Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Bidden

Viering: Bidden

Lezingen:

  • Genesis 18, 20-32
  • Lucas 11, 1-13

Geschreven door: Jan verhoeven

Zusters en broeders in Christus,

Deze zondag gaan de beide lezingen over het bidden. We horen het
smeekgebed van Abraham voor het behoud van Sodom en in de
evangelielezing vragen de leerlingen van Jezus om hen te leren bidden.
Hoe moeten wij bidden? Bidt en u zal gegeven worden. Dan denken we
vaak dat we alles aan God kunnen vragen en wordt het gebed niets meer
dan een verlanglijstje waarbij we er van uitgaan dat God alles wel even
zal regelen.Dat kinderen zo bidden, kunnen we ze moeilijk kwalijk nemen
maar volwassenen moeten beter weten. Zoals het kinderlijk geloof moet
groeien naar een volwassen geloof zo gaat het ook met het bidden. We
kennen veel vormen van gebed, het dankgebed, de voorbede, bede voor
de anderen om wie wij zorgen hebben en die ons ter harte gaan en tenslotte
het gebed waarin we al onze eigen zorgen, twijfels en vragen aan God
toevertrouwen.

Vorige zondag hoorden we hoe Abraham bezoek kreeg van drie mannen die hij zeer gastvrij
onthaalde. Vandaag horen we het vervolg. De drie mannen trekken verder en God openbaart
aan Abraham wat Hij van plan is.
Het geroep over Sodom en Gomorra is groot en haar zonde is zeer zwaar. Ik wil nederdalen
om te zien of zij inderdaad gedaan hebben naar het geroep dat tot Mij gekomen is of niet; Ik
wil het weten. God spreekt nog niet over verwoesting. Maar als Abraham ziet dat de drie
mannen naar Sodom gaan, trekt hij daaruit zijn conclusie en spreekt tot God: zult Gij dan de
rechtvaardige met de goddeloze verdelgen? Dan begint het grote smeekgebed van
Abraham. Zult Gij de stad verdelgen als er vijftig rechtvaardigen zijn. En haar geen
vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen. U kunt toch niet de rechtvaardige
met de goddeloze doden. Dan zou de rechtvaardige gelijk zijn aan de goddeloze. Zou
immers de Rechter de hele aarde geen recht doen. God zegt dat Hij omwille van de vijftig
rechtvaardigen de stad zal sparen.
Abraham gaat door met het risico dat hij door zijn vrijpostigheid afgewezen zal worden. Als
het er 45 zijn, 40, 30, 20, ja Abraham gaat door tot tien op het gevaar af dat God misschien
boos zal worden. Als er slechts tien rechtvaardigen gevonden worden, zal God de stad niet
verwoesten. Daarna gaat Abraham naar huis terug. Minder dan tien kan niet, minder dan tien
is geen gemeenschap, het aantal mensen dat nodig is om een dienst in de synagoge te
houden. Natuurlijk weet Abraham dat zijn neef Lot en zijn gezin in Sodom wonen. Maar toch
is het gebed van Abraham zonder eigenbelang. Voor het behoud van de anderen, de
rechtvaardigen die hij zelfs niet kent, maakt Abraham zich klein en kwetsbaar en vraagt het
uiterste van God met de kans dat God boos wordt omdat Abraham teveel vraagt. Dit is nu
een smeekgebed, een voorbede bij uitstek. Abraham die al zijn krachten aanwendt opdat de
ander gespaard wordt.

Ik wil nog een mooi voorbeeld geven van vragen aan God. De jonge koning Salomo heeft
een droom. God vraagt: wat wil je dat Ik je geven zal. Salomo vraagt om een verstandig hart
om bij het rechtspreken te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad. Omdat hij niet
gevraagd heeft om een lang leven, rijkdom of de dood van zijn vijanden, schenkt God hem
wijsheid om recht te kunnen spreken. Ook Salomo vraagt niet iets voor zichzelf maar om
inzicht voor het rechtspreken en regeren van zijn volk. In de voorbede gaat het in de eerste
plaats om de ander en is het gebed meer dan een persoonlijk vragenlijstje.

De leerlingen van Jezus hebben bidden ook moeilijk gevonden en daarom vragen ze aan
Jezus hen te leren bidden. Het wordt geen gebed met grote woorden maar in alle eenvoud is
het zeer rijk. We horen de korte vorm van het Onze Vader wat wij altijd bidden in de
uitgebreidere zoals die in het evangelie van Mattheüs voorkomt.
“Vader, uw naam worde geheiligd”. De grote God die alle verstand te boven gaat, mogen wij
met Jezus aanspreken met “Vader”. Door Jezus mogen we staan in de traditie van het
verbond dat God gesloten heeft met Abraham, mogen ook wij kinderen van Abraham
genoemd worden, de vader van het geloof. Wij mogen kinderen van de Vader zijn, zonen en
dochters van God. Zoon van God betekent in het Jodendom een rechtvaardige. Wie God
met Vader aanspreekt verplicht zichzelf tot het doen van gerechtigheid en rechtvaardigheid.
“Uw naam worde geheiligd”. De Naam is het brandend hart van de Schrift. Daar draait alles
om. Vrome Joden spreken niet over de Heer, Adonai maar over de Naam.
Heilig betekent in de Bijbel apart gesteld voor een bijzondere taak. God is niet zomaar een
god te midden van de andere goden. Hij is de ene ware God die zich in de geschiedenis heel
concreet aan mensen verbonden heeft. Zijn Naam is: Ik zal er zijn, ga en ik ga met je mee.
Hij is de God van Abraham, Izak en Jakob. Hij heeft zijn belofte aan Abraham gedaan, vader
van een groot volk te worden, waargemaakt. Hij heeft zijn volk bevrijd uit Egypte en gevoerd
door de woestijn en het bij de Horeb de tien Woorden gegeven, leefregels om in vrede en
gerechtigheid te kunnen leven. Als we volgens de tien Woorden leven dan geschiedt Gods
wil op aarde. Dat houdt ook in dat wij verlangen naar de komst van het Koninkrijk Gods, een
toestand van permanente vrede en gerechtigheid.

Als het bij Mattheüs over onze alledaagse bezorgdheid gaat wat we zullen eten en drinken,
dan antwoordt Jezus: “zoekt eerst Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u
bovendien geschonken worden”. Eerst zoeken naar het Koninkrijk van God. Daarna is de
bede om ons dagelijks brood op zijn plaats of misschien wel overbodig want God weet
immers wat wij nodig hebben. Wij vragen om ons dagelijks brood of te wel het brood dat wij
vandaag nodig hebben. In de woestijn was er manna, genoeg voor een dag. Maakt u niet
bezorgd voor de dag van morgen want iedere dag baart zijn eigen zorg. Iets aan God vragen
betekent dat de relatie met God goed moet zijn. Daarom vragen we God om vergeving, om
de gebroken relatie weer goed te maken, zoals wij ook de ander vergeven. Eigenlijk kunnen
wij God niet om vergeving vragen als wij de ander niet eerst vergeven. Voordat je naar het
altaar gaat, moet je eerst naar je broeder gaan en je met hem verzoenen indien hij iets tegen
je heeft. Maar we weten van onszelf hoe moeilijk dat vaak is. Het is eerder een wens en een
aansporing. God vergeeft ons en laten wij dan hopelijk ook elkaar vergeven.

“En leid ons niet in verzoeking”. Deze laatste bede moet in de eerste plaats begrepen
worden tegen de achtergrond van de spoedige verwachting van de komst van het Koninkrijk
van God en de daaraan voorafgaande beproevingen van de eindtijd. Jezus, zijn leerlingen
en vele Joden met Hem, geloofden dat dit alles aanstonds zou gebeuren. Vandaar deze
bede die voor ons een heel andere betekenis heeft gekregen.

Maar hoe gaat het nu met ons eigen gebed.? Ik denk dat het goed is de dag te beginnen met
danken. God heeft ons door de nacht geleid naar het licht van de nieuwe morgen. We zijn er
nog en hopelijk in alle gezondheid. Tot hiertoe heeft de Heer ons gebracht. Dat is wel een
dankgebed waard. Dan de voorbede waarin we alle bezorgdheid om de ander, meeleven
met de ander in zijn noden dichtbij en ver weg aan God voorleggen. Zoals Abraham bidden
om het behoud van de ander.
Daarna is het juiste moment om alles wat onszelf betreft voor God te brengen en met God te
spreken alsof we met een goede vriend of vriendin spreken. Wie bezorgd is om de ander en
begaan is met de noden van de wereld, mag ook zijn eigen hart uitstorten bij God. Tenslotte
het vragen aan God misschien aan het einde van de dag ten eerste om vergeving. Wat
kunnen we in ons bidden vragen? Al ons vragen zal op de een of andere wijze ten dienste
moeten staan van het bouwen aan het rijk van vrede en gerechtigheid. “Zoekt eerst Gods
Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden”. Zoals
Salomo vragen om wijsheid en inzicht. Als we met een groot probleem zitten, zal God dat
niet zomaar voor ons oplossen. Wel kunnen we bidden om inzicht. Bidden om te slagen voor
een examen? Beter is het te bidden om kalmte en concentratie voor en tijdens het examen.
Vragen en dan alles aan God overlaten, gaat niet. We moeten het zelf doen maar we kunnen
wel vragen of God ons daarbij wil helpen. In het O.T. is het Joodse volk een trekkend volk,
onderweg. Steeds horen we: “sta op”, “ga op reis”, “trek verder”. En God trekt met zijn volk
mee door water en woestijn.
De Naam van God is: “Ik zal er zijn”. Ga en Ik ga met je mee. Als wij met de woorden van de
Psalmist willen wandelen op de paden van gerechtigheid en bidden om Gods hulp dan is ons
bidden zinvol en zal ons gebed zeker verhoord worden. Amen.
Archief preken