Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Wat is mijn taak in het leven

Viering: VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezing:

  • Lucas 4, 16-30

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

Als je wilt ontdekken wat je taak in het leven is, moet je terug naar je wortels. Kijk wat je herkomst is. Waar kom je vandaan? Wat heb je geleerd? En van wie? Dat vraagt om een eerlijk onderzoek, waarbij niets in de doofpot wordt gestopt. Pas dan wordt duidelijk wat de kernwaarden in je leven zijn, en wat je door schade en schande hebt geleerd. Om het een beetje plat te zeggen: je krijgt een overzicht van de tegeltjeswijsheden die je bijgebleven zijn. De bijbel staat vol met zulke wijsheden, zoals ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dan ook een ander niet’, ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’, ‘Waarom zie je wel de splinter in het oog van een ander, en niet de balk in je eigen oog’.
Dat allemaal gebeurt er in het evangelie van vandaag. Jezus keert terug naar zijn geboortestad Nazaret op het moment dat zijn taak gaat beginnen. Daar sluit hij aan bij een levenslange traditie: op sabbat ga je naar de synagoge. Onze kerk is in grote lijnen een voortzetting van die synagoge, maar er zijn ook grote verschillen. In de synagoge was er bijvoorbeeld geen gewijde dienaar. Ieder met voldoende kennis en wijsheid kon uitgenodigd worden om deel te nemen aan de liturgie, zij het dat vrouwen daarbij uitgesloten waren. Dat is in het joodse religie gelukkig veranderd. In de katholieke kerk zitten we nog steeds te wachten op een doorbraak, al heeft paus Franciscus vorige week verklaard dat vrouwen kunnen deelnemen, nee, zelfs moeten deelnemen aan de voetwassing op Witte Donderdag. Een piepkleine stap, maar toch een principiële vooruitgang.
Jezus komt met zijn boodschap, niet iets wat voorgeschreven was, maar wat hij zelf gekozen had: een tekst uit de profeet Jesaja. Daarin is hij zich bewust van zijn roeping en van de taken die hij voor zich ziet. ‘God heeft mij uitgekozen’. Dat is ook het uitgangspunt dat voor ons geldt, of we nu man of vrouw zijn, jong of oud. ‘God heeft mij uitgekozen. Daarom is zijn Geest bij mij.’ Op die uitverkiezing mogen, ja zelfs moeten we trots zijn. Die kan niemand ons ontnemen. Die uitverkiezing is geen naar binnen gekeerd bezit, maar wordt realiteit in daden: goed nieuws vertellen aan armen, tegen gevangenen zeggen dat ze weer vrij zijn, en tegen blinden dat ze weer zullen zien. Jezus is geen vrijblijvende politicus die alleen maar verdeeldheid zaait en geen enkele bijdrage levert aan de menselijke samenleving. Jezus is evenmin een farizeeër die beweert dat hij God in zijn zak heeft. Want wie denkt dat God alles al gezegd heeft, heeft nooit goed geluisterd. Jezus komt ook niet met een vrijblijvende belofte, maar hij zegt: ‘Er begint een nieuwe tijd. Wat ik jullie net voorgelezen heb, is vandaag werkelijkheid geworden.’ Vandaag. Ieder van ons wordt uitgedaagd om te ontdekken hoe die nieuwe tijd vandaag is begonnen.
Die ontdekkingsreis krijg je niet cadeau. Net zoals bij de toehoorders van Jezus in Kafarnaüm wordt twijfel gezaaid en tegenwerking georganiseerd: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’ Wat kan iemand met een dergelijke achtergrond nou. Een beetje timmeren met hout misschien, maar toch niet doordringen in de diepste geheimen van God! Weg met die man, gooi hem met zijn hoogmoedswaanzin naar beneden.
Jezus zet een nieuwe koers uit, als hij in zijn eigen stad ongewenst blijkt. Hij zoekt het buiten de grenzen, in navolging van de profeet Elia die het voor de weduwen opnam, en van de profeet Elisa, die een allochtoon uit Syrië genas. Daarmee trotseerde hij de boosheid van zijn toehoorders. Jezus laat zich niet leiden door de wetten van de religie, maar door zijn innige relatie met God. Die geeft hem de moed om te zeggen waar het op staat, en dingen te doen die volgens bepaalde mensen niet horen. In die zin is Jezus een verzetsheld.
‘Verzet’ was ook het thema van de Gedenkdag van de Holocaust die we vier dagen geleden vierden. Elk oprecht geloof draagt verzet in zich, in het groot en het klein. Het is zoals de Amsterdamse dichter Remco Campert schreef:
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
Archief preken