Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Het kerstspel

Viering: Viering eerste kerstdag

Lezing:

  • X

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

De vorige keer dat ik hier in de Lucas mocht voorgaan was een kleine drie weken geleden, op de morgen na Sinterklaasavond. Na afloop van de viering vroeg ik aan een van u bij het uitgaan van de kerk: ‘Waar zal ik het met kerstmis over hebben?’ ‘Iets leuks’, antwoordde ze glimlachend. Ik wist meteen wat ik zou gaan vertellen: over het kerstspel dat wij in ons gezin speelden, ruim vijftig jaar geleden. We werden daartoe geïnspireerd door de levende kerstgroep in onze parochiekerk, waarbij voor elke rol in het kerstverhaal een grote of kleine parochiaan bereid werd gevonden, naast de dieren die er natuurlijk ook waren. Dat ging niet altijd zonder problemen. Zo hadden we een keer bedacht dat de engel letterlijk uit de hemel moest neerdalen. Daartoe hadden we in eetkamer mijn oudste zusje aan een touw gebonden dat over de verwarmingsbuizen werd getrokken die langs het plafond liepen. Maar de engel begon zo erbarmelijk te kermen, dat we snel een andere oplossing moesten zoeken. Ik herinner me ook nog, dat Maria toen tijdens de reis naar Bethlehem tegen haar man zei: ‘Hè, Jozef, mijn rok zakt af!’ Het kerstfeest was heel vanzelfsprekend ingebed in het leven van ons gezin. Ik vond het als kind gewoon dat God in ons midden werd geboren, en tegelijkertijd was ik erg onder de indruk van alles.
Zo’n ervaring hebt u misschien ook wel. En zo’n ervaring wordt als het ware een parabel, waarvan we iets kunnen leren. Zo vertelde Jezus ook allerlei parabels, en zijn volgelingen moesten proberen te begrijpen wat de diepere betekenis ervan was. Ik vertel u nog drie van zulke parabels, die ons te denken kunnen geven.
De vrouw van mijn oudste neef Tomas was in verwachting van haar eerste kind. In het huis naast hen woonden enkele oude paters dominicanen. Toen het meisje Yulia geboren was, werden de paters uitgenodigd op kraamvisite. Tomas vroeg aan een van hen: ‘Wilt u Yulia misschien even in uw armen nemen?’ ‘Ik heb in mijn hele leven nog nooit een baby vastgehouden’, antwoordde pater Antoon beschroomd. Hij vond het een ontroerende ervaring, vertelde hij me jaren later. Je bent dus nooit te oud om je te laten ontroeren door het nieuwe leven. Kerstmis nodigt ons daartoe elk jaar uit: om nieuw leven te voelen en je erover te verwonderen.
De derde parabel overkwam me vijf dagen geleden toen ik Pieter heb gedoopt. In het verleden had ik zijn ouders getrouwd en zijn twee zusjes gedoopt. Nu was hij aan de beurt. Pieter is drie. Op die leeftijd maakt een kind veel dingen heel bewust mee. Met Pieter was dat niet anders. Ik sprak met hem over alles, over het water in de doopvont, over het chrisma en de doopkaars. Hij knikte telkens ernstig, dat hij het allemaal begrepen had. Op het einde van de viering gaf ik hem een goudkleurige penning, waarop de Sint Pieter in Rome staat aan de voorzijde, en een portret van paus Franciscus aan de achterzijde. Pieter was apetrots, en genoot van alles. Kinderen kunnen al heel vroeg wijs zijn, dat is de betekenis van deze parabel. We lezen dat ook in het verhaal van het jongetje Jezus, dat met de schriftgeleerden in discussie ging. Kinderen zijn wel kwetsbaar, maar tegelijkertijd straalt er ook een kracht van hen uit. Het is de kracht die onze angst te lijf kan gaan.
Mijn laatste verhaal speelde zich twee dagen eerder af. Een goede vriend van mij had me uitgenodigd om mee te gaan naar de opera Lohengrin van Richard Wagner in het Concertgebouw; een hele zit van vijf uur. Na afloop gingen we naar een kroeg, die tjokvol zat, midden tussen de kerstversiering. We vonden met moeite plaats aan een tafeltje. Naast ons zaten twee jongemannen, die in Delft gestudeerd hadden. Ze vroegen wie wij waren en wat wij deden. Mijn vriend vertelde dat hij kunsthistoricus was, en ik vertelde dat ik priester was. Meteen ontplofte één van hen, en begon af te geven op de kerk, als een overbodige en onderdrukkende instelling. Hij had geen persoonlijke ervaring met kerk of religie, en zijn afkeer was gebaseerd op berichten uit de tweede hand. We raakten in gesprek, en Matthijs – zo heette hij – werd rustiger en begripvoller voor wat ik te zeggen had. De volgende dag dacht ik terug aan het voorval, en zei bij mezelf: ‘Je moet wel kunnen openstaan voor ontroering om iets van God en godsdienst te kunnen aanvoelen. Agressie is soms een teken dat je niet de moeite wil doen om na te denken.’
Gisteren ontving ik bij de post een gedicht van een goede vriend uit Duitsland. Ik heb het in het Nederlands vertaald. Samen met de vier parabels vormt het mijn kerstboodschap voor 2015.
HEER JEZUS

Toen ik voor het eerst in mijn leven
eenvoudig niet meer wist hoe het verder moest

toen ik noch van ouders noch
van zussen of broers iets merkte

geen vriend op deze wereld
nu naast mij zal staan

toen was jij voor mij broer, heer,
vriend, die ik heb tot op vandaag

aan wie ik mijn pijn en mijn
vreugde vertel, die ik vertrouw

omdat niemand op deze wereld
mijn God is – behalve jij, Heer

[Georg Maria Roers SJ]

Zalig Kerstmis.
Archief preken