Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Onbekende tekst

Viering: DE VIJFDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD

Lezing:

  • Johannes 8, 2-11

Geschreven door: Paul Begheyn SJ

Het is opmerkelijk dat de evangelietekst van vandaag eigenlijk helemaal niet voorkomt in de oudste handschriften van het evangelie volgens Johannes. Wat zou daar de reden van kunnen zijn? Geen enkele Bijbelgeleerde weet het. Gelukkig dat dit verhaal toch bewaard gebleven is, want het is een zeer leerzame tekst. Het begint al meteen met de eerste zin: ‘Vroeg in de morgen ging Jezus weer naar de tempel’. De vroege morgen is voor Jezus kennelijk een favoriete tijd om te bidden, maar elders kunnen we lezen dat hij ook de avond er graag aan besteedde. Op een gegeven moment ontdek je of je eerder een ochtendmens of een avondmens bent om bij God te zijn, tenzij je natuurlijk een begenadigd iemand bent die God altijd wel weet te vinden. Jezus kreeg daardoor iets aantrekkelijks, letterlijk, want het hele volk kwam naar hem toe. Hij ging zitten, en gaf uitleg over God. Je ziet het voor je: een gemoedelijke samenkomst met anderen, niet hoog verheven verkondigend vanaf een preekstoel, maar als mens onder de mensen. Je kunt elkaar in de ogen zien. Je kunt elkaar aanraken. Er kan een dialoog ontstaan.
Jezus gaf uitleg over God, schrijft Johannes, en meteen zie je letterlijk voor je ogen gebeuren wie God is, hoe God is, hoe God doet. Niet rechtstreeks, maar via Jezus. Je ziet het voor je: Jezus, een groep wetsleraren en farizeeën, en een vrouw. Een gesloten cirkel van hoogstaande mannen, om Jezus heen en om de vrouw. Ze hebben een val gezet, waaraan noch Jezus, noch de vrouw lijken te kunnen ontsnappen. Mij viel onmiddellijk iets op: Waar is eigenlijk die andere man, met wie ze volgens de aanklacht geslapen had? Was die er tussenuit geknepen? Het is de zoveelste keer in de Bijbel, dat de vrouw automatisch als de schuldige wordt gepresenteerd. Dat gebeurde al op de eerste bladzijde van de Bijbel, waar Eva als aanstichtster van het kwaad wordt afgeschilderd. Dat is eigen aan de vrouwonvriendelijke cultuur waarin de Bijbel ontstaan is. Maar Jezus doorbreekt dat, op allerlei manieren, al realiseren we ons misschien te weinig hoe bijzonder dat is.
De andere aanpak waar Jezus voor kiest wordt helder in gebaren en woorden. Hij buigt zich voorover en schrijft hij met zijn vinger in het zand, zonder daarbij iets te zeggen. We krijgen ook niet te horen wat hij schrijft. Maar roept zijn gebaar niet op hoe God de tien geboden schreef op twee stenen tafelen, en daarmee niet alleen in stenen zijn grondprincipes grifte, maar ook in de harten van mensen? Met een zekere vanzelfsprekendheid zeggen die tien geboden wat je wel en niet hoort te doen, terwijl je op de achtergrond als het ware hoort: ‘Maar dat weet je toch wel!’
Het schrijven in het zand wordt gevolgd door een meesterlijke vraag: ‘Wie van jullie heeft nooit iets verkeerds gedaan?’ Pas als je nooit iets verkeerds hebt gedaan, mag je een steen gooien. Dat zou je eens moeten zeggen tegen al die mensen in de oosterse landen, die tot op de dag van vandaag hun hand er niet voor omdraaien om anderen te stenigen. Ik herinner me nog de preek van priester-beeldhouwer Omer Gielliet in Breskens, die zei: ‘Ik zal de stenen klaarleggen op het priesterkoor, maar als iemand het waagt te gooien, dan buk ik!’ Jezus stelde een gewetensvraag, en daarop dropen al die hoge heren allemaal af. Zo eerlijk waren ze nog wel. ‘Als niemand jou veroordeeld heeft, zal ik het ook niet doen’, zegt Jezus tegen de vrouw.
Dit verhaal van Johannes vormt de basis van een van de bekendste gedichten uit de Nederlandse letterkunde. Het werd door Gerrit Achterberg gepubliceerd in 1947, tien jaar nadat hij in een vlaag van waanzin zijn hospita had vermoord. Dit evangelieverhaal moet voor de dichter stof tot meditatie gevormd hebben.
Met het gedicht van Gerrit Achterberg besluit ik mijn overweging van vandaag:

En Jezus schreef in ’t zand

Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in ’t zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.

De Schriftgeleerden, die Hem aan de tand
hadden gevoeld over een vrouw, van hete
hartstochten naar een andere man bezeten,
de Schriftgeleerden stonden aan de kant.

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.
En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.
Archief preken