Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

Jezus in de bijbel

Viering: Achtste zondag door het jaar

Lezing:

  • Mattheus 6,24-34

Geschreven door: Pater Paul Begheyn SJ

‘Maak je geen zorgen’, zegt Jezus meer dan eens in het evangelie van vandaag. Maar dat doen we juist wèl! We maken ons wèl zorgen over wat we zullen eten of drinken, of wat we zullen aantrekken. We maken ons zorgen over de populistische propaganda, en over de komende verkiezingen. We maken ons zorgen over het toenemende geweld op zoveel plaatsen in de wereld. We maken ons zorgen over onze oude dag, en over onze gezondheid, en over nog zoveel meer.
Hoezeer we over deze zorgen verder zouden kunnen praten en nadenken, wil ik het vandaag toch over een heel ander soort zorgen hebben, namelijk die binnen onze geloofsgemeenschap. In bepaalde kringen valt er een groeiende grimmigheid tegen Paus Franciscus te ontdekken, in de vorm van publieke aanvallen, hele en halve leugens, en georganiseerde demonstraties tegen hem. En waar komt dit gedrag vandaan? Omdat Paus Franciscus het thema van barmhartigheid niet bij woorden wil laten, maar het ook in daden wil omzetten. Dat wil hij onder meer laten zien bij het toelaten van gescheiden mensen tot de communie. Maar kardinalen, bisschoppen, keurige dames en heren in de kerkbanken beweren bij hoog en bij laag, dat Jezus iets dergelijks absoluut verboden heeft. Hun gedrag lijkt veel op dat van de farizeeën, waar Jezus vele malen tegen gewaarschuwd heeft. Waar het volgens hem om gaat is: niet wetten, maar noden van mensen moeten ons gedrag bepalen. Wat heeft een mens nodig, en kunnen wij die ander dan tot steun zijn?
De nieuwe Algemene Overste van de jezuïeten, pater Arturo Sosa uit Venezuela, heeft vier dagen geleden in de Giornale del Populo (Volkskrant) van Lugano een interview gegeven, dat niet alleen verhelderend is betreffende de toelating tot de communie voor gescheidenen, maar ook betreffende allerlei andere hete hangijzers in onze kerk. Daarin stelt de interviewer: ‘Kardinaal Gerhard Müller, prefect van de congregatie voor de geloofsleer, heeft over het huwelijk gezegd, dat de woorden van Jezus zeer helder zijn, en dat ‘geen macht in de hemel of op aarde, noch een engel of een paus, noch een concilie noch een bisschoppelijke wet het vermogen heeft om deze te veranderen.’ Daarop antwoordde pater Sosa: ‘Dan moet er heel wat reflectie komen over wat Jezus werkelijk gezegd heeft. In die tijd had niemand een bandrecorder om zijn woorden vast te leggen. Wat we weten is dat de woorden van Jezus in hun context moeten worden gezien. Zij zijn uitgedrukt in een taal, in een specifieke setting, zij zijn gericht tot iemand in het bijzonder.’
De journalist vraagt door: ‘Maar als alle woorden van Jezus onderzocht moeten worden en teruggebracht tot hun historische context, dan hebben zij geen absolute waarde.’ Pater Sosa antwoord: ‘Gedurende de laatste eeuw is er in de Kerk een grote ontwikkeling gekomen van studies die proberen te begrijpen wat Jezus werkelijk bedoeld heeft. Woorden zijn betrekkelijk. Het evangelie is geschreven door mensen, het is aanvaard door de Kerk die bestaat uit mensen. Het is dus waar dat niemand het woord van Jezus kan veranderen, maar je moet weten wat het was! Je moet het woord onderscheiden, zoals Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten, stelt. Die onderscheiding is evaluatie, het betekent kiezen tussen verschillende opties. Er bestaat niet langer de verplichting om maar één interpretatie te volgen. De verplichting bestaat nog steeds, en wel om het resultaat van de onderscheiding te volgen.’
De journalist gaat door: ‘Maar dat doet twijfelen aan de woorden van Jezus’, waarop pater Sosa reageert met: Nee, niet aan de woorden van Jezus, maar aan het woord van Jezus zoals we dat geïnterpreteerd hebben. Als je onderscheidt, luister je naar de Heilige Geest. Dat leidt tot een beslissing. De Kerk heeft altijd herhaald dat het persoonlijk geweten prioriteit heeft. Het kan conclusies trekken die verschillen van de leer, want de leer vervangt de onderscheiding niet en evenmin de Heilige Geest.’
Als we dus de Bijbel lezen, moeten we goed onderscheiden: wat betekende een woord destijds, en wat betekent het nu? Hoe was de culturele en maatschappelijke situatie toen, en wat betekent dat voor nu? Bovendien, veel woorden in de Bijbel kun je niet letterlijk nemen, mag je zelfs niet letterlijk nemen.
Om een pittig voorbeeld te geven: er kan niet aan de Bijbel ontleend worden dat vrouwen geen priester kunnen worden, omdat ze volgens de evangelisten ontbraken aan het laatste avondmaal. Hoe zit het dan met de vraag die een theoloog enkele jaren geleden stelde: ‘Wie kookte het laatste avondmaal?’ En wie de Bijbel letterlijk zou willen nemen, moet consequent zijn en concluderen, dat alleen besneden joodse mannen kunnen priester worden.
Wat is de bedoeling van Jezus geweest? Hoe kunnen we begrijpen wat God wil zeggen? Deze en soortgelijke vragen roepen ons op tot een eerlijk gewetensonderzoek. Geen enkel dogma en geen enkele kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder kan ons die taak ontnemen. Dierbare mensen van de Lucas, ga er maar aan staan. Amen.
Archief preken