Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Zien met de ogen van geloof

Viering: Beloken pasen 3 april 2016

Lezingen:

  • Handelingen 5, 12-16
  • Johannes 20, 19-31

Geschreven door: Jan Verhoeven

Zusters en broeders in Christus,

Op deze eerste zondag na Pasen hebben we uit het evangelie van Johannes het verhaal gehoord van de zogenaamde ongelovige Thomas. Het thema van deze preek zou kunnen luiden: zien met de ogen van het geloof. Het hele evangelie van Johannes gaat over dit zien. In lange gesprekken met mensen wil Jezus de waarheid aan het licht brengen. Waarheid in de betekenis van echtheid, waarachtigheid die hij in mensen naar boven wil brengen zodat zij zich ten volle kunnen ontplooien, ten diepste mens worden.
Het gesprek met de farizeeër Nicodemus die in de nacht naar Jezus komt en zijn woorden niet begrijpt.
Als je niet opnieuw geboren wordt, kun het koninkrijk van God niet zien. De ontmoeting met de Samaritaanse vrouw bij de put en het spreken van Jezus over het levend water. Een vrouw die vijf mannen heeft gehad, een pijnlijk, benauwend geheim. Jezus brengt de waarheid aan het licht en bevrijdt de vrouw van haar last zonder haar te veroordelen. De vrouw zegt: Komt mee en ziet de mens die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb. Zou deze niet de Christus zijn? Jezus geneest een blinde, opent zijn ogen maar ook in diepere zin want de genezene gelooft dat Jezus, zijn genezer, de Zoon des mensen is. En tenslotte het gesprek met Martha, de zuster van de gestorven Lazarus over dood en opstanding. Zij gelooft dat haar broer zal opstaan op de jongste dag. En Jezus zegt: Ik ben de opstanding en het leven; wie in mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.

Het evangelie van Johannes is zeer direct. In de andere evangeliën houdt Jezus verborgen dat hij de Messias is. In het evangelie van Johannes openbaart Jezus zich als de Messias, als degene die de heerlijkheid van God moet openbaren. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Wie in Hem gelooft, heeft ook direct deel aan die waarheid en dat leven. Johannes spreekt in tegenstellingen: duisternis en licht, leugen en waarheid, vlees en geest, dood en leven. Duisternis, onwaarachtigheid, vlees en dood behoren toe aan wat Johannes de wereld noemt. Daar tegenover staat het geloof in Christus. Bij Johannes heeft de gelovige deel aan twee werelden. Hij staat nog in deze wereld met al haar duisternis en tekorten maar heeft door het geloof in Christus ook al deel aan het licht, aan de heelheid en ongebrokenheid. Vanuit het geloof komt de wereld om ons heen in een heel ander licht te staan.
In deze wereld van alledag kan het soms gebeuren dat in een moment alle twijfel en onzekerheid wegvallen en dat er geloof, vertrouwen, hoop en liefde zijn ondanks alles om ons heen. Een moment van: ik ga er voor, ik zet me er ten volle voor in zonder alle consequenties te kunnen overzien maar toch vanuit een innerlijke zekerheid dat het goed zal komen zoals mensen in een beginnende relatie op elkaar vertrouwen en met elkaar op weg gaan.
Wie een cijfermatige zekerheid wil hebben, de zekerheid van de maatlat, die komt in het menselijk handelen tot niets en blijft steken in twijfel en besluiteloosheid. Maar soms breekt Uw licht in mensen door, onstuitbaar. Op het moment dat geloof, hoop en liefde het winnen van angst en wantrouwen, wordt duisternis licht, gaan wij anders zien, zien wij met de ogen van het geloof. Dat is de ervaring van Pasen.

Zien met de ogen van het geloof. Is dat voor ons, tweeduizend jaar later, niet veel moeilijker dan voor de leerlingen van Jezus die alles met eigen ogen gezien hebben? In de evangeliën lezen we steeds dat Jezus op een muur van onbegrip stuit en dat zijn leerlingen er weinig van begrepen hebben. Uit eigen kracht kunnen wij niet komen tot het zien met de ogen van het geloof. Het is een gave. Ons zullen de ogen geopend moeten worden.
In de tuin van het graf herkent Maria van Magdela de opgestane Jezus pas als Hij haar bij haar naam noemt.

Op de avond van de dag van de verrijzenis verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Het eerste wat Jezus zegt is “vrede” en hij toont hen zijn handen en zijn zijde, de tekenen van het lijden. “Vrede” betekent de allesomvattende vrede, rust, sjaloom. Hij zegt als het ware: wees niet bang, de tekenen van het lijden zijn nog zichtbaar maar de angst en pijn van het lijden zijn opgeheven. Het verleden hoeft niet uitgewist te worden maar is niet meer beklemmend en drukt niet meer op ons. We mogen vrede hebben met het verleden.
Bij de evangelist Johannes gebeurt alles tegelijk. Jezus zegt: zoals de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook u. Jezus is door de Vader gezonden om de heerlijkheid van God, zijn liefde en gerechtigheid, openbaar te maken in deze wereld. Zo zendt Jezus ook zijn leerlingen en zij ontvangen de Heilige Geest op de avond van de verrijzenis. Bij Johannes vallen Pasen en Pinksteren met recht op één dag. De ervaring van Pasen, het zien met ander ogen kan er alleen maar zijn door de kracht van de Heilige Geest met de gaven van wijsheid, inzicht, vuur van liefde.

Thomas is er op de avond van de verrijzenis niet bij en hoort wat de andere leerlingen zeggen: “wij hebben de Heer gezien”. Thomas wil dat niet geloven voordat hij bij Jezus de tekenen van het lijden heeft aangeraakt. Zo zouden wij toch ook reageren. Eerst zien en dan geloven. Een week later verschijnt Jezus weer en is Thomas er bij. Evenals op de avond van de verrijzenis verschijnt Jezus terwijl de deuren gesloten zijn en wenst hij hen vrede. Hij zegt tot Thomas: “Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde en wees niet ongelovig maar gelovig. En dan belijdt Thomas: “Mijn Heer en mijn God”.
Omdat gij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.
Maar wat heet in deze context zien? Je kunt naar dingen kijken en het toch niet zien, geen inzicht hebben. Maria van Magdela ziet Jezus en denkt dat het de tuinman is.
Bij een rondleiding door een fabriek zien we allerlei buizen en metertjes met getallen en pijltjes maar we hebben geen flauw benul wat die betekenen. Om iets te kunnen zien en begrijpen is voorkennis nodig.
Wie hier zonder enige voorkennis de dienst zou meemaken, zou er niets van begrijpen.
Zo is het ook in ons verhaal. De leerlingen hebben de Heer gezien maar zij hebben ook al de Heilige Geest ontvangen. Hun zien is al meer dan gewoon kijken. Door de kracht van de Heilige Geest zien zij al met de ogen van het geloof. Dat heeft Thomas gemist. Hij ziet nog met gewone ogen. Ook bij Thomas zal de herkenning van Jezus voortkomen uit het al ontvangen geloof, door de kracht van de Heilige Geest. Wie werkelijk wil zien, met wijsheid en inzicht, een zien van vertrouwen, hoop en liefde, zal eerst het geloof als gave moeten ontvangen.
Pas als we geloven, kunnen we zien met andere ogen. Zonder de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren zullen wij nooit een ervaring van Pasen kunnen hebben en blijft alles duister. Door de kracht van de Heilige Geest wordt onze duisternis verlicht en kan het mysterie van Pasen voor ons een ervaring worden, een doorleefde werkelijkheid. Dan pas kunnen we met heel ons hart zeggen: de Heer is opgestaan, ja Hij is waarlijk opgestaan, alleluia. Amen
Archief preken