseffen, is ons al een groot inzicht ten deel gevallen. Met dit inzicht
veranderen ook onze waarden. Aan de ene kant de mens voor wie de hoogste
waarde bezit is, hebben, vasthouden en meer willen hebben, de mens van prestatie,
concurrentie en macht. Want daar draait het in onze wereld om. Aan de andere kant
de mens die inzicht, wijsheid ontvangen heeft en met de bijbel de omkering van de
waarden meemaakt. De mens die niet wil hebben en vasthouden maar kan
ontvangen en geven, afstand doen van, loslaten, met een oud maar mooi woord:
onthechting. De directe bevrediging van onze behoeften maakt plaats voor uitstel,
verlangen, langen naar.

De woorden zoals inzicht en verdieping geven het al aan. Wat werkelijk waarde heeft
wordt niet aan de oppervlakte van ons gehaaste leven gevonden. We moeten verder,
dieper zoeken dan het vanzelfsprekende en voor de hand liggende. Zo is het ook
met de kunst. Een schilderij, een muziekstuk, geeft niet zomaar zijn schoonheid
prijs. We moeten er moeite voor doen om een kunstwerk in zijn diepte te peilen,
steeds weer een ander aspect te ontdekken en langzamerhand zal zijn schoonheid
zich aan ons openbaren als het opengaan van een bloem.
Het wezenlijke ligt nooit aan de oppervlakte voor het grijpen. We moeten ruimte
maken in onszelf en de rust vinden om te kunnen ontvangen en met inzicht op zoek
te zijn naar het meest wezenlijke in onszelf. We beginnen met wat God ten volle kan,
ons hart peilen. Gekomen uit de vluchtigheid van ons dagelijks bestaan, vinden we
dat wat duurt. We leven in een wereld van bezit en macht maar met de wijsheid
krijgen we oog voor een andere levenshouding, van vertrouwen, geloof en liefde.

Als ons wijsheid geschonken wordt dan verliezen de dingen die we zo belangrijk
vinden hun aantrekkingskracht en glans. Dan kunnen we ook al die Bijbelteksten
begrijpen waar de waarden van de wereld worden omgekeerd. God kiest niet voor
de sterke maar de zwakke. Machtigen stoot Hij van de troon en rijken stuurt Hij heen
met lege handen. Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Wie zijn leven wil
behouden, zal het verliezen. Maar hij die het verliest om mijnentwil die zal het
behouden.

De lezing uit het boek Wijsheid heeft natuurlijk te maken met het verhaal van de rijke
jongeling. We hebben gezien wat de wijsheid met een mens kan doen, met een
mens die gericht is op God. De rijke jongeling is ook gericht op God. Hij vraagt aan
Jezus wat hij moet doen om het eeuwig leven te beërven. Jezus noemt de geboden:
gij zult niet doodslaan, niet echtbreken, niet stelen, geen vals getuigenis geven,
niemand oplichten en je ouders eren.
De jongeling kent ze en zegt tegen Jezus dat hij ze van jongs af aan in achtgenomen
heeft. Jezus keek hem aan en ging van hem houden. En toch. Aan één ding
ontbreekt het u nog: verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult
een schat hebben in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen. Maar zijn gelaat
betrok bij dat
woord en hij ging bedroef heen want hij bezat vele goederen.
Ik heb dat altijd een beetje zielig gevonden voor de rijke jongeling. Hij bedoelt het zo
goed en heeft altijd zijn best gedaan. Hij is op de goede weg en daarom heeft Jezus
hem lief. De jongeman heeft alle geboden keurig plichtsmatig gedaan. Jezus vraagt
meer, ja heel veel. Jezus vraagt een totale inzet waar je helemaal bij betrokken bent,
met heel je hart, met heel je ziel en al je krachten. De rijke wordt er pas echt
persoonlijk bij betrokken als het meest dierbare, zijn bezit in het geding komt en
hem
gevraagd wordt dat weg te geven.
Het verhaal vertelt niet wat de rijke jongeling gedaan heeft. Misschien is dat niet zo
belangrijk. Hij en wij worden aan het denken gezet.

In het N.T. moet de rijke het vaak ontgelden, de rijke dwaas, de rijke jongeling en de
rijke man tegenover de arme Lazarus. Is rijk zijn dan zo verkeerd? Nee. De vraag is
alleen: hoe kom je eraan, heb je het op eerlijke wijze verkregen en wat doe je ermee.
Houd je het voor jezelf en blijf je opgesloten in de wereld van bezit en macht of wil je
open staan voor het licht van de wijsheid. Door weg te geven maak je anderen
gelukkig maar ontdek je ook een diepere waarde in jezelf.
Jezus zegt dat het voor een rijke zeer moeilijk is om het koninkrijk van God binnen te
gaan. We zijn allemaal gehecht aan onze bezittingen maar ze mogen nooit doel op
zich worden. We mogen er niet te afhankelijk van worden, ons er niet op blind staren
zodat we geen oog hebben voor een hele andere, diepere vorm van rijkdom. Met
rijkdom kun je heel veel goeds doen maar het kan ook een enorme blokkade zijn.
Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een
rijke het koninkrijk van God binnengaat. Als Jezus dit zegt schrikken zijn leerlingen
enorm en zeggen tegen elkaar: “Wie kan er dan nog gered worden?”. Daarop zegt
Jezus: “ Bij mensen is dat onmogelijk maar niet bij God want alle dingen zijn
mogelijk bij God”.
Dat betekent niet dat we kunnen afwachten en denken: God maakt het wel in orde.
Nee. God zet ons op een spoor, legt in ons een verlangen naar Hem toe, een
verlangen dat alle aardse behoeften overstijgt. Gedreven door dit verlangen zullen
we allereerst moeten vragen om wijsheid. Alleen dan kunnen we in de goede richting
verder zoeken.
De rijke jongeling vraagt: wat moet ik doen om het eeuwig leven te beërven. God
heeft in hem het verlangen gelegd naar het eeuwig leven. Maar dan moet de vraag
komen naar wijsheid en inzicht. Die vraag heeft hij nooit gesteld en dan kom je nooit
verder.
Wij zijn allemaal de rijke jongeling. Laten wij bidden om wijsheid, dat we op de
snelweg van ons leven niet aan het meest waardevolle voorbij gaan maar erbij
stilstaan en ons verdiepen, de goede vragen stellen en zoekend verder gaan op de
weg naar U toe.

Amen.
Archief preken