Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

70 leerlingen gaan op zoek

Viering: 14de zondag door het jaar

Lezingen:

  • Jesaja 66, 10-14 c
  • Lucas 10, 1-12 en 17-20

Geschreven door: Jan Verhoeven

Zusters en broeders in Christus,

Telkens horen we in het N.T. de uitspraak “ het Koninkrijk Gods is nabij”. Te beginnen bij Johannes de Doper:
“ bekeert u want het Koninkrijk Gods is nabij”. Maar Johannes, de wegbereider, zegt ook over degene die na hem komt dat de wan in zijn hand is om zijn dorsvloer geheel te zuiveren en het graan in zijn schuur bijeen te brengen. Maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur. Angst aanjagende woorden.
In de evangelielezing van deze zondag horen we dat de zeventig uitgezondenen overal waar zij komen het Koninkrijk van God moeten aankondigen. Maar we horen ook over de oogst die binnengehaald moet worden. Wij weten dat als in de Bijbel gesproken wordt over de oogst dat daarmee het laatste oordeel bedoeld wordt.
De komst van het Koninkrijk van God en het laatste oordeel hangen samen.
Deze woorden van Johannes de Doper en van Jezus waren niet vreemd voor hun Joodse tijdgenoten. Na de verwoesting van de eerste tempel en de ballingschap was in het Jodendom een sterk Messiaans verlangen gegroeid en een zich bezighouden met de eschatologie, de laatste dingen die aan het einde der tijden zullen gebeuren. We lezen het bij de profeten Daniël, Maleachi, Joël en bij de evangelisten in de rede over de laatste dingen met de beproevingen van de eindtijd. Voordat de Messias komt, voorafgaande aan de geduchte dag van het oordeel komt de profeet Elia terug om de mensen op te roepen tot bekering. In de evangeliën krijgt daarom Johannes de Doper als voorloper van de Messias de trekken van Elia. Alles is gericht op de laatste dingen en de openbaring van het rijk van God wanneer de Messias het vrederijk van David zal herstellen. U begrijpt dat dit Messiaanse verlangen heviger werd in tijden van grote verdrukking zoals ten tijde van Jezus onder de macht van de Romeinen. De woorden van Jezus moeten begrepen worden tegen de achtergrond van de laatste dingen die staan te gebeuren en het Koninkrijk Gods dat nabij is.

Jezus zendt nog zeventig mensen uit om langs de steden te gaan waar Hijzelf komen zal. Eerder heeft Jezus al zijn twaalf leerlingen uitgezonden. Zij zullen de macht over boze geesten hebben, zieken genezen en het Koninkrijk Gods verkondigen. En bij Mattheüs lezen we de mysterieuze zin: “ jullie zullen de steden van Israël nog niet rond zijn voordat de Mensenzoon komt”. De twaalf zijn teruggekeerd en de Mensenzoon is nog niet gekomen. Een groot theologisch probleem maar het geeft wel aan hoe groot het verlangen van Jezus geweest moet zijn. Jezus en velen met Hem geloofden dat ze de komst van de Mensenzoon en het Koninkrijk Gods als een historische gebeurtenis zouden meemaken. “Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat dit alles geschiedt”.
Bij de evangelisten Marcus en Mattheüs komt dit verhaal van de uitzending van de twaalf ook voor maar het verhaal van de uitzending van de zeventig alleen bij Lucas. Lucas is ook de schrijver van de Handelingen der apostelen waarin beschreven wordt hoe het geloof zich van Jeruzalem uitbreidt naar Klein-Azië, Griekenland tot aan Rome toe. En deze wereldwijde verspreiding van het geloof begint al op het Pinksterfeest in Jeruzalem waar Joden uit de hele diaspora bijeen zijn en duizenden mensen gedoopt worden. In het boek Genesis is sprake van zeventig oervolken. Ik denk dat Lucas met het verhaal van de uitzending van de zeventig al een verborgen verwijzing geeft naar het boek Handelingen en het geloof dat de wereld rond zal gaan.
Jezus zendt de zeventig twee aan twee uit naar de plaatsen en steden waar Hij zelf komen zal. Twee aan twee. Dat is wel nodig want Jezus zegt: “ik zend u als lammeren midden onder wolven”. De een steunt in gevaren de ander. Maar het wil ook zeggen dat het geloof geen eenmanszaak is. Geloven doe je in een gemeenschap, met andere mensen. Bij het doorgeven van het geloof heb je als basis en steun die gemeenschap van gelovigen nodig. Ook in het doorgeven sta je niet alleen.
Evenals bij de uitzending van de twaalf leerlingen moeten zij voor onderweg niets meenemen en niemand groeten. Jezus heeft twee keer zijn lijden aangekondigd, is op weg naar Jeruzalem en het Koninkrijk Gods is nabij. De tijd dringt en de zeventig uitgezondenen moeten zich haasten. In het perspectief van de komst van het Koninkrijk van God wordt alles bijzaak. Er is zeker geen tijd voor begroetingen in Oosterse stijl waar men met elkaar moet eten, discussiëren en verhalen vertellen. Wat is de taak van de zeventig? Ze moeten de steden rond gaan en waar ze gastvrij ontvangen worden zieken genezen en verkondigen dat het Koninkrijk Gods nabij is. Waar ze niet welkom zijn, waar geen zoon van vrede woont, daar moeten ze het stof van zich afslaan en verder gaan. Jezus zegt dat het op de dag van het oordeel voor Sodom draaglijker zal zijn dan voor die steden.




Jezus spreekt over de oogst die binnengehaald moet worden. Je zou kunnen zeggen dat de zeventig uitgezonden worden om te kijken waar plaatsen van vrede, van geloof gevonden worden. Waar zij ontvangen worden,
zal Jezus ook ontvangen worden en geloof vinden. De zeventig inventariseren als het ware de oogst die op het veld staat. “Wie naar u hoort, hoort naar Mij; en wie u verwerpt, verwerpt Mij en Hem die Mij gezonden heeft “. Dat wil zeggen: wie de uitgezondenen niet ontvangt, niet openstaat voor de boodschap van het geloof, veroordeelt zichzelf. Ook moeten we bedenken dat alleen al het niet ontvangen van reizigers een grote zonde is tegen het gebod van de gastvrijheid. Wie Jezus verwerpt, verwerpt ook God die Hem gezonden heeft.

Met deze zin kunnen we direct de sprong maken naar onze tijd. Door de eeuwen heen is het christelijk geloof het fundament geweest van de Europese cultuur. In de Middeleeuwen beheerste de Kerk het hele leven en had invloed op alle facetten van de maatschappij. Aanvankelijk waren er de kathedraalscholen waar wetenschap bedreven werd. Maar de wetenschap wilde vrij zijn. Met de opkomst van de universiteiten in de late Middeleeuwen maakt de wetenschap zich langzamerhand los van de autoriteit van de Kerk en gaat op eigen benen te staan. De zelfstandigheid van de wetenschap leidt tot een grote bloei waar de maatschappij haar enorme vooruitgang en welvaart aan te danken heeft in de laatste vijf eeuwen. Wetenschap en techniek hebben geleid tot grote verworvenheden op alle gebieden. Dat hebben mensen allemaal gepresteerd. Dan rijst de vraag op of we God nog wel nodig hebben. Met deze vraag begint het proces dat we secularisatie van de maatschappij noemen, de verwereldlijking. De natuurwetenschappen en techniek worden gezien als het hoogste goed en hebben het laatste woord. Het fundament van onze cultuur, het christendom, waar in de Middeleeuwen alles om draaide,
is in de laatste eeuw aan de rand van onze samenleving komen te staan. Wie gelooft er nog, wie gaat er nog naar de kerk zijn opmerkingen die we zo vaak horen. Het niet meer gericht zijn op het hogere heeft geleid tot een vervlakking, een eendimensionale maatschappij, tot een onttovering van de wereld. Veel mensen hebben hun geloof opgegeven en leven los van God.

Een socioloog heeft eens gezegd dat de godsdienst het cement is van een samenleving. Zo is het eeuwen geweest maar zo is het al lang niet meer. Mensen die zich met materiële welvaart laten begoochelen door economische en politieke machten maar de band met het hogere in de vorm van kunst, cultuur en religie hebben verloren. De socialisten wilden dat de arbeider het materieel beter zou hebben maar spraken ook altijd over de geestelijke en culturele verheffing van de arbeider. Zonder dat gericht zijn op het hogere verliest een samenleving haar verbinding en wordt zeer individualistisch. Een samenleving die niet gericht is op hogere waarden gaat tenslotte aan haar eigen vervlakking te gronde. Een van de redenen dat het Westen de Islam niet begrijpt komt door het feit dat het Westen niet meer weet wat geloven betekent en welke invloed de kracht van het geloof heeft.

Laten we terugkeren naar onze lezing. De zeventig keren met blijdschap terug. Door de kracht van het geloof hebben zij boze geesten onderworpen. Jezus zegt tot hen:”Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen”. De kracht van het geloof is sterker dan die van de satan, de dwarsligger. Jezus geeft aan zijn volgelingen een ongekende macht en bescherming. Noch slangen, schorpioenen of een leger van de vijand zal hen enig kwaad doen. De volgelingen van Jezus mogen zich echter niet verheugen in de macht die zij gekregen hebben.
Wat het belangrijkste is dat hun namen opgetekend staan in de hemel, in het boek van het leven, in de hand van God. Dat zijn de zonen, de huizen van vrede die Jezus willen ontvangen. Plaatsen van geloof waar mensen zich niet afgekeerd hebben van God maar hecht verbonden zijn gebleven met hun fundament.
Het geloof is het cement van een samenleving. Daarom zijn geloofsgemeenschappen zoals deze, hechte gemeenschappen. Daadoor heeft de Kerk tegen alle verdrukking in door de eeuwen heen standgehouden. Verbonden met ons Fundament, met de Vaste grond kunnen we meer dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden. Amen.
Archief preken